Achtergrondinformatie libellen
|
|
Herkenning Libellen
 |
| Echte libel |
 |
Juffer
Foto's: Henk van den Burg |
Juffers en echte libellen
De libellen (orde Odonata) kunnen in twee groepen onderverdeeld
worden: Waterjuffers of gelijkvleugelige (onderorde Zygoptera)
en Echte libellen of ongelijkvleugelige (onderorde Anisoptera).
Deze twee groepen zijn als volgt uit elkaar te houden:
-
De voor- en achtervleugels bij juffers zijn gelijk van vorm. Bij echte
libellen is de achtervleugel verbreed.
-
In rust houden juffers de vleugels doorgaans langs het achterlijf
gevouwen, recht omhoog of half gespreid. Libellen houden de vleugels
meestal horizontaal uitgespreid.
-
Juffers hebben een kop die breder is dan lang. Hun ogen zitten aan de
zijkant van de kop. Hierdoor is de afstand tussen de ogen meer dan de
breedte van het oog. Bij libellen is deze afstand minder dan de breedte
van het oog. Vaak ook zitten de ogen tegen elkaar aan.
Gedrag
Libellen en juffers zijn vrij grote insecten met een lang en slank
achterlijf en met twee paar vliezige, netvormig geaderde vleugels.
Vooral de echte libellen zijn vaak uitstekende vliegers. Ze hebben grote
ogen. Deze hebben ze nodig bij hun jacht: ze jagen op vliegende insecten,
die ze in de lucht vangen. De larven van libellen leven van waterdieren,
zoals kikkervisjes, watervlooien en kleine vissen. Deze larven leven in
zoet water. De volwassen dieren zijn vaak erg mobiel en vindt men ook ver
buiten het water. Libellen zijn bij de regulatie van hun lichaamstemperatuur sterk afhankelijk van de zon.
Hun gedrag is aangepast aan een optimale benutting van het zonlicht. Wanneer de buitentemperatuur
nog laag is, verzamelen ze zich vaak op zonnige, beschutte plekken.
Levenscyclus Libellen
Libellen zijn sterk
afhankelijk van het weer. De ontwikkelingstijd van ei en larve hangen af
van de omgevingstemperatuur, en volwassen libellen zijn voor de
regulatie van hun lichaamstemperatuur afhankelijk van de zon. De levenscyclus van libellen
bestaat uit 3 fasen: de eifase, het larvale stadium en de volwassen
libel (imago). Het eistadium duurt één tot enkele weken,
afhankelijk van de omgevingstemperatuur. Sommige soorten, waaronder de
pantserjuffers en de meeste glazenmakers brengen hun eerste winter door
als ei. De eitjes gaan dan in diapauze.
De duur van het larvale stadium wordt voor een groot deel bepaald door het voedselaanbod en de
temperatuur. In voedselarme en koude situaties duurt de ontwikkeling langer dan
wanneer er veel voedsel is, en dit kan soms wel enkele jaren duren.
De
larven overwinteren één of meerdere malen voordat hier in het voorjaar
de imago's uitkomen. De gedaanteverwisseling van larve naar imago wordt uitsluipen
genoemd. De imago kan enkele weken oud worden. Vergeleken met
het larvale stadium is dit relatief kort. Als volwassen libel of juffer
is het risico groter om gepredeerd te worden, en ook de weersinvloeden
zijn groter: bij slecht weer kan geen voedsel gezocht worden. Imago's
van waterjuffers leven zo'n 1 tot 3 weken, echte libellen tot ca. 5
weken (Bos&Wasscher, 1997).
Vliegtijden van libellen
 |
Vuurjuffer
Foto: Henk van den Burg |
Libellen vliegen van april tot en met oktober. Bij uitzondering worden
ze buiten deze periode gezien. Een van de eerste juffers in het voorjaar
is de Vuurjuffer (Phyrrosoma nymphula), die in 2004 op 15 april
voor het eerst werd gezien. Van de echte libellen is de Viervlek (Libellula
quadrimaculat) een van de vroege soorten. In 2004 werd het eerste
exemplaar van deze soort op 17 april gezien. Een andere voorjaarssoort, de
Glassnijder
(Brachytron pratense), en de Vuurjuffer overwinteren in het laatste larvale stadium,
en kunnen hierdoor snel uitsluipen bij geschikte temperaturen. Libellen
als pantserjuffers (Lestes), veel glazenmakers (Aeshna) en
heidelibellen (Sympetrum) overwinteren in een minder ver
gevorderd larvaal stadium of als ei, en moeten dan in het voorjaar nog een
deel van de ontwikkeling doormaken alvorens uit te sluipen. De verschijning van
deze soorten is dan ook minder massaal dan zich bij de vroege soorten soms kan voordoen.
Vervroeging van vliegtijd
De afgelopen 10 jaar zijn libellen steeds vroeger gaan vliegen (Ketelaar,
2003), tot soms wel een maand eerder. De eerste waarnemingen zijn
steeds vroeger gemeld: dit is voor een deel toe te schrijven aan het
feit dat libellenwaarnemers de laatste jaren steeds eerder naar libellen
zijn gaan zoeken. Echter, de vliegtijd als geheel is voor een aantal
soorten duidelijk naar voren opgeschoven. De grootste verandering is
gevonden bij de Vuurjuffer
(Phyrrosoma nymphula): per jaar vliegt deze soort gemiddeld bijna
een dag vroeger. Ook is een vervroeging gevonden bij twee andere
juffers, de Weidebeekjuffer
(Calopteryx splendens) en de Azuurwaterjuffer (Coenagrion
puella). Bij deze soorten is de piekvliegtijd de afgelopen 20 jaar
zo'n twee weken vervroegd.
Literatuur
- Ketelaar, R., 2003. Libellen vliegen
vroeger en noordelijker: een gevolg van klimaatsverandering? De Levende
Natuur 104: 83-85.
- Bos, F. & M. Wasscher, 1997. Veldgids
Libellen, KNNV Uitgeverij, Utrecht
- Dijkstra, K.-D. B., V.J. Kalkman, R. Ketelaar & M.J.T. van der Weide,
2002. Nederlandse Fauna 4: De Nederlandse Libellen (Odonata). KNNV Uitgeverij,
Utrecht/EIS, Leiden

Copyright © 2010 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|