Natuurkalender
Nieuws en agenda
Meedoen
Scholen
Projecten
Waarnemingen
Informatie soorten
Achtergrondinformatie
Links
Zoeken
Landbouw
Teken
Hooikoorts
Eikenprocessierups
Ganzen

Nieuws:

11 mei: Veel minder berkenpollen; graspollenseizoen begint

6 mei: Plantenbloei nog week eerder dan normaal

29 april: Tweestippelig lieveheersbeestje eet eikenprocessierups

27 april: Logboekweer.nl geeft fenologie informatie

23 april: Tekenactiviteit neemt komende week toe

 

Europees onderzoek schetst somber wereldbeeld in 2030

12 MEI 2003

In 2030 zal het wereldenergieverbruik verdubbeld zijn; fossiele brandstoffen, voornamelijk olie, blijven de overheersende energiebronnen en kooldioxide-emissies zullen bijna tweemaal zo hoog zijn als in 1990, volgens onderzoek dat vandaag door de Europese Commissie wordt gepubliceerd. In het rapport "World Energy, Technology and Climate Policy Outlook" (Mondiale beleidsvooruitzichten inzake energie, technologie en klimaat) wordt voor het eerst een gedetailleerd beeld gegeven van de mondiale problemen die binnen dertig jaar worden verwacht.

De studie bekijkt het langetermijneffect van milieumaatregelen ten aanzien van de terugdringing van broeikasgassen en het stimuleren van een groter gebruik van duurzame energiebronnen. De ontwikkelingslanden zullen wellicht een grote invloed op het mondiale energiebeeld hebben, omdat zij meer dan 50 procent van de wereldenergiebehoefte vertegenwoordigen en een overeenkomstig niveau van CO2-emissies hebben. Voorts zal, ten opzichte van de cijfers van 1990, de bijdrage van de Verenigde Staten tot de CO2-emissies gestegen zijn met 50 procent, tegenover een stijging met 18 procent in de Europese Unie.

"Wij kunnen het ons niet veroorloven deze onderzoekresultaten en de implicaties daarvan voor de wereldwijde duurzame ontwikkeling te negeren," zei Europees Onderzoekcommissaris Philippe Busquin." Om onze energievoorziening te beschermen en onze verplichtingen van Kyoto na te komen, moet Europa zijn onderzoeksinspanningen intensiveren. Het nieuwe EU-kaderprogramma voor onderzoek stimuleert initiatieven die gericht zijn op duurzame energiebronnen, brandstofcellen en waterstoftechnologieën. Deze studie biedt ons een waardevol inzicht in de mondiale energie- en milieuproblemen van de toekomst. Op basis daarvan kunnen wij onze toekomstige prioriteiten inzake onderzoek & technologische ontwikkeling op energie- en milieugebied vaststellen."

Het rapport "World Energy, Technology, and Climate Policy Outlook" (WETO) is opgesteld door een consortium van onderzoekteams uit de EU, waaronder ENERDATA en CNRS-IEPE in Frankrijk, het Federaal Planbureau in België en de vestiging van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Commissie in Sevilla, Spanje.

Het WETO-rapport bekijkt veranderingen in energie en milieupatronen in de komende 30 jaar. Dit is een prioriteit voor het 6e kaderprogramma voor onderzoek van de EU, waarin voor de volgende vier jaar 2,120 miljard is uitgetrokken voor "Duurzame ontwikkeling, veranderingen in het aardsysteem en ecosystemen".

Het rapport behandelt:

- mondiale energieprognoses;

- technologische vooruitgang op energiegebied (waaronder leercurves en specifieke technologieën op het gebied van elektriciteitsopwekking);

- effecten van het beleid inzake klimaatverandering (waaronder CO -terugdringing en de gevolgen van versnelde technologische ontwikkelingen).

Het WETO-rapport behandelt op een gekwantificeerde manier kwesties zoals de gasmarkt in de EU of technologische ontwikkelingen. Uitgaande van een reeks goed gefundeerde basisaannames over economische activiteiten, bevolkingsontwikkelingen en koolwaterstofvoorraden, geeft het rapport een uitvoerige beschrijving van de ontwikkeling van de mondiale en Europese energiesystemen, gelet op de effecten van het beleid inzake klimaatverandering.

