Natuurkalender
Nieuws en agenda
Meedoen
Scholen
Projecten
Waarnemingen
Informatie soorten
Achtergrondinformatie
Links
Zoeken
Landbouw
Teken
Hooikoorts
Eikenprocessierups
Ganzen
 
 Archief  -  Januari 2005
 
Planten Vogels Vlinders Libellen Kalender

Oranje zandoogje

Nieuws Terug naar archiefoverzicht

Januari 2005


Het weer

11 Januari 2004  -  Uitzonderlijk hoge temperaturen voor januari
2005 ging van start met een flinke storm, maar ook met temperaturen die hoog waren voor de tijd van het jaar. Op 10 januari werd het zelfs 15°C in het zuiden van het land. Dit warme weer wordt veroorzaakt door een sterke zuidelijke tot zuidwestelijke luchtstroming die zeer zachte lucht aanvoert, terwijl ook nog eens de zon volop schijnt. Door deze stroming is de temperatuur de afgelopen dagen zo'n 8 tot 10 graden hoger dan het langjarig gemiddelde voor deze periode. Vooral in Noord-Nederland was het opvallend zacht. 
Het meetstation in De Bilt noteerde een temperatuur van 8,1°C tegen 2,6°C normaal voor de eerste 10 dagen van januari. Alleen in 1921 waren de eerste januaridagen hier met 8,2°C nog net iets zachter. Vooral 7 en 10 januari waren uitzonderlijk warm: in De Bilt werd op deze dagen achtereenvolgens 12,5°C en 13,3°C gemeten. Het record voor de eerste decade is 13,5°C graden op 5 januari 1999. De hoogste temperatuur die ooit werd gemeten in januari was in 1993, toen het op 13 januari 15,1°C werd in De Bilt. Dat record is nog niet gebroken. De komende dagen zal het wat minder zacht worden, maar een periode met serieuze vorst krijgen we binnenkort nog niet (bron: KNMI). 

Door deze temperaturen begint de natuur ook al langzaam wakker te worden. Er vliegen al wat bijen rond en er zijn verschillende vlinders ontwaakt uit hun winterrust. Van de Atalanta, Kleine vos en Citroenvlinder zijn al exemplaren gemeld aan De Natuurkalender. Extreem vroegbloeiende planten als de Toverhazelaar bloeien al enige tijd, nu beginnen ook soorten als Gaspeldoorn, Gele kornoelje en gewone Hazelaar te bloeien. Ook is er al bloeiend Speenkruid en zelfs bloeidend Fluitenkruid gezien. Dit zijn enkele uitzonderlijk vroege waarnemingen. Wel zal bij aanhoudende hogere temperaturen de gemiddelde 1e bloeidatum van een aantal voorjaarssoorten vroeger zijn dan normaal. Klein hoefblad bijvoorbeeld begint gemiddeld op 3 maart te bloeien. Als de gemiddelde temperatuur in de 1e 80 dagen van het jaar 1°C hoger ligt, vervroegt deze datum met 5 dagen. Ook veel andere voorjaarssoorten laten vergelijkbare vervroeging zien.

(Meer informatie over deze hoge temperaturen vindt u op de website van het KNNM, www.knmi.nl.)

Vroege bij op Gaspeldoorn
Bloemen van Toverhazelaar
(Hamamelis mollis)
Katjes van de Els
(foto's gemaakt op 10 januari 2004)

  Figuur 1: gemiddelde temperaturen per maand
2004 was een warm jaar
In Nederland staat 2004 nu op de vierde plaats van warmste jaren sinds het begin van de metingen, wereldwijd staat het afgelopen jaar op de zevende plaats. De gemiddelde temperatuur in De Bilt was 10,3°C. De laatste tien jaren, met uitzondering van 1996, behoren tot de warmste ooit gemeten. Meer hierover leest u in het nieuwsbericht "Wereldtemperatuur in 2004 op vierde plaats".

