De Natuurkalender
|
|
De Natuurkalender is in 2001 van start gegaan op initiatief van Wageningen Universiteit en
VARA's Vroege Vogels. Het project wordt mede mogelijk
gemaakt door een aantal organisaties en bedrijven. Waarnemingen kunnen door iedereen aangeleverd worden. Hieronder vindt u
meer informatie over het project.
Doelstellingen
De Natuurkalender is een nationaal educatief/wetenschappelijk
waarnemingsprogramma dat zich richt op het in kaart brengen van de
effecten van klimaatverandering op de jaarlijks terugkerende
verschijnselen in de natuur. Voorbeelden van die jaarlijks terugkerende
verschijnselen zijn het moment van bloei, bladontplooiing en bladval bij
planten, maar ook de start van vogeltrek en het verschijnen van vlinders
en andere insecten. Dit zijn gebeurtenissen die sterk van het weer
afhankelijk zijn en die door iedereen elke dag 'in de achtertuin'
bekeken kunnen worden. De tak van wetenschap die de verschijnselen in de
natuur bestudeert is de fenologie.
De doelstellingen van De Natuurkalender zijn:
- Het vergroten van ons inzicht in de gevolgen van
klimaatverandering voor de natuur in Nederland;
- Het vergroten van de betrokkenheid van mensen bij
de natuur in hun directe omgeving;
- Het in kaart brengen van de gevolgen van
veranderingen in de natuur voor gezondheid, landbouw en bosbouw;
- Het ontwikkelen van interactieve ecologische
educatieprogramma's voor scholieren en volwassenen.
Klimaatverandering: veranderingen in de natuurkalender
Natuurlijke processen als bloei en start van vogeltrek
vinden elk jaar in een vaststaande periode plaats. Zo vormen ze een
natuurkalender. Temperatuur, neerslag en daglengte beïnvloeden in
belangrijke mate deze kalender. Planten zullen bij een warm voorjaar
bijvoorbeeld vroeger bloeien en eerder in blad komen dan in een koud
jaar. Figuur 1 laat zien dat een hogere
gemiddelde temperatuur in de maanden februari, maart en april resulteert
in een eerder in blad komen van de Paardekastanje.
Figuur 1: Start bladontplooiing
Paardekastanje in Nederland in relatie met temperatuur (1901-1959). Dag
1 is 1 januari, dag 80 is 21 maart.

Veranderingen in de temperatuur en neerslag als gevolg
van klimaatverandering zullen de natuurkalender van veel soorten
veranderen. Figuur 2 laat zien dat de
temperatuur op aarde de laatste paar jaren gestegen is. Er komen
momenteel veel gegevens binnen die aantonen dat de natuur sterk op deze
temperatuursverandering reageert. Figuur 3 laat
bijvoorbeeld zien dat de Eik in Engeland een maand eerder in blad komt
dan 50 jaar terug. Dit soort gegevens en gegevens die we met het
Natuurkalenderproject willen verkrijgen, kunnen niets zeggen over hoe
het klimaat in de toekomst zal veranderen. Ook zeggen ze niets over de
oorzaken van de veranderingen in het klimaat. De resultaten kunnen
echter wel heel goed aantonen wat de gevolgen voor de natuurlijke
systemen kunnen zijn.
Figuur 2: Mondiaal
temperatuursverloop in de afgelopen eeuw. De nullijn is de gemiddelde
temperatuur in de periode 1856-1899. De groene lijn geeft de afwijking
van dat gemiddelde in de periode 1856-1999, de blauwe lijn is het
gladgestreken gemiddelde daarvan over 15 jaar.

Figuur 3: Verandering in moment van
bladontplooiing van Eik in Surrey, UK.

