Achtergrondinformatie Vlinders
|
|
Vliegtijd
Vlinders zijn koudbloedig, ze kunnen hun lichaamstemperatuur
niet op een constant niveau houden. Hun vliegspieren moeten warm zijn om snel te
kunnen samentrekken, en dus om te vliegen. Ze hebben hier zonnewarmte voor nodig.
Hiertoe gebruiken dagvlinders hun vleugels als zonnecollectoren.
Ze hebben hier verschillende strategieën voor: vlinders met lichte vleugels houden hun vleugels
zo dat het licht gereflecteerd wordt naar hun lichaam dat dan op kan warmen. Vaak is dit een V-stand. Vlinders met donkere
vleugels houden deze uitgespreid, zodat de warmte geabsorbeerd kan worden door het
donkere gedeelte van de vleugels. Wanneer vlinders op een warm voorwerp gaan zitten, houden ze hun vleugels hier dichtbij,
zodat deze opgewarmd worden doordat de lucht tussen de vlinder en het voorwerp opwarmt (zie de foto van de dagpauwogen).
Het moment waarop ze gaan vliegen in het voorjaar of in de zomer is dus voor een groot deel afhankelijk van de temperatuur
en zon. Hun optimale lichaamstemperatuur ligt tussen de 30 en 35șC. Deze temperatuur wordt bereikt door te zonnen (zie hierboven), en
wanneer de luchttemperatuur boven de 25șC komt, blijft het lichaam van een vlinder warm zonder te zonnen.
Vooral het microclimaat is belangrijk voor een vlinder. In het voorjaar zullen dergelijk hoge buitentemperaturen niet gehaald
worden, maar in het microklimaat op de plek waar de vlinder zit kunnen temperatuur en luchtvochtigheid veel afwijken van
het "gewone" weer.
Overwintering bij vlinders
Vlinders kunnen op verschillende
manieren de winter doorkomen: sommige soorten overwinteren als eitje,
andere als rups of pop, en er zijn ook soorten die als volgroeide vlinder
overwinteren.
Vlinders uit deze laatste categorie kruipen in het najaar weg op vorstvrije
plekken, en je kunt ze ook in huis tegen komen. Bekende soorten die
dit doen zijn Citroenvlinder,
Kleine
vos ,
Gehakkelde aurelia en Dagpauwoog.
Deze vlinders ziet men dan ook als eerste vliegen in het voorjaar,
wanneer het even warmer wordt. Ook voor de Atalanta zijn aanwijzigen
dat deze soort de laatste jaren in ons land heeft overwinterd. De
Atalanta is een trekvlinder die normaal overwintert rond de Middellandse
Zee. Tegenwoordig verschijnen er samen met de normale vlinderoverwinteraars
ook Atlanta's in januari en februari. Het is aannemelijk dat deze
in ons land de winter hebben doorgebracht. Ziet u een overwinterende
Atalanta, dan willen we dit graag van u horen!
Het Oranjetipje,
Landkaartje, Klein- en Groot
koolwitje, Groentje en
Boomblauwtje overwinteren als pop. Het Zwartsprietdikkopje
overwintert als een van de weinige vlinders als eitje, met daarin
een ontwikkelde rups. Deze rupsen moeten nadat ze volgroeid zijn ook
nog verpoppen. Zwartsprietdikkopjes vliegen dan ook pas vanaf half
juni. Soorten die als pop, rups of eitje overwinteren, moeten bij
het warmer worden in het voorjaar nog een stukje van hun ontwikkeling
afmaken en de zogenaamde vlinderoverwinteraars hoeven dat niet. Oranjetipje,
Landkaartje, Klein- en Groot koolwitje, Groentje en Boomblauwtje overwinteren
als pop. Het Zwartsprietdikkopje overwintert als een van de weinige
vlinders als eitje, met daarin een ontwikkelde rups. Deze rupsen moeten
nadat ze volgroeid zijn ook nog verpoppen. Zwartsprietdikkopjes vliegen
dan ook pas vanaf half juni.
andere insecten in het voorjaar
Wanneer in het voorjaar de temperaturen weer omhoog
gaan, komt al snel het Lieveheersbeestje (familie Coccinellidae)
tevoorschijn. Deze soort brengt de winter door onder loszittende boomschors
of dood riet. Een klein beetje zon en een beschut plekje waar het
snel op kan warmen zijn vaak voldoende om ze te laten ontwaken. Andere
overwinterende insecten die rond maart weer te voorschijn komen zijn
de hommels. Hommels overwinteren in de grond. Deze overwinteraars
zijn allemaal koninginnen die een nest gaan stichten. Hommels die
je nu laag over de grond ziet rondvliegen zijn koninginnen die op
zoek zijn naar een geschikt holletje. Hun eerste larven voeren ze
zelf, later nemen de werksters die taak over.


Copyright © 2010 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|