Winter 2004/2005
De meteorologische winter is net een maand bezig, maar de temperaturen in begin januari geven al een voorjaarsgevoel. Vorig jaar was januari ook al behoorlijk zacht, en begin februari waren de temperaturen uitzonderlijk hoog. Op 4 februari 2004 werd het in Eindhoven zelfs 18,0°C. Nooit eerder was het zo vroeg in het jaar zo warm. Of dat dit jaar ook zo zal zijn, is maar de vraag. 
De afgelopen maand december was wat aan de koude kant: in De Bilt werd een gemiddelde temperatuur gemeten van 3,2°C tegen 4,0°C normaal (gemiddeld over 1971-2000). Aan het einde van de maand viel er zelfs enkele centimeters sneeuw. Met gemiddeld over het land 49 mm neerslag tegen normaal 79 mm was december een droge maand. 

Planten

Katjes van de Hazelaar (Corylus avellana)

5 Januari  -  Hoewel het echte voorjaar nog ver te zoeken is, beginnen in januari de eerste planten alweer te bloeien. In tuinen zie je de Toverhazelaar, Winterakonieten en de op Forsythia lijkende Winterjasmijn (Jasminum nudiflorum) al bloeien. Ook de eerste Sneeuwklokjes zijn alweer gemeld: al in december kwamen er een paar in bloei. Een andere vroege soort is de Hazelaar (Corylus avellana). Deze struik zal in de loop van januari weer op veel plaatsen in bloei te zien zijn. De plant is éénhuizig: de mannelijke en vrouwelijke bloemen zitten aan de zelfde plant. Het stuifmeel uit de mannelijke katjes wordt door de wind naar de stampers van de vrouwelijke bloemen gebracht. Deze laatste zitten in een dikke, groene knop. De stampers steken daaar net uit en hebben een karmijnrode kleur. Hazelaars zijn veel aangeplant in parken, als wilde struik zie je de Hazelaar veel in bosranden.
Een andere hazelaarsoort die men vaak in het straatbeeld tegenkomt is de Boomhazelaar. Dit is een boomvormige hazelaars die afkomstig is uit Turkije. Het is een heel andere soort dan de wilde Hazelaar (Corylus avellana), die in ons land langs bosranden en in parken groeit. Van deze laatste soort verzamelen we waarnemingen voor De Natuurkalender.  

Bloei van Elzen
Ook de Witte en Zwarte els kunnen al begin februari in bloei komen. In de herfst hangen al kant en klare katjes aan de bomen, in de vorm van stijve rolletjes. Deze openen zich in het voorjaar en laten dan het stuifmeel los. De Zwarte els is in Nederland een algemene plant, de Witte els is veel aangeplant en nu ook vrij algemeen. Beide soorten zijn éénhuizig: dezelfde plant heeft zowel mannelijke als vrouwelijke katjes. De mannelijke katjes zijn lang, de vrouwelijke kleiner en eivormig. Deze laatste ontwikkelen zich tot de vrucht, de zogenaamde elzenproppen. Wanneer de plant in het vroege voorjaar bloeit, zitten die van het voorgaande jaar vaak nog aan de struik. (Kijk op de soortbeschrijvingen voor het onderscheid tussen deze twee soorten.).

Winterjasmijn

Winterjasmijn
De Winterjasmijn (Jasminum nudiflorum) bloeit van december tot in februari. Het is geen inheemse soort, van oorsprong komt hij uit gebergten in China en groeit daar op steile rotswanden. Winterjasmijn lijkt wel wat op de bekende Forsythia, ook wel "Chinees Klokje" genaamd. Deze soort bloeit ook vroeg in het voorjaar, meestal vanaf februari en heeft ook opvallende, gele bloemen. Zoals de naam al aangeeft, komt ook deze soort uit China.

winterjasmijn

Gele kornoelje
De veel als sierstruik aangeplante Gele kornoelje (Cornus mas) is ook zo'n bekende voorjaarssoort, waarbij vanaf februari de bloemknoppen open gaan. Na de zomer verschijnen rode vruchten. Deze zijn eetbaar en er werd vroeger jam en gelei van gemaakt.