De resultaten van het WETO-rapport zijn in hoofdzaak verkregen door gebruik te maken van een wereldenergiemodel ("POLES") dat de laatste tien jaar door de verschillende EU-initiatieven voor onderzoek op energiegebied is ontwikkeld.

De wereldenergiebehoefte zal tussen 2000 en 2030 met ongeveer 1,8 procent per jaar stijgen. Meer dan de helft van de wereldenergiebehoefte zal naar verwachting afkomstig zijn van de ontwikkelingslanden, tegenover 40 procent vandaag. De CO2-emissies zullen stijgen met gemiddeld 2,1 procent per jaar. Mondiaal zullen de CO2-emissies tegen 2030 44.000 miljoen ton bedragen. De industrie zal 35 procent van energiebehoefte voor haar rekening nemen, de vervoersector 25 procent en diensten en huishoudens 40 procent.

De mondiale olieproductie zal stijgen met ongeveer 65 procent tot zowat 120 miljoen vaten per dag in 2030: aangezien driekwart van deze toename afkomstig is uit OPEC-landen, zal de OPEC in 2030 60 procent van totale olievoorziening leveren (tegenover 40 procent in 2000). De gasproductie zal naar verwacht tussen 2000 en 2030 verdubbelen. De olie- en gasprijzen zullen aanzienlijk stijgen: de olieprijs zal in 2030 wellicht 35 per vat bedragen.

De elektriciteitsproductie zal gestaag toenemen in een gemiddeld tempo van 3 procent per jaar. De rol van gas en steenkool in de elektriciteitsproductie zal prominenter worden. Duurzame energiebronnen, vooral windenergie, krijgen een aandeel van 4 procent.

De Europese CO2-emissies zullen in 2030 stijgen met 18 procent in vergelijking met het niveau van 1990 (in de V.S. ligt de toename rond 50 procent). Terwijl de emissies van ontwikkelingslanden in 1990 30 procent van het totaal vertegenwoordigden, zullen deze landen in 2030 verantwoordelijk zijn voor meer dan de helft van de CO2-emissies in de wereld. Europa zal steeds meer afhankelijk worden van gas als energiebron, maar de gasproductie zal zich concentreren in de vroegere Sovjet-Unie en het Midden-Oosten, waardoor de energieafhankelijkheid van Europa toeneemt.

Mochten er nieuwe energiebronnen komen, dan kunnen de emissiedoelstellingen van Kyoto gemakkelijker worden bereikt: volgens de ramingen van het WETO-rapport zouden de kosten om deze doelstellingen te verwezenlijken maximaal met 30 procent worden gedrukt als kernenergie of duurzame energie op grote schaal worden gebruikt. Grote emissiedalingen zouden ook kunnen worden gerealiseerd door de energiebehoeften en de koolstofintensiteit van het energieverbruik te beperken. De industrie zal naar verwachting de grootste inspanning leveren om de energiebehoefte te verminderen. Een daling van koolstofintensief energieverbruik zou in de eerste plaats moeten komen van de vervanging van steenkool door gas en biomassa, en in mindere mate olie. Bij dit scenario moet ook rekening worden gehouden met een aanzienlijke stijging van de productie van wind-, zonne- en hydro-elektrische energie.

Bron: Europese Commissie

Additionele informatie:

  • http://www.vrom.nl/pagina.html?id=10914
    (van Geel (VROM over Europees klimaatbeleid)
  • http://europa.eu.int/comm/environment/climat/eccp.htm
    Second ECCP Progress Report - Can we meet our Kyoto targets? European Climate Change Programme (ECCP)
  • http://europa.eu.int/rapid/start/cgi/guesten.ksh?p_action.gettxt=gt&doc=IP/03/632|0|RAPID&lg=EN
    Persbericht

Terug naar boven


Copyright © 2002 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse, Wageningen Universiteit.
Voor het laatst aangepast: 01 February 2005 17:09