Natuurkalender
Nieuws en agenda
Meedoen
Scholen
Projecten
Waarnemingen
Informatie soorten
Achtergrondinformatie
Links
Zoeken
Landbouw
Teken
Hooikoorts
Eikenprocessierups
Ganzen |
 |
Verandering in areaal vlinders
|
|
  |
Gehakkelde aurelia Foto: Joost Uittenbogaard |
Met de Nederlandse vlinders gaat het niet goed. Van de 70 soorten inheemse dagvlinders staan er 17 als verdwenen en 30 andere als bedreigd op de Rode Lijst. De 23 andere soorten zijn (nog) niet bedreigd. De grootste oorzaken van deze achteruitgang zijn intensivering van de landbouw, verstedelijking, milieuvervuiling en ontginningen. Een temperatuursverhoging als gevolg van het veranderende klimaat zal bij vlinders vooral een gunstig effect hebben op de wat meer mobiele soorten, die in veel typen habitat te vinden zijn: de generalisten. Bij de specialistische soorten en soorten die minder mobiel zijn, blijkt het habitat de laatste jaren gekrompen te zijn. Er zijn minder geschikte habitats voorhanden, en als deze er zijn, zijn ze moelijk te bereiken doordat ze versnipperd zijn. Voor deze vlinders is het moeilijk om adequaat te reageren op klimaatsverandering.
De laatste jaren zijn er, naast de soorten waar het slecht mee gaat, ook een aantal soorten die steeds vaker gesignaleerd worden.
Soorten die vaker worden gezien
De gehakkelde aurelia (Polygonia c-album) is een van de vlindersoorten die zijn areaal in Nederland naar het noorden uitgebreid heeft. Deze dagvlinder kwam tot 1980 alleen in Brabant en Limburg voor, maar is in 2000 in heel Nederland gezien, tot en met de Waddeneilanden. Oorzaak van deze uitbreiding is de temperatuurstijging van de afgelopen decennia. Het feit dat de waardplant van deze vlinder, de grote brandnetel (Urtica dioica) op veel plaatsen voorkomt komt deze snelle uitbreiding ten goede.
Een andere soort die de laatste jaren meer wordt gezien is de koninginnenpage (Papilio machaon). Nederland ligt net op de grens van zijn areaal. Hij komt voor op bloemrijke graslanden en tuinen, en stelt verder geen hoge eisen aan zijn leefomgeving. Rupsen eten wilde peen, venkel of wortelloof uit de moestuin, planten die vaak overal wel te vinden zijn. Uit Zuid-Limburg waren enkele vaste populaties bekend, tegenwoordig behoort heel Zuid- en Midden-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen tot zijn areaal. Ook worden vaak zwervers gezien door het hele land, vooral de afgelopen warme zomers.
Het boswitje (Leptidea sinapis) is een minder bekende soort die langzaam vanuit het zuiden in opkomst is. De waardplanten van deze soort zijn verschillende algemene vlinderbloemigen als rolklaver en wikke. Het boswitje houdt van vochtige, warme graslanden in de buurt van bos en struweel. Tegenwoordig komt het boswitje voor in Limburg en wordt steeds vaker noordelijk gezien.
  |
Kleine parelmoervlinder |
De kleine parelmoervlinder (Issoria lathonia) is een soort met een voorkeur voor schrale, droge en warme graslanden. In Nederland komt hij vooral in de duinen voor, maar hij is erg mobiel. In het binnenland worden regelmatig zwervende exemplaren gezien, en op enkele plaatsen zijn er vaste populaties van deze soort buiten in het binnenland.
Specialisten gaan achteruit
  |
Gentiaanblauwtje Foto: Henk van den Burg |
Bovenstaande soorten zijn warmteminnende soorten, die relatief weinig eisen aan hun leefomgeving stellen. Nederland telt ook een aantal soorten die uniek zijn voor vochtige, koele milieus. Dit zijn bijvoorbeeld soorten die nog in de hoogveenrestanten van Drenthe voorkomen zoals de veenbesparelmoervlinder (Boloria aquilonaris) en het veenbesblauwtje (Plebeius optilete). Hun waardplanten zijn onder andere veenbes en lavendelheide. Nederland ligt op de zuidwestgrens van hun areaal, en een opwarming van het klimaat is er mede de oorzaak van dat de soorten achteruit gaan in Nederland. Ook de aardbeivlinder (Pyrgus malvae) en zilveren maan (Boloria selene) zijn soorten van vochtige, schrale graslanden in moerasgebieden. Doordat in Nederland dergelijke gebieden door verschillende oorzaken verdrogen, gaan kenmerkende soorten van moerasgebieden achteruit.

Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|