Bloeiwijze van Gele kornoelje

Winterjasmijn

Sneeuwklokjes
De eerste plant die in het voorjaar van zich laten horen is natuurlijk het Gewoon sneeuwklokje (Galanthus nivalis). In een zachte winter kan deze al in januari in bloei gezien worden. Van het sneeuwklokje zijn ook verschillende andere soorten en cultivars in tuinen aan te treffen: het Kaukasisch sneeuwklokje (Galanthus caucasicus) bijvoorbeeld is een soort die reeds in december al in bloei kan staan. Deze heeft echter grotere bladeren dan het Gewoon sneeuwklokje. Het Gewoon sneeuwklokje heeft herkenbare smalle, grijsgroene bladeren.

Sneeuwklokje

Winterrust bij bomen
In de winter is de sapstroom in de bomen vrijwel helemaal stilgelegd. De boom heeft zijn blad laten vallen, omdat anders water via de bladeren zou verdampen. De plant kan dit water kan niet met de wortels aanvullen, omdat het water in de bodem is bevroren. Bomen hebben in de winter wel levende cellen waarvoor ademhaling noodzakelijk is. Dit gaat dan via zoganaamde lenticellen. Deze zitten op het oppervlak van twijgen, en zijn vergelijkbaar met huidmondjes bij bladeren. Door deze lenticellen is gasuitwisseling toch mogelijk is.
In het voorjaar, als de grond opwarmd, neemt de druk van de sapstroom weer toe. Hierdoor wordt er weer water naar takken en twijgen gepompt en kunnen de bomen weer uitlopen. Ook het hormoon abscisinezuur (vroeger dormine) helpt bij het uitkomen van de knoppen: het wordt in het blad aangemaakt tijdens de groeiperiode. Vervolgens hoopt het hormoon zich op in de knop, en zorgt ervoor dat de knop in rusttoestand komt te verkeren. Hierna wordt het abscisinezuur geleidelijk afgebroken. Dit gebeurt alleen bij lage temperaturen. Hiermee wordt voorkomen dat na een paar warme winterdagen de knoppen al uit kunnen lopen. Wanneer het abscisinezuur is afgebroken en de temperatuur is nog te laag, wordt het uitlopen van de knoppen tegengegaan doordat er nog niet voldoende water kan worden opgenomen.

 

Plantensoorten om deze maand op te letten:

  • Hazelaar (bloei)

  • Sneeuwklokje (bloei)

  • Els (Witte en Zwarte), bloei

  • Gele kornoelje (bloei)

  • Klein hoefblad (bloei)

  • Speenkruid (bloei)

Bloeiwijze van Zwarte els met de 
zogenaamde elzenproppen

Vogels

Smient (Anas penelope)

5 Januari  -  Een typische Nederlandse wintervogel is de Smient. Deze duikeenden broeden in Noord-Europa, en ze overwinteren massaal in Nederland. Rond september komen de eerste Smienten in ons land aan. Je ziet ze op plassen en graslanden waar ze net als ganzen weilanden afgrazen. Bij invallende vorst kunnen ze in grote groepen zuidwaards trekken, op zoek naar grasland dat nog niet bevroren is. Ook Kieviten doen dit: bij invallende vorst zie je grote zwermen Kieviten zuidwaarts trekken. Ze gaan dan op zoek naar nog onbevroren grond waarin ze met hun snavel naar wormen kunnen zoeken. 

Voor sommige soorten begint nu de paartijd al: Futen bijvoorbeeld kun je nu al zien baltsen. Tegenwoordig is de Fuut zo algemeen dat je ze ook overal in stadsparken en grachten tegenkomt. De eerste jonge Futen verschijnen pas in de loop van april, maar in maart kunnen al vroege broedsels uitkomen. De Wilde eend begint ook in maart met het leggen van de eieren, zodat in de loop van april de eerste jongen te verwachten zijn. Net zoals bij de Fuut zijn er bij de Wilde eend ook altijd een aantal vogels die zich niet aan de regels houden en maart, soms in februari, al met jongen rondzwemmen. Wanneer er dan toch plotseling kou invalt, redden deze jonge vogels het helaas niet. Gelukkig is het seizoen dan nog lang genoeg om hierna nog een broedsel groot te brengen.