 Gevolgen van de klimaatverandering voor de natuurkalender
De verandering in de ontwikkelingssnelheid van
organismen heeft grote gevolgen voor de soortensamenstelling en
vitaliteit van de natuur in ons land en daardoor ook voor onze
gezondheid en de landbouw. Een verhoogde temperatuur heeft tot gevolg
dat het groeiseizoen langer wordt, omdat planten eerder beginnen met
bladontplooiing en bloei. Waarschijnlijk is er dan een toename van de
kans op vorstschade in het voorjaar, omdat er ondanks de
temperatuurstijging nog steeds wel nachtvorst kan optreden en de periode
waarin die vorst schade kan aanbrengen langer wordt. De
temperatuurstijging zal soort-soortinteracties beinvloeden. Denk hierbij
aan de voedselbeschikbaarheid voor insecten en vogels, en aan de
bestuiving van planten. Een mooi voorbeeld is de Bonte
vliegenvanger,
die in de problemen komt met broeden (zie
persbericht NIOO). Door de verandering van groeiseizoen van bepaalde
planten kunnen insectenplagen frequenter voorkomen (bijvoorbeeld die van
de Eikenprocessie-rups). Een mogelijk gunstig gevolg van
temperatuurstijging is dat een langer groeiseizoen zorgt voor een
verandering van koolstofvastlegging uit de atmosfeer in de vegetatie.
Als bomen langer kunnen groeien, zullen ze namelijk meer CO2 uit de
lucht halen.
Veranderingen in de natuurkalender hebben belangrijke
consequenties voor onze gezondheid. De start en lengte van het
groeiseizoen van bepaalde planten bepalen namelijk direct de start en de
duur van hooikoorts. Minstens een kwart van de mensen in Nederland heeft
hier elk jaar last van. Verder spelen veranderingen in de natuurkalender
een belangrijke rol in de verspreiding van allerlei ziekten zoals
bijvoorbeeld malaria en de ziekte van Lyme, omdat de omstandigheden voor
muggen en teken, de overbrengers van deze ziektes, steeds gunstiger
worden.
De natuurkalender is zoals gezegd ook voor de landbouw uitermate
belangrijk. De genoemde mogelijke toename van vorstschade en
insectenplagen kan de kwaliteit van gewassen ernstig aantasten. Verder
zijn er nog andere mogelijke gevolgen. Een langer groeiseizoen zou
gunstig kunnen zijn, omdat de opbrengst groter wordt. Aan de andere kant
zouden kunnen gewassen ook te hard kunnen gaan groeien waardoor hun
kwaliteit afneemt. Over deze zaken is nu nog erg weinig bekend.
Hoe werkt De Natuurkalender?
De Natuurkalender is er op gericht om met hulp van
Nederlanders gestructureerd fenologische waarnemingen uit Nederland te
verzamelen en te analyseren. We willen met De Natuurkalender ook beter
toegang krijgen tot fenologische waarnemingen die door mensen in
Nederland in het verleden gemaakt zijn. Veel Nederlanders blijken
namelijk al jarenlang uit zichzelf processen als bloei en het
verschijnen van insecten of vogels bij te houden.
Door oude en nieuwe fenologische gegevens bij elkaar
te brengen willen we een beter inzicht krijgen in de volgende
wetenschappelijke vragen:
- hoe wordt de fenologie in Nederland bepaald door
het klimaat?
- hoe is de fenologie als gevolg van de waargenomen
verandering in de temperatuur al veranderd?
- hoe zal de fenologie onder een eventuele
toekomstige verandering in het klimaat veranderen?
- wat voor een gevolgen hebben al deze veranderingen
voor de ecologie, de landbouw, de bosbouw en onze gezondheid?
Wie kunnen meedoen?
In principe kan iedereen die een paar planten en/of
diersoorten kan herkennen meedoen. Je hoeft dus geen natuurkenner te
zijn om aan De Natuurkalender bij te dragen. Voor scholieren is er ook
de mogelijkheid om in klasverband aan De Natuurkalender mee te doen. Tot
nu toe gebeurt dit alleen nog in het kader van het GLOBE-programma.
GLOBE staat voor Global Learning and Observations to Benefit the
Environment. Het GLOBE programma is een internationaal educatief
wetenschap- en milieuprogramma. Duizenden scholieren uit 85 landen
verzamelen milieudata in hun schoolomgeving ten behoeve van
wetenschappelijk onderzoek. GLOBE stelt scholen in staat om via Internet
data te verwerken en met elkaar in contact te komen .
Hoe doe je mee?
Je kunt je aanmelden via deze link.
Hoe doe je de waarnemingen?
Om De Natuurkalender voor een brede groep van mensen
toegankelijk te maken hebben we een beperkt aantal planten, vogels en
insecten gekozen. Veel van deze soorten zijn eenvoudig te herkennen. Je
mag zelf kiezen welke soorten je in de gaten gaat houden. Er is hiervoor
geen minimum of maximum aantal. Er zijn echter wel een aantal regels
(met name voor planten) waar je je bij het waarnemen aan moet houden. Om
de waarnemingen met elkaar te kunnen vergelijken moeten bijvoorbeeld
alle deelnemers een zelfde definitie van de verschijnselen in de natuur
gebruiken. Het moment van eerste bloei of bladontplooiing kan namelijk
door verschillende mensen op een andere manier beoordeeld worden. Dit
moeten we zoveel mogelijk voorkomen om de wetenschappelijke analyse van
de waarnemingen goed te kunnen uitvoeren. De regels en de definities
zijn te vinden in de Handleiding.
Hoe geef je je waarnemingen door?
Er zijn twee manieren waarop je je waarnemingen door
kunt geven: via het internet of via de telefoon (de Fenolijn).
Internet:
Voor de analyse van de waarnemingen heeft het gebruik van internet bij
het doorgeven van de waarnemingen de voorkeur. De waarnemingen kunnen
dan sneller automatisch verwerkt worden. Je komt bij de invulformulieren
via de link 'Voeg waarneming toe' in de linkerbalk.
Fenolijn:
035 67 11 338. Indien je tijdelijk geen toegang hebt tot internet
kun je jouw waarneming per telefoon doorgeven door de Fenolijn te bellen.
Je krijgt dan een antwoordapparaat waarop je de volgende informatie in
moet spreken voor elke waarneming:
- Je naam,
- Je postcode
- Plaatsnaam waar de waarneming gedaan is,
- soortnaam,
- Verschijnsel in de natuur wat waargenomen is (bijvoorbeeld
bloei),
- Datum van waarneming.
Hoe blijf je op de hoogte van de resultaten?
Er zijn een aantal manieren waarop je op de hoogte
kunt blijven van de ontwikkelingen en de resultaten van De
Natuurkalender. Het VARA radioprogramma Vroege Vogels speelt hierin een
belangrijke rol. Vroege Vogels wordt elke zondagmorgen van 8:05 tot
10:00 op radio 1 uitgezonden en zal bijna het gehele jaar door elke week aandacht
besteden aan De Natuurkalender.
Natuurlijk houden we op deze website de laatste ontwikkelingen bij.
Bovendien kun je er ook alle andere informatie over De Natuurkalender
vinden en discussieren met andere waarnemers. De site wordt in ieder
geval wekelijks bijgewerkt. Dit is de beste plek om steeds op de hoogte
te blijven!
Tenslotte zullen de resultaten ook via de ledenbladen van de betrokken
organisaties verspreid worden, en sturen we af en toe alle waarnemers
overzichtjes toe per post. Dit zal uiteraard op een minder frequente
basis plaatsvinden dan met Vroege Vogels en het internet mogelijk is.

Copyright © 2010 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|