Natuurkalender
Nieuws en agenda
Meedoen
Scholen
Projecten
Waarnemingen
Informatie soorten
Achtergrondinformatie
Links
Zoeken
Landbouw
Teken
Hooikoorts
Eikenprocessierups
Ganzen

Nieuws:

11 mei: Veel minder berkenpollen; graspollenseizoen begint

6 mei: Plantenbloei nog week eerder dan normaal

29 april: Tweestippelig lieveheersbeestje eet eikenprocessierups

27 april: Logboekweer.nl geeft fenologie informatie

23 april: Tekenactiviteit neemt komende week toe

 


Themanummer Klimaatverandering De Levende Natuur

Persbericht 4 juni 2003

Tijdschrift De Levende Natuur laat zien:

De Levende NatuurKlimaat geeft flora en fauna compleet ander aanzien

De huidige klimaatsveranderingen hebben nu al grote gevolgen voor de Nederlandse en Vlaamse flora en fauna. Als de verwachting uitkomt dat de temperatuur deze eeuw nog twee graden zal stijgen, krijgen flora en fauna in Nederland en Vlaanderen een compleet ander aanzien. Ten onrechte houdt het natuurbeleid daar nog geen rekening mee. Dat zijn de belangrijkste conclusies in het meinummer van De Levende Natuur.

Uitstervende soorten en nieuwkomers

Ons land is nu gemiddeld ca. 0,6 graad warmer dan aan het begin van de twintigste eeuw. Als gevolg hiervan komen steeds meer soorten planten en dieren vanuit het zuiden Nederland binnen en breiden deze zuidelijke soorten zich sterk uit. Het gaat nu al om honderden soorten. Opvallend is dat het oprukken van zuidelijke soorten naar het noorden vaker voorkomt dan het verdwijnen van noordelijke soorten uit ons land. Zo zijn er aanwijzingen dat bijv. bijna uitgestorven soorten van heiden, zoals de Korhoen en het korstmos IJslands mos, het mede door het warmer worden moeilijk hebben in Nederland.

De temperatuurverhoging geeft daarentegen meer kansen aan hier van nature niet-thuishorende soorten. Het massaal oprukken van Japanse oester in de kustwateren en de toename van Grote waternavel uit Noord-Amerika in zoete wateren zijn bekende voorbeelden. Door de hogere temperaturen zullen vervolgens meer soorten zich blijvend vestigen, soms ten koste van inheemse soorten.

Honger in een vroeger voorjaar en wateroverlast

Een ander gevolg van de opwarming is dat soorten eerder in bloei komen, eerder eieren leggen en eerder als rups uit het ei komen. Niets aan de hand, lijkt het, zo lang dit allemaal evenveel vervroegt. Maar rupsen die te vroeg uit het ei komen, nog voordat de bladeren uitlopen, zullen eenvoudigweg verhongeren. En daarmee zijn er direct ook problemen voor de net uit het ei gekomen vogels voor wie die rupsen nu juist het stapelvoedsel zijn. Dergelijke niet-synchroon lopende verschijnselen zijn waarschijnlijk vrij algemeen.

Behalve warmer wordt het gemiddeld ook natter. Meer neerslag leidt tot meer overstromingen en de zeespiegel zal waarschijnlijk ca. 60 cm rijzen. Dit laatste zal enorme consequenties hebben voor alle buitendijkse gebieden in Nederland. Slikken en schorren gaan er helemaal anders uitzien.

Nederland doorvoerland?

Dit inzicht zal belangrijke gevolgen moeten hebben voor het Nederlandse natuurbeleid. Tot op heden houdt het natuurbeleid geen rekening met deze ontwikkelingen, noch in het soortenbeleid, noch in het beleid voor de ruimtelijke rangschikking van natuurgebieden.

De Levende Natuur spiegelt Nederland voor als een doorvoerland voor soorten. ‘Warmere soorten’ moeten de kans krijgen om naar het noorden te verschuiven en ‘koudere’ om in noord(oost)elijke richting weer geschikte milieus te vinden. Dat kan alleen als de natuur in Nederland voldoende samenhang heeft om zo’n zuid-noord beweging mogelijk te maken. Die samenhang kan het natuurbeleid vinden in een robuuste Ecologische Hoofdstructuur, die natuurgebieden zowel vergroot als met elkaar verbindt. Vooral voor soorten die zich langzaam verplaatsen en zeldzaam zijn, is een verbinding van voldoend grote omvang erg belangrijk.

* Nadere inlichtingen over het themanummer zijn te verkrijgen bij de redactie van De Levende Natuur (zie hieronder)

* Op 2 juni heeft Raad voor het Landelijk Gebied een minisymposium gehouden over dit onderwerp in congrescentrum de Eenhoorn te Amersfoort.  Meer hierover is te vinden via de volgende link: Minisymposium Klimaatsverandering

Het themanummer Klimaatsverandering is te verkrijgen door € 8,- over te maken op gironr. 81935 (NL) of p.r. 000-1701789-21 (B) t.n.v. Abonnementenadministratie De Levende Natuur, Utrecht, o.v.v. ‘Klimaatnummer, mei 2003’.

Inhoudsopgave DLN themanummer klimaatverandering

  • Klimaatsverandering in Nederland
    F.P.M. Baede

  • Effecten van klimaatsverandering op hogere planten in Nederland
    W.L.M. Tamis, M. van ’t Zelfde & R. van der Meijden

  • Korstmossen en mossen: spiegels van de veranderingen in het klimaat
    C.M. van Herk & H.N. Siebel

  • Veranderingen in de Nederlandse ongewerveldenfauna
    R.M.J.C. Kleukers & M. Reemer

  • Libellen vliegen vroeger en noordelijker: een gevolg van klimaatverandering?
    R. Ketelaar

  • Insectenplagen op bomen en klimaatverandering
    L.G. Moraal

  • Mariene kustorganismen als bio-indicatoren van klimaatsveranderingen in de zuidelijke Noordzee
    G. Rappé

  • De Natuurkalender: is vervroeging van het voorjaar zichtbaar?
    A.J.H. van Vliet & R.S. de Groot

  • Fenologie van de Bemelerberg in 1979 en 2002
    N.A.C. Smits & J.H.J. Schaminée

  • De teruggang van de Korhoen: een slachtoffer van de klimatologische opwarming?
    M. Loneux

  • Respons van natuurlijke systemen op klimaatsverandering is niet lineair
    G.J. Heij

  • Klimaatsverandering rammelt aan voedselketens
    M.E. Visser & F. Rienks

  • Het modelleren van areaalsverschuivingen als gevolg van klimaatsverandering
    C.J. Nagelkerke & J.R.M. Alkemade

  • Klimaatmodellen en wat ze ons leren
    R. Leemans

  • Klimaatsverandering vergt aanpassing van het natuurbeleid
    B.H. van Leeuwen & P.F.M. Opdam

  • Platform; De blije natuur
    R.J. Roos

  • Klimaatsveranderingen zijn niet langer te negeren
    B.F. van Tooren & M.E. Visser

 

De Levende Natuur is een tijdschrift voor natuurbehoud en natuurbeheer (http://www.delevendenatuur.nl/)

 

Terug naar boven


Copyright © 2002 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse, Wageningen Universiteit.
Voor het laatst aangepast: 01 February 2005 17:09