Natuurkalender
Nieuws en agenda
Meedoen
Scholen
Projecten
Waarnemingen
Informatie soorten
Achtergrondinformatie
Links
Zoeken
Landbouw
Teken
Hooikoorts
Eikenprocessierups
Ganzen |
 |
Paardenkastanjemineermot (Cameraria ohridella)
De laatste tijd is de paardenkastanjemineermot volop in het nieuws.
De larven van dit insect graven gangen in het blad, en zorgen er zo voor dat de bladeren van de paardenkastanje bruin kleuren en vervolgens
afvallen. De bomen kunnen al eind juni volledig bruin zijn.
Snelle opmars
 |
| Detail van het aantastingsbeeld |
De paardenkastanjemineermot (Cameraria ohridella) is voor het
eerst gesignaleerd in Macedonië, in 1984. Hier werden aan het meer van Ohrid voor het eerst
de bladmijnen bij de paardenkastanje opgemerkt. Tot dusver waren bij paardenkastanje
(Aesculus hippocastanum) nog geen insectenaantastingen bekend.
Vanaf dat moment heeft het insect zijn areaal flink uitgebreid: Macedonië
en Servië werden gekoloniseerd, in 1989 werd de mot aangetroffen in
Kroatië en Oostenrijk, toen in Hongarije en Slovenië. In 1993
werd de mot in het zuiden van Tsjechië gevonden. In 1997 dook het insect
op in Duitsland, Polen volgde in 1998.
Op veel plaatsen in Gelderland, Limburg en
Noord-Brabant waren in 1999 kastanjebladeren met bladmijnen te vinden. Ook in
Utrecht, Zeeland, en Overijssel werd de soort aangetroffen. De meeste aantastingen zijn in
straatbeplantingen opgetreden, maar zijn ook aantastingen
waargenomen in boslanen. Dit betekent dat het insect de wat hogere
'stadse' temperaturen niet nodig heeft.
De invasie van Cameraria
ohridella in Nederland is
niet verder terug te voeren dan tot de populatie in Macedonië. Ook hier
is de paardenkastanjemineermot niet inheems. Van nature komt de
Paardenkastanje Aesculus, waarvan 16 soorten bekend zijn, voor in relictgebieden zoals de
Kaukasus, Himalaya en
Noord-Amerika. in deze gebieden is de mot echter nooit beschreven.
Levenscyclus
De larven van de mot graven mijnen in de bladeren. Deze gangen kunnen een oppervlakte van vier tot
acht vierkante centimeter beslaan, maar wanneer de aantasting groot is
kunnen deze mijnen overlappen, zodat een groot deel van het blad bruin
kleurt. Wanneer de larve volgroeid is, maakt hij een cocon van
spinseldraden en verpopt vervolgens in een bladmijn.
Deze poppen vallen samen met het blad op de grond, waar ze overwinteren.
vanaf eind april tot begin mei komen de eerste motjes uit de pop. Deze
zijn erg klein: ca. 4mm. Na paring zet elk vrouwtje zo'n 20-30 eitjes af op de bovenzijde van het blad.
Deze komen na ongeveer 10 dagen uit. In Midden-Europa zijn drie
generaties mogelijk, waardoor uiteindelijk veel blad kan worden aangetast.
|
| Aantastingsbeeld |
Gevolgen van aantasting
Wanneer het blad helemaal bruin is geworden, zal het afvallen.
Hierna laat de boom de zogenaamde "slapende knoppen" uitkomen.
Slapende knoppen zijn knoppen die niet uitkomen, behalve als de hoofdknop
verloren is gegaan. De kastanje vormt dus voor de tweede keer in het
seizoen blad. Dit blad blijft wel kleiner dan de oorspronkelijke bladeren.
De bomen doorstaan de aantasting wel, maar zullen op den duur toch gaan
verzwakken. Het groene blad is voor de boom van groot belang: hij heeft
zijn bladeren nodig om met behulp van fotosynthese reservestoffen te maken
voor het volgende groeiseizoen, en om de winter door te komen. Een aantasting
betekent altijd een afgenomen hoeveelheid blad. Een bijkomstig probleem is
dat een minder vitale boom een grotere kans heeft om ook door andere
parasieten geïnfecteerd te worden en vatbaarder is voor ziekten.
Wat kan men eraan doen?
Wanneer men het afgevallen blad, met daarin de overwinterende poppen,
opruimt kan men de
beginpopulaties verkleinen van het volgend jaar. Het blad dient begraven te worden of verbrand.
Herhaling van een aantasting
is nooit te vermijden omdat er altijd wel bladeren achterblijven. Ook zal
vanuit de omgeving steeds nieuwe aanvoer blijven komen.
Natuurlijke vijanden
Bij onderzoek In Oostenrijk en Tsjechië bleek slechts maximaal zeven procent van de larven en poppen
geparasiteerd te zijn door sluipwespen. Dit duidt erop dat de
bladmineerder in Europa niet inheems is. Deze lage parasiteringsgraad is vermoedelijk medeoorzaak van de explosieve
verspreiding van de mineermot in Europa. Om de oorspronkelijke natuurlijke
vijanden van de mot op te sporen en eventueel uit te zetten, zal eerst het oorspronkelijke
verspreidingsgebied van de bladmineerder moeten worden vastgesteld.
Verwarring met schimmelziekte
De bladmijnen kunnen mogelijk verward worden met de bladvlekken
veroorzaakt door de schimmel Guignardia aesculi, die vooral in de herfst
veelvuldig kan optreden. Deze roestbruine bladvlekken zijn omgeven door
een gele necrotische ring, die bij bladmijnen van de mineermot ontbreekt.
Meer informatie over de paardenkastanjemineermot en andere
insectenaantastingen in bos en natuur vindt u op www.insectenweb.nl.
De website, die ontwikkeld is door Alterra, helpt u bij het herkennen van
insecten en geeft een overzicht van de Nederlandse insecten-toptien. Ook
kunt u zich via deze site aanmelden als waarnemer van insectenplagen. De
link naar www.insectenweb.nl
vindt u ook op onze pagina met weblinks.

Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|