|
Terug naar nieuwsoverzicht
Herfst op de Natuurkalender: welke waarnemingen kunnen binnenkort worden gedaan?
Planten
 |
| Beukennootjes |
Wanneer de dagen weer korter worden en ook de temperaturen gaan zakken,
zal in de plantenwereld de herfst zichtbaar worden. Bomen beschermen
zich tegen uitdroging door het blad te laten vallen. Het door de wortels opgenomen water verdampt via de
huidmondjes in de bladeren. Als de boom in de winter zijn blad
niet zou verliezen, zou deze verdrogen doordat de verdamping dan groter zou zijn dan de wateropname.
Ook is in de herfst en winter de opname van water moeilijk doordat het water in de bodem bevroren
kan zijn. Een ander probleem is dat de wortels bij lage
temperaturen minder makkelijk water kunnen opnemen. Verdamping via de
bladeren is in veel mindere mate temperatuurafhankelijk.
Hieronder staat in tabel 1 weergegeven van welke soorten we waarnemingen
verzamelen van bloei, bladverkleuring, bladval en het rijp worden van de
vruchten. De definities van de fenofasen staan beschreven op de
pagina met de handleiding voor
plantenwaarnemingen.
Tabel 1: herfstfenofasen van boomsoorten
Soorten
|
Fenofasen
|
|
|
|
Bloei |
Vruchten rijp |
Begin herfsttint |
Einde herfsttint |
Einde bladval |
|
(B) |
(V) |
(H) |
(HE) |
(EB) |
|
|
| Berk (ruwe) |
|
|
P |
P |
P |
| Beuk |
|
P |
P |
P |
P |
| Eik (amerikaanse) |
|
P |
P |
P |
P |
| Eik (winter) |
|
P |
P |
P |
P |
| Eik (zomer) |
|
P |
P |
P |
P |
| Hazelaar |
|
P |
|
|
|
| Klimop |
P |
|
|
|
|
| Paardekastanje (witte) |
|
P |
|
|
P |
| Vlier (gewone) |
|
P |
|
|
|
|
Vogels
 |
| Kolganzen |
Foto: Hendrik van Kampen
|
Let op de zwarte
dwarsbanden over hun borst en de
witte "bles" bij hun snavel.
 |
In het najaar komen veel ganzen uit hun noordelijke broedgebieden naar ons land om op akkers en in uiterwaarden hun
voedsel te zoeken. Hier vinden ze nog gras en oogstresten om te eten. Het zijn
vooral Kolganzen,
Grauwe ganzen en Rietganzen die hier overwinteren.
Grauwe ganzen kunnen altijd in Nederland gezien worden, deze soort
broedt ook hier. In oktober worden de eerste kolganzen (Anser albifrons) gezien in Nederland.
Volwassen Kolganzen zijn van andere ganzensoorten te onderscheiden door hun
witte bles op het voorhoofd. Op de buik hebben ze donkere
dwarsbanden. Bij jonge dieren ontbreekt dit, zij krijgen pas een wit
voorhoofd in de eerste winter, de buikstrepen verschijnen pas de
tweede winter. Grauwe ganzen broeden in Nederland, en zijn ook
op veel plaatsen te zien. Bij deze soort ontbreken de strepen op de
buik en het witte voorhoofd.
 |
 |
 |
|
Kolgans
(Anser albifrons) |
Grauwe gans
(Anser anser) |
Rietgans
(Anser fabalis) |
 |
|
Koperwiek |
In oktober verschijnen ook de eerste Koperwieken
weer uit het noorden. De Koperwiek
(Turdus iliacus) is een kleine lijster, met een opvallend
lichte wenkbrouwstreep en opvallende roestbruin/oranje flanken en
oksels waarnaar hij is vernoemd.
In Noord-Europa is de Koperwiek een talrijke broedvogel van naald- en
berkenbossen.
In in de winter trekken ze naar het zuidwesten (zie figuur) en veel
Koperwieken blijven in Nederland overwinteren. Wanneer de winter te koud wordt, verlaten ze ons land
weer en trekken verder naar het zuiden, of verplaatsen ze zich naar de
stad, waar het warmer is. Men hoort de Koperwiek vooral 's nachts, wanneer
ze in grote groepen over ons land trekken.
 |
| Trekroute van de Koperwiek in het najaar. |
Koperwieken zie je vaak ook in gezelschap van andere lijsters, vaak Kramsvogels.
Koperwieken zijn wat kleiner dan Kramsvogels en hebben een lichte
oogstreep en 'koperkleurige' ondervleugels. Kramsvogels zijn flink uit
de kluiten gewassen en hebben een grijze kop en grijze stuit. Het geluid
van beide is ook anders. Koperwieken maken een hoog langgerekt 'tjiehhh', Kramsvogels maken een 'tsjak-tsjak-tsjak'-geluid.

Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|