![]()
5
Januari - Hoewel het echte voorjaar nog ver te zoeken is,
beginnen in januari de eerste planten alweer te bloeien. In tuinen
zie je de Toverhazelaar, Winterakonieten en de op Forsythia lijkende Winterjasmijn (Jasminum nudiflorum)
al
bloeien. Ook de eerste Sneeuwklokjes
zijn alweer gemeld: al in december kwamen er een paar in bloei. Een
andere vroege soort is de Hazelaar
(Corylus avellana). Deze struik zal in de loop van januari
weer op veel plaatsen in bloei te zien zijn. De plant is
éénhuizig: de mannelijke en vrouwelijke bloemen zitten aan de
zelfde plant. Het stuifmeel uit de mannelijke katjes wordt door de
wind naar de stampers van de vrouwelijke bloemen gebracht. Deze
laatste zitten in een dikke, groene knop. De stampers steken daaar
net uit en hebben een karmijnrode kleur. Hazelaars zijn veel
aangeplant in parken, als wilde struik zie je de Hazelaar veel in
bosranden.
Winterrust bij bomen
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|
Smient (Anas penelope) |
5
Januari - Een typische Nederlandse wintervogel is de Smient.
Deze duikeenden broeden in Noord-Europa, en ze overwinteren massaal
in Nederland.
Rond september komen de eerste Smienten in ons land aan. Je ziet ze op plassen en graslanden waar ze net als
ganzen weilanden afgrazen. Bij invallende vorst kunnen ze in grote
groepen zuidwaards trekken, op zoek naar grasland dat nog niet
bevroren is. Ook Kieviten doen dit: bij
invallende vorst zie je grote
zwermen Kieviten zuidwaarts trekken. Ze gaan dan op zoek naar nog onbevroren
grond waarin ze met hun snavel naar wormen kunnen zoeken.
Voor sommige soorten begint nu de paartijd al: Futen
bijvoorbeeld kun je nu al zien baltsen. Tegenwoordig is de Fuut zo
algemeen dat je ze ook overal in stadsparken en grachten tegenkomt.
De eerste jonge Futen verschijnen pas in de loop van april, maar in
maart kunnen al vroege broedsels uitkomen. De Wilde
eend begint ook in maart met het leggen van de eieren, zodat in
de loop van april de eerste jongen te verwachten zijn. Net zoals bij
de Fuut zijn er bij de Wilde eend ook altijd een aantal vogels die
zich niet aan de regels houden en maart, soms in februari, al met
jongen rondzwemmen. Wanneer er dan toch plotseling kou invalt,
redden deze jonge vogels het helaas niet. Gelukkig is het seizoen
dan nog lang genoeg om hierna nog een broedsel groot te brengen.
![]() |
Vogelsoorten om deze maand op te letten:
|
Vlinders5 Januari
![]() ![]() |
|
|
Dagpauwoog (Inachis io) |
Het duurt nog lang voordat het echt voorjaar
wordt en de temperaturen zover oplopen dat het goed vlinderweer
wordt, maar de eerste vlinders zullen zich toch al weer snel laten
zien. Een aantal algemene soorten overwintert in het volwassen
vlinderstadium, en deze worden regelmatig op zolders of in schuren
aangetroffen. Het gaat dan vooral om Dapauwoog,
Kleine vos
en Citroenvlinder
en Gehakkelde
aurelia. Dit zijn dan ook de eerste vlinders die het komend voorjaar weer zullen gaan vliegen. Als er in februari een
aantal zonnige
dagen zijn, kan op beschutte plaatsen de temperatuur voldoende
oplopen om bijvoorbeeld de Citroenvlinder uit zijn winterrust te
doen ontwaken. De eerste Citroenvlinders worden vaak al begin
februari gezien. In 2004 was het begin februari uitzonderlijk warm
en werden op 3,4 en 5 februari op verschillende plaatsen
Citroenvlinders en Dagpauwogen gezien.
Overwinterende Atalanta's?
De
Atalanta is een trekvlinder en
overwintert normaal gesproken niet in Nederland. De laatste jaren zijn er aanwijzingen
dat dit in de afgelopen zachte winters toch wel eens voorgekomen is. Ziet u een overwinterende Atalanta,
laat het ons dan weten via natuurkalender@wur.nl.
Libellen![]() |
|
Vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula) |
Wachten op het
voorjaar
In deze periode van het
jaar vliegen er geen libellen. Komend voorjaar zal half april als
eerste de Vuurjuffer
weer gaan vliegen. Dit is ook een goed moment om een begin te maken
met het leren herkennen van libellen. Er vliegen dan nog weinig
soorten, en steeds komt er ééntje bij. Met een goede veldgids
kunnen de meeste algemene soorten relatief gemakkelijk op naam
gebracht worden.
Historische kalender van januariVan een van onze waarnemers ontvingen we een oude kalender, waarop per dag aangegeven staat wat er rond die tijd buiten gebeurt. Een soort Natuurkalender dus. Elke maand zullen we een maand van deze kalender bespreken.
Een greep uit de gebeurtenissen:
17
januari: de winter helleborus* bloeit
22 januari: het geurige hoefblad bloeit
23 januari: het nieskruid, heleborus*, bloeit
24 januari: het goudhaantje broedt in de dennenbosschen
28 januari: de eerste madeliefjes bloeien
30 januari: de mannelijke katjes van de hazelaar
bloeien **
**Ook de huidige waarnemingen van
De Natuurkalender tonen dat de eerste Hazelaars
(Corylus avellana) rond eind januari beginnen te bloeien.
* Tot het geslacht Nieskruid (Helleborus) behoren
verschillende soorten, waaronder de Kerstroos (Helleborus niger).
Het geslacht Helleborus behoort tot de familie Ranunculaceae
(Ranonkelfamilie) waarbij ook de boterbloemen behoren.
Plantensoorten uit deze familie bezitten bloemen met kelkblaadjes
die lijken op kroonblaadjes. De kleur hiervan varieert van wit tot
purper, en het aantal kelkblaadjes is 5 tot 7. De bladeren zijn vaak
diep ingesneden en waaiervormig.
De Kerstroos is een veel aangeplante tuinsoort, die ook op veel
plaatsen is verwilderd. Oorspronkelijk komt hij uit de Alpen. Al in
de winter kan hij gaan bloeien.
Een andere plant uit het geslacht Helleborus is het Stinkende
nieskruid (Helleborus foetidus). Deze plant is afkomstig uit
Zuidwest Europa. In tegenstelling tot de Kerstroos verdwijnen bij
deze plant de bovengrondse delen niet gedurende de winter. Het
Stinkend nioeskruid bloeit vanaf half januari tot de lente.
Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.