Natuurkalender
Nieuws en agenda
Meedoen
Scholen
Projecten
Waarnemingen
Informatie soorten
Achtergrondinformatie
Links
Zoeken
Landbouw
Teken
Hooikoorts
Eikenprocessierups
Ganzen

Nieuws:

11 mei: Veel minder berkenpollen; graspollenseizoen begint

6 mei: Plantenbloei nog week eerder dan normaal

29 april: Tweestippelig lieveheersbeestje eet eikenprocessierups

27 april: Logboekweer.nl geeft fenologie informatie

23 april: Tekenactiviteit neemt komende week toe

 

Klimaatverandering en Beleid

4 juni 2003

Op maandag 2 juni heeft in Amersfoort een minisymposium plaatsgevonden met het thema: "Consequenties van klimaatverandering voor het natuurbeleid". Het minisymposium was georganiseerd door de Raad voor het Landelijk Gebied en de Stichting De Levende Natuur. De Natuurkalender heeft actief bijgedragen door de resultaten van de eerste paar jaar te presenteren.

Op het symposium hebben deskundigen van onderzoeksinstellingen, maatschappelijke organisaties en overheden de consequenties van de klimaatverandering voor het natuurbeleid en de benodigde kennisvoorziening in kaart gebracht.

Het optreden van klimaatverandering was ten tijde van het formuleren van het huidige natuurbeleid nog relatief onzeker, nu is het realiteit. De vraag is dan ook of het huidige natuurbeleid voldoende rekening houdt met de gevolgen van klimaatverandering. Zijn er aanpassingen in het beleid en het beheer nodig? Zijn de doelstellingen van het natuurbeleid klimaatbestendig? Is het concept van de Ecologische Hoofdstructuur nog steeds een passende aanpak? Is het beheer voorbereid op klimaatverandering? Besteden we de beschikbare middelen nog effectief. Een groot aantal lastige vragen dus waar een antwoord op gevonden moet worden.

Op het minisymposium werd de bestaande kennis over de effecten van klimaatverandering op de natuur gepresenteerd, op basis van het themanummer van het tijdschrift De Levende Natuur over klimaatverandering (mei 2003). Ik was door de organisatie gevraagd om ter inleiding de resultaten van De Natuurkalender kort te presenteren. In de presentatie heb ik een groot aantal voorbeelden gegeven van de vervroeging van het voorjaar die is opgetreden als gevolg van de stijging van de temperatuur in de afgelopen jaren. De belangrijkste conclusies die we naar voren hebben gebracht zijn:

  1. De timing van vele fenologische processen wordt sterk bepaald door klimaatsvariabelen, met name temperatuur.
  2. Er zijn grote veranderingen in timing waargenomen in Nederland sinds eind jaren 80 (tot wel meer dan 30 dagen bij bijvoorbeeld Brem). De waargenomen veranderingen zijn in overeenstemming met veranderingen in de ons omringende landen.
  3. Verschillende soorten en soortsgroepen reageren verschillend op eenzelfde verandering in temperatuur.
  4. Processen die aan begin van het jaar plaatsvinden hebben grotere veranderingen laten zien wat te verklaren is door de stijging van de temperatuur. De temperatuur in de late winter en vroege lente is immers het sterkst gestegen.
  5. In de toekomst zullen de veranderingen zich doorzetten als het klimaat verder gaat veranderen.
  6. Veel bestaande interacties tussen soorten zullen niet meer kloppen. Planten en dieren zijn in veel gevallen voor voedsel afhankelijk van andere planten en dieren. Door ongelijke veranderingen in timing lopen ze elkaar mis. Er is duidelijk meer studie nodig naar deze interacties en naar de veranderingen die nu al optreden.
  7. Het is noodzakelijk om in het onderzoek meer aandacht te geven aan de mogelijke extreme veranderingen die op gaan treden in het klimaat. Een stijging van maximaal 9 graden Celsius zal meer betekenen voor de natuur dan een gemiddelde stijging van bijvoorbeeld 3 graden. Als we ons goed willen voorbereiden op mogelijke toekomstige gevolgen moeten we dus ook naar de uitersten kijken.
  8. Het doen van waarnemingen door vrijwilligers wat gecoördineerd wordt door organisaties als De Vlinderstichting, SOVON en FLORON is onmisbaar voor signalering van veranderingen in de natuur, wetenschappelijke analyse, versterken van bewustwording en het vergroten van de ondersteuning van lokaal, provinciaal en nationaal natuurbeleid.
  9. Het Natuurkalender initiatief geeft duidelijk aan dat waarnemingen en analyses een grote (sociale) impact kunnen hebben en dat ze een duidelijke functie kunnen hebben in het beleid.
  10. De Natuurkalender illustreert ook de noodzaak voor het bevorderen van een actieve samenwerking tussen wetenschap, NGO’s, media, beleid, private sector, en publiek. Dit resulteert namelijk in effectiever gebruik van kennis. Het geheel blijkt meer te zijn dan de som der delen.

Na de inleidende presentaties werd in kleine groepen de consequenties voor het natuurbeleid, het natuurbeheer en de benodigde kennisvoorziening besproken. De resultaten van deze discussies worden onder meer benut voor een advies over de Ecologische Hoofdstructuur dat de Raad voor het Landelijk Gebied momenteel voorbereidt. In het kader van de Ecologische Hoofdstructuur probeert het ministerie van LNV een ruimtelijk samenhangend netwerk van natuurgebieden te creëren, waaraan soorten kunnen overleven. Bestaande natuurgebieden worden in een netwerk door verbindingszones aan elkaar geschakeld. Daar waar gebieden te klein zijn worden ze vergroot, daarnaast worden nieuwe natuurgebieden aangelegd.

Deze Ecologische Hoofdstructuur werd door veel deskundigen, die aanwezig waren op het minisymposium, gezien als een van de mogelijkheden om de planten en dieren in Nederland op de veranderingen in het klimaat te laten reageren. Zodra de resultaten van het symposium beschikbaar zijn doen we er weer melding van.

Arnold van Vliet

De Raad voor het Landelijk Gebied is een onafhankelijk adviescollege voor Landbouw, Natuur, Bos en Landschap, Openluchtrecreatie en Visserij.

De Levende Natuur is een tijdschrift voor natuurbehoud en natuurbeheer (http://www.delevendenatuur.nl/)

 

Terug naar boven


Copyright © 2002 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse, Wageningen Universiteit.
Voor het laatst aangepast: 01 February 2005 17:09