 

Vogelsoorten om deze maand op te letten:

  • Vink (1e zang)

  • Grote bonte specht (1e roffel)

  • Zanglijster (1e zang)

 

Vlinders

5 Januari

 

Dagpauwoog (Inachis io)
foto: Margreet Sleeuwenhoek

 

Het duurt nog lang voordat het echt voorjaar wordt en de temperaturen zover oplopen dat het goed vlinderweer wordt, maar de eerste vlinders zullen zich toch al weer snel laten zien. Een aantal algemene soorten overwintert in het volwassen vlinderstadium, en deze worden regelmatig op zolders of in schuren aangetroffen. Het gaat dan vooral om Dapauwoog, Kleine vos en Citroenvlinder en Gehakkelde aurelia. Dit zijn dan ook de eerste vlinders die het komend voorjaar weer zullen gaan vliegen. Als er in februari een aantal zonnige dagen zijn, kan op beschutte plaatsen de temperatuur voldoende oplopen om bijvoorbeeld de Citroenvlinder uit zijn winterrust te doen ontwaken. De eerste Citroenvlinders worden vaak al begin februari gezien. In 2004 was het begin februari uitzonderlijk warm en werden op 3,4 en 5 februari op verschillende plaatsen Citroenvlinders en Dagpauwogen gezien. 

Overwinterende Atalanta's?
De Atalanta is een trekvlinder en overwintert normaal gesproken niet in Nederland. De laatste jaren zijn er aanwijzingen dat dit in de afgelopen zachte winters toch wel eens voorgekomen is. Ziet u een overwinterende Atalanta, laat het ons dan weten via natuurkalender@wur.nl. 

Libellen
Vuurjuffer

  Vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula)

Wachten op het voorjaar
In deze periode van het jaar vliegen er geen libellen. Komend voorjaar zal half april als eerste de Vuurjuffer weer gaan vliegen. Dit is ook een goed moment om een begin te maken met het leren herkennen van libellen. Er vliegen dan nog weinig soorten, en steeds komt er ééntje bij. Met een goede veldgids kunnen de meeste algemene soorten relatief gemakkelijk op naam gebracht worden. 

 





Historische kalender van januari

Van een van onze waarnemers ontvingen we een oude kalender, waarop per dag aangegeven staat wat er rond die tijd buiten gebeurt. Een soort Natuurkalender dus. Elke maand zullen we een maand van deze kalender bespreken.

Een greep uit de gebeurtenissen:

17 januari: de winter helleborus* bloeit
22 januari: het geurige hoefblad bloeit
23 januari: het nieskruid, heleborus*, bloeit
24 januari: het goudhaantje broedt in de dennenbosschen
28 januari: de eerste madeliefjes bloeien
30 januari: de mannelijke katjes van de hazelaar bloeien **

**Ook de huidige waarnemingen van De Natuurkalender tonen dat de eerste Hazelaars (Corylus avellana) rond eind januari beginnen te bloeien.

* Tot het geslacht Nieskruid (Helleborus) behoren verschillende soorten, waaronder de Kerstroos (Helleborus niger). Het geslacht Helleborus behoort tot de familie Ranunculaceae (Ranonkelfamilie) waarbij ook de boterbloemen behoren. Plantensoorten uit deze familie bezitten bloemen met kelkblaadjes die lijken op kroonblaadjes. De kleur hiervan varieert van wit tot purper, en het aantal kelkblaadjes is 5 tot 7. De bladeren zijn vaak diep ingesneden en waaiervormig.
De Kerstroos is een veel aangeplante tuinsoort, die ook op veel plaatsen is verwilderd. Oorspronkelijk komt hij uit de Alpen. Al in de winter kan hij gaan bloeien.
Een andere plant uit het geslacht Helleborus is het Stinkende nieskruid (Helleborus foetidus). Deze plant is afkomstig uit Zuidwest Europa. In tegenstelling tot de Kerstroos verdwijnen bij deze plant de bovengrondse delen niet gedurende de winter. Het Stinkend nioeskruid bloeit vanaf half januari tot de lente.



 

 


Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse , Wageningen UR.