Themanummer Klimaatverandering De Levende Natuur
Persbericht 4 juni 2003
Tijdschrift De Levende Natuur laat zien:
Klimaat
geeft flora en fauna compleet ander aanzien
De huidige klimaatsveranderingen hebben nu al grote gevolgen voor de
Nederlandse en Vlaamse flora en fauna. Als de verwachting uitkomt dat de
temperatuur deze eeuw nog twee graden zal stijgen, krijgen flora en fauna
in Nederland en Vlaanderen een compleet ander aanzien. Ten onrechte houdt
het natuurbeleid daar nog geen rekening mee. Dat zijn de belangrijkste
conclusies in het meinummer van De Levende Natuur.
Uitstervende soorten en nieuwkomers
Ons land is nu gemiddeld ca. 0,6 graad warmer dan aan het begin van de
twintigste eeuw. Als gevolg hiervan komen steeds meer soorten planten en
dieren vanuit het zuiden Nederland binnen en
breiden deze zuidelijke soorten zich sterk uit. Het gaat nu al om
honderden soorten. Opvallend is dat het oprukken van zuidelijke soorten
naar het noorden vaker voorkomt dan het verdwijnen van noordelijke soorten
uit ons land. Zo zijn er aanwijzingen dat bijv. bijna uitgestorven soorten
van heiden, zoals de Korhoen en het korstmos IJslands mos, het mede door
het warmer worden moeilijk hebben in Nederland.
De temperatuurverhoging geeft daarentegen meer kansen aan hier van
nature niet-thuishorende soorten. Het massaal oprukken van Japanse oester
in de kustwateren en de toename van Grote waternavel uit Noord-Amerika in
zoete wateren zijn bekende voorbeelden. Door de hogere temperaturen zullen
vervolgens meer soorten zich blijvend vestigen, soms ten koste van
inheemse soorten.
Honger in een vroeger voorjaar en wateroverlast
Een ander gevolg van de opwarming is dat soorten eerder in bloei komen,
eerder eieren leggen en eerder als rups uit het ei komen. Niets aan de
hand, lijkt het, zo lang dit allemaal evenveel vervroegt. Maar rupsen die
te vroeg uit het ei komen, nog voordat de bladeren uitlopen, zullen
eenvoudigweg verhongeren. En daarmee zijn er direct ook problemen voor de
net uit het ei gekomen vogels voor wie die rupsen nu juist het
stapelvoedsel zijn. Dergelijke niet-synchroon lopende verschijnselen zijn
waarschijnlijk vrij algemeen.
Behalve warmer wordt het gemiddeld ook natter. Meer neerslag leidt tot
meer overstromingen en de zeespiegel zal waarschijnlijk ca. 60 cm rijzen.
Dit laatste zal enorme consequenties hebben voor alle buitendijkse
gebieden in Nederland. Slikken en schorren gaan er helemaal anders
uitzien.
Nederland doorvoerland?
Dit inzicht zal belangrijke gevolgen moeten hebben voor het Nederlandse
natuurbeleid. Tot op heden houdt het natuurbeleid geen rekening met deze
ontwikkelingen, noch in het soortenbeleid, noch in het beleid voor de
ruimtelijke rangschikking van natuurgebieden.
De Levende Natuur spiegelt Nederland voor als een doorvoerland voor
soorten. ‘Warmere soorten’ moeten de kans krijgen om naar het noorden
te verschuiven en ‘koudere’ om in noord(oost)elijke richting weer
geschikte milieus te vinden. Dat kan alleen als de natuur in Nederland
voldoende samenhang heeft om zo’n zuid-noord beweging mogelijk te maken.
Die samenhang kan het natuurbeleid vinden in een robuuste Ecologische
Hoofdstructuur, die natuurgebieden zowel vergroot als met elkaar verbindt.
Vooral voor soorten die zich langzaam verplaatsen en zeldzaam zijn, is een
verbinding van voldoend grote omvang erg belangrijk.
* Nadere inlichtingen over het themanummer zijn te verkrijgen bij de
redactie van De Levende Natuur (zie hieronder)
* Op 2 juni heeft Raad voor het Landelijk Gebied een minisymposium
gehouden over dit onderwerp in congrescentrum de Eenhoorn te Amersfoort.
Meer hierover is te vinden via de volgende link: Minisymposium
Klimaatsverandering
Het themanummer Klimaatsverandering is te verkrijgen door € 8,- over
te maken op gironr. 81935 (NL) of p.r. 000-1701789-21 (B) t.n.v.
Abonnementenadministratie De Levende Natuur, Utrecht, o.v.v. ‘Klimaatnummer,
mei 2003’.
Inhoudsopgave DLN themanummer klimaatverandering
-
Klimaatsverandering in Nederland
F.P.M. Baede
-
Effecten van klimaatsverandering op hogere
planten in Nederland
W.L.M. Tamis, M. van ’t Zelfde & R. van der Meijden
-
Korstmossen en mossen: spiegels van de
veranderingen in het klimaat
C.M. van Herk & H.N. Siebel
-
Veranderingen in de Nederlandse
ongewerveldenfauna
R.M.J.C. Kleukers & M. Reemer
-
Libellen vliegen vroeger en noordelijker:
een gevolg van klimaatverandering?
R. Ketelaar
-
Insectenplagen op bomen en
klimaatverandering
L.G. Moraal
-
Mariene kustorganismen als bio-indicatoren
van klimaatsveranderingen in de zuidelijke Noordzee
G. Rappé
-
De Natuurkalender: is vervroeging van het
voorjaar zichtbaar?
A.J.H. van Vliet & R.S. de Groot
-
Fenologie van de Bemelerberg in 1979 en
2002
N.A.C. Smits & J.H.J. Schaminée
-
De teruggang van de Korhoen: een
slachtoffer van de klimatologische opwarming?
M. Loneux
-
Respons van natuurlijke systemen op
klimaatsverandering is niet lineair
G.J. Heij
-
Klimaatsverandering rammelt aan
voedselketens
M.E. Visser & F. Rienks
-
Het modelleren van areaalsverschuivingen
als gevolg van klimaatsverandering
C.J. Nagelkerke & J.R.M. Alkemade
-
Klimaatmodellen en wat ze ons leren
R. Leemans
-
Klimaatsverandering vergt aanpassing van
het natuurbeleid
B.H. van Leeuwen & P.F.M. Opdam
-
Platform; De blije natuur
R.J. Roos
-
Klimaatsveranderingen zijn niet langer te
negeren
B.F. van Tooren & M.E. Visser
De Levende Natuur is een tijdschrift voor natuurbehoud en natuurbeheer
(http://www.delevendenatuur.nl/)
Terug naar boven
Copyright © 2002 Leerstoelgroep
Milieusysteemanalyse, Wageningen
Universiteit.
Voor het laatst aangepast: 01 February 2005 17:09
|