|
Terug naar nieuwsoverzicht
Effecten van klimaatverandering duidelijk zichtbaar in Europa
Steeds meer effecten van klimaatverandering zijn zichtbaar in vele
delen van Europa. Die effecten lijken de theorie van klimaatverandering te
ondersteunen. Hierbij gaat het om zowel negatieve als positieve gevolgen
voor natuur en maatschappij. Voorbeelden zijn veranderde weersextremen en
effecten op planten en vogels, landbouw, gezondheid en economie. Gezien
deze effecten, zal Europa zich meer moeten voorbereiden op
klimaatverandering. Dit stelt het Europees Milieuagentschap (EEA) in een
nieuw rapport 'Impacts of Europe's changing climate', opgesteld door het
Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) bij het RIVM en het Duitse
Milieuagentschap UBA. Het rapport beschrijft 22 indicatoren, die
waargenomen en mogelijk verwachte consequenties van klimaatveranderingen
voor Europa illustreren.
De temperatuur in Europa is de laatste 100 jaar met gemiddeld 0,95°C
gestegen. In Nederland is het zelfs nog net iets meer. Het aantal weer- en
klimaatgerelateerde catastrofes per jaar verdubbelde in de negentiger
jaren in vergelijking met de tien jaar daarvoor. De verhoogde frequentie
en intensiteit van dergelijke extreme gebeurtenissen is consistent met wat
wetenschappelijke modellen voorspellen. Uiteenlopende gevolgen van
waargenomen klimaatverandering zijn zichtbaar. Zo zijn bijvoorbeeld de
gletsjers in bijna alle delen van Europa in de twintigste eeuw meer dan
50% in volume achteruit gegaan. De zeespiegel is in de afgelopen eeuw met
0,8-3mm per jaar gestegen (afhankelijk van de regio). Verder is de
economische schade van klimaatgerelateerde catastrofes flink gestegen in
de laatste twintig jaar, deels door de stijging in frequentie van de
catastrofes, deels door toegenomen welvaart. Ook voor de natuur zijn er
effecten waargenomen. In de laatste drie decennia is er een achteruitgang
van plantensoorten geconstateerd in delen van Europa. Naast verlies aan
leefgebied is dit ook gerelateerd aan klimaatverandering. Echter, in
andere delen van West-Europa, waaronder Nederland, is het aantal soorten
juist toegenomen door een uitbreiding van het aantal warmte-minnende
soorten, terwijl het aantal koude-minnende soorten langzaam achteruit is
gegaan. Verder is het jaarlijkse groeiseizoen voor planten in Europa in de
laatste dertig jaar met gemiddeld 10-14 dagen langer geworden. Daarbij is
de toename in Nederland groter dan het Europees gemiddelde. De
overlevingskans van vogelsoorten die in Europa overwinteren is in de
laatste decennia verbeterd en zal dat blijven doen met stijging van de
wintertemperaturen.
Het rapport illustreert ook mogelijke effecten
voor de 21ste eeuw, gebaseerd op recente modellen. Daarbij wordt
ervan uitgegaan dat er een bepaalde menselijke bijdrage is aan de
waargenomen en toekomstige klimaatverandering. De grootte van deze
bijdrage is nog onzeker. Extreem koude winters zullen tegen het
einde van deze eeuw bijna geheel uitblijven, terwijl extreem warme
zomers en zware regen- en hagelbuien vaker zullen voorkomen. De
mogelijke risico's van een toename van extreem warme zomers voor de
gezondheid bleken tijdens de extreem warme zomer van 2003. Toen
vielen er in het westen en zuiden van Europa meer dan 20.000 extra
doden. Verder zal naar verwachting driekwart van de gletsjers in de
Alpen in 2050 geheel verdwenen zijn. De stijging van de zeespiegel
zal mogelijk versneld worden en nog eeuwenlang voortduren. Landbouw
in Europa kan profiteren van een beperkte temperatuurstijging door
een uitbreiding naar het noorden en verhoogde opbrengsten in
Midden-Europa. Tegelijk wordt echter in delen van Zuid Europa de
landbouwoogst onzeker door watertekorten. De waargenomen toename van
plantensoorten in West-Europa zal naar verwachting in de 21ste eeuw
weer omslaan in een afname, omdat de huidige soorten zich niet
genoeg kunnen aanpassen aan een veranderend klimaat.
Het bovenstaande laat zien dat het klimaat in
Europa met zekerheid aan het veranderen is en dat effecten zichtbaar
zijn. De waargenomen temperatuursverhoging lijkt bij de huidige
wetenschappelijke inzichten alleen te verklaren als er rekening
gehouden wordt met een menselijke bijdrage. Al is de omvang ervan
nog onzeker en onderwerp van lopend onderzoek.
(persbericht RIVM, 18-08-2004)
Meer informatie:

Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|