Moerasspirea
|
 |
Filipendula ulmaria
Dit is een grote overblijvende plant, die vaak in dikke randen aan slootkanten, in
rietland en in vochtige bossen groeit door een groot deel van Europa en Azie. De
plant heeft grote samengestelde bladen, die afgebroken geveerd zijn, met een
groot eindblad dat handvormig gespleten is. De blaadjes zijn aan beide kanten
groen, of witviltig aan de onderzijde gezaagd. Uit iedere bladergroep groeien
kleine vertakte, rechte bebladerde stengels met dichte schermvormige trossen
roomkleurige witte bloempjes. De bloem is welriekend, heeft vijf roomwitte
kroonbladen en lange meeldraden. De karakteristieke vruchtjes zijn als een
spiraal gewonden. Ze bevatten veel zaadjes. De plant kan 50 tot 150 cm hoog
worden en bloeit in juni. juli en augustus. De bloemen leveren een stof die op
aspirine lijkt en gebruikt wordt tegen koorts.
Voeg
hier je waarneming van eerste bloei toe
Informatie uit: Wilde bloemen, uitgegeven en bewerkt door Pamela Bristow,
naar een tekst van Zdenka Podhajska. Illustratie van Kvetoslav Hisek.

Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|