Europees onderzoek schetst somber wereldbeeld in 2030
12 MEI 2003
In 2030 zal het wereldenergieverbruik verdubbeld zijn; fossiele
brandstoffen, voornamelijk olie, blijven de overheersende energiebronnen
en kooldioxide-emissies zullen bijna tweemaal zo hoog zijn als in 1990,
volgens onderzoek dat vandaag door de Europese Commissie wordt
gepubliceerd. In het rapport "World Energy, Technology and Climate
Policy Outlook" (Mondiale beleidsvooruitzichten inzake energie,
technologie en klimaat) wordt voor het eerst een gedetailleerd beeld
gegeven van de mondiale problemen die binnen dertig jaar worden verwacht.
De studie bekijkt het langetermijneffect van milieumaatregelen ten
aanzien van de terugdringing van broeikasgassen en het stimuleren van een
groter gebruik van duurzame energiebronnen. De ontwikkelingslanden zullen
wellicht een grote invloed op het mondiale energiebeeld hebben, omdat zij
meer dan 50 procent van de wereldenergiebehoefte vertegenwoordigen en een
overeenkomstig niveau van CO2-emissies hebben. Voorts zal, ten opzichte
van de cijfers van 1990, de bijdrage van de Verenigde Staten tot de
CO2-emissies gestegen zijn met 50 procent, tegenover een stijging met 18
procent in de Europese Unie.
"Wij kunnen het ons niet veroorloven deze onderzoekresultaten en
de implicaties daarvan voor de wereldwijde duurzame ontwikkeling te
negeren," zei Europees Onderzoekcommissaris Philippe Busquin."
Om onze energievoorziening te beschermen en onze verplichtingen van Kyoto
na te komen, moet Europa zijn onderzoeksinspanningen intensiveren. Het
nieuwe EU-kaderprogramma voor onderzoek stimuleert initiatieven die
gericht zijn op duurzame energiebronnen, brandstofcellen en
waterstoftechnologieën. Deze studie biedt ons een waardevol inzicht in de
mondiale energie- en milieuproblemen van de toekomst. Op basis daarvan
kunnen wij onze toekomstige prioriteiten inzake onderzoek &
technologische ontwikkeling op energie- en milieugebied vaststellen."
Het rapport "World Energy, Technology, and Climate Policy
Outlook" (WETO) is opgesteld door een consortium van onderzoekteams
uit de EU, waaronder ENERDATA en CNRS-IEPE in Frankrijk, het Federaal
Planbureau in België en de vestiging van het Gemeenschappelijk Centrum
voor Onderzoek van de Commissie in Sevilla, Spanje.
Het WETO-rapport bekijkt veranderingen in energie en milieupatronen in
de komende 30 jaar. Dit is een prioriteit voor het 6e kaderprogramma voor
onderzoek van de EU, waarin voor de volgende vier jaar 2,120 miljard is
uitgetrokken voor "Duurzame ontwikkeling, veranderingen in het
aardsysteem en ecosystemen".
Het rapport behandelt:
- mondiale energieprognoses;
- technologische vooruitgang op energiegebied (waaronder leercurves en
specifieke technologieën op het gebied van elektriciteitsopwekking);
- effecten van het beleid inzake klimaatverandering (waaronder CO
-terugdringing en de gevolgen van versnelde technologische
ontwikkelingen).
Het WETO-rapport behandelt op een gekwantificeerde manier kwesties
zoals de gasmarkt in de EU of technologische ontwikkelingen. Uitgaande van
een reeks goed gefundeerde basisaannames over economische activiteiten,
bevolkingsontwikkelingen en koolwaterstofvoorraden, geeft het rapport een
uitvoerige beschrijving van de ontwikkeling van de mondiale en Europese
energiesystemen, gelet op de effecten van het beleid inzake
klimaatverandering.
De resultaten van het WETO-rapport zijn in hoofdzaak verkregen door
gebruik te maken van een wereldenergiemodel ("POLES") dat de
laatste tien jaar door de verschillende EU-initiatieven voor onderzoek op
energiegebied is ontwikkeld.
De wereldenergiebehoefte zal tussen 2000 en 2030 met ongeveer 1,8
procent per jaar stijgen. Meer dan de helft van de wereldenergiebehoefte
zal naar verwachting afkomstig zijn van de ontwikkelingslanden, tegenover
40 procent vandaag. De CO2-emissies zullen stijgen met gemiddeld 2,1
procent per jaar. Mondiaal zullen de CO2-emissies tegen 2030 44.000
miljoen ton bedragen. De industrie zal 35 procent van energiebehoefte voor
haar rekening nemen, de vervoersector 25 procent en diensten en
huishoudens 40 procent.
De mondiale olieproductie zal stijgen met ongeveer 65 procent tot zowat
120 miljoen vaten per dag in 2030: aangezien driekwart van deze toename
afkomstig is uit OPEC-landen, zal de OPEC in 2030 60 procent van totale
olievoorziening leveren (tegenover 40 procent in 2000). De gasproductie
zal naar verwacht tussen 2000 en 2030 verdubbelen. De olie- en gasprijzen
zullen aanzienlijk stijgen: de olieprijs zal in 2030 wellicht 35 per vat
bedragen.
De elektriciteitsproductie zal gestaag toenemen in een gemiddeld tempo
van 3 procent per jaar. De rol van gas en steenkool in de
elektriciteitsproductie zal prominenter worden. Duurzame energiebronnen,
vooral windenergie, krijgen een aandeel van 4 procent.
De Europese CO2-emissies zullen in 2030 stijgen met 18 procent in
vergelijking met het niveau van 1990 (in de V.S. ligt de toename rond 50
procent). Terwijl de emissies van ontwikkelingslanden in 1990 30 procent
van het totaal vertegenwoordigden, zullen deze landen in 2030
verantwoordelijk zijn voor meer dan de helft van de CO2-emissies in de
wereld. Europa zal steeds meer afhankelijk worden van gas als energiebron,
maar de gasproductie zal zich concentreren in de vroegere Sovjet-Unie en
het Midden-Oosten, waardoor de energieafhankelijkheid van Europa toeneemt.
Mochten er nieuwe energiebronnen komen, dan kunnen de
emissiedoelstellingen van Kyoto gemakkelijker worden bereikt: volgens de
ramingen van het WETO-rapport zouden de kosten om deze doelstellingen te
verwezenlijken maximaal met 30 procent worden gedrukt als kernenergie of
duurzame energie op grote schaal worden gebruikt. Grote emissiedalingen
zouden ook kunnen worden gerealiseerd door de energiebehoeften en de
koolstofintensiteit van het energieverbruik te beperken. De industrie zal
naar verwachting de grootste inspanning leveren om de energiebehoefte te
verminderen. Een daling van koolstofintensief energieverbruik zou in de
eerste plaats moeten komen van de vervanging van steenkool door gas en
biomassa, en in mindere mate olie. Bij dit scenario moet ook rekening
worden gehouden met een aanzienlijke stijging van de productie van wind-,
zonne- en hydro-elektrische energie.
Bron: Europese Commissie
Additionele informatie:
Terug naar boven
Copyright © 2002 Leerstoelgroep
Milieusysteemanalyse, Wageningen
Universiteit.
Voor het laatst aangepast: 01 February 2005 17:09
|