Regels voor het waarnemen
|
|
Het doel van de waarnemingen is te bepalen op welke dag in het jaar voor het eerst een bepaalde fenologische fase (bloei, bladval, vogeltrek, etc.) bereikt is. De gegevens zullen worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek, daarom is het belangrijk dat iedereen op dezelfde manier te werk gaat. We hebben daartoe eenvoudige regels opgesteld, waaraan iedere waarnemer zich moet houden om bruikbare gegevens te kunnen verzamelen.
1. Kies de soorten die u gaat waarnemen
Binnen het waarnemingsprogramma kunt u uit vele tientallen soorten planten en dieren kiezen welke u wilt observeren. Deze website geeft een overzicht van alle soorten. Veel soorten zijn eenvoudig te herkennen, maar er zijn ook soorten opgenomen die meer geschikt zijn voor de ervaren natuurwaarnemers. Geef alleen waarnemingen door als u zeker weet om welke soort het gaat.
2. Gebruik de juiste definities voor fenofasen
Voor het wetenschappelijk onderzoek, vergelijking in plaats en tijd en internationale uitwisseling is het belangrijk dat alle waarnemers dezelfde definities hanteren voor de start van bijvoorbeeld bloei of bladontplooiing. Vooral de fasen van ontwikkeling van planten worden soms door mensen verschillend uitgelegd.
3. Bepaal de locatie van waarnemen
U kunt zelf de plaats of plaatsen in Nederland bepalen waar u uw waarnemingen doet. Dit kan uw achtertuin zijn, het bos of weiland in de buurt of in de berm. U kunt ervoor kiezen om individuen op verschillende standplaatsen /locaties waar te nemen. De waarnemingen van deze locaties moeten dan ook apart worden doorgegeven. Het is namelijk zeer waarschijnlijk dat de ene locatie vroeger is dan de andere. We willen dan juist graag de gegevens van beide locaties ontvangen.
Bij planten is de standplaats erg belangrijk voor de fenologische ontwikkeling. We vragen u om locaties met speciale meteorologische omstandigheden te vermijden, zoals een plant tegen een zuidmuur van het huis. Planten die voor waarneming geselecteerd worden, moeten daarom bij voorkeur op meer dan tien meter van een gebouw staan en niet op een noord- of zuidhelling (tenzijhet een heuvelachtig gebied is).
4. Ga regelmatig kijken
Het is belangrijk dat u regelmatig op de plek komt waar u de waarneming doet. Door regelmatig (liefst elke dag) op een bepaalde plaats te komen, heeft u de meeste kans exact de eerste dag van een nieuwe fenologische fase (fenofase) vast te stellen. Goede locaties zijn bijvoorbeeld uw tuin of de route naar uw werk of de winkel. Waarnemingen die u tijdens een vakantie of een incidentele wandeling doet zijn niet bruikbaar.
5. Kies elk jaar dezelfde locatie
Als u besluit meerdere jaren te gaan observeren, is het wenselijk om elk jaar zoveel mogelijk op dezelfde locatie (bij bomen dezelfde boom) te observeren.
6. Geef uw waarneming door
U kunt uw waarnemingen doorgeven op deze website. Het is mogelijk om de plaats van de waarneming zeer nauwkeurig aan te geven. Als u inlogt voordat u uw waarneming doorgeeft, kunt u uw eigen waarnemingen later terugzien. Heeft u geen toegang tot internet, dan kunt u bij ons speciale waarnemingsformulieren aanvragen.
Wij verzoeken u dringend om soorten of fenofasen die niet in de Natuurkalender zijn opgenomen niet door te geven door bijvoorbeeld een andere soort in te vullen met een opmerking erbij. Dit 'vervuilt' onze gegevens. Wij moeten dan eerst alle gegevens 'opschonen' voordat wij wetenschappelijke analyses kunnen doen.

Copyright © 2010 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|