Wilde peen
|
 |
Daucus carota
Deze plant leeft meestal twee jaar. In het eerste jaar vormt hij een rozet van
langgesteelde, veervormig samengestelde, donkergroene bladeren. In het
tweede jaar schiet uit het midden van de rozet een rechtopstaande,
bebladerde stengel op, die bekleed is met ruwe haartjes. In de stengeltop
verschijnen vlakke schermen met witte bloempjes, meestal met een
onvruchtbare rode of paarse bloem in het midden. De 1-zadige vruchtjes
zijn voorzien van haakjes. De witte wortel heeft ongeveer dezelfde geur en
smaak als de wortels die wij eten, maar is veel dunner. De geteelde peen
is een ondersoort van Daucus carota. Deze plant kan 30 tot 100 cm hoog
worden. In de volksgeneeskunde behandelt men maag- en nieraandoeningen met
de wilde peen. Van juni tot in september kun je de witte schermen tussen
het gras zien staan. De wilde peen is verbreid in Europa, in Noord-Amerika
en in het zuidwesten van Azie. Hij gedijt op kalkrijke grond. Het is
in onze streken een belangrijke waardplant voor de rupsen van de Koninginnenpage.
Voeg
hier je waarneming van eerste bloei toe
informatie uit: Wilde bloemen, uitgegeven en bewerkt door Pamela
Bristow, naar een tekst van Zdenka Podhajska. Illustraties van Kvetoslav
Hisek.

Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|