Natuurkalender
Nieuws en agenda
Meedoen
Scholen
Projecten
Waarnemingen
Informatie soorten
Achtergrondinformatie
Links
Zoeken
Landbouw
Teken
Hooikoorts
Eikenprocessierups
Ganzen

Nieuws:

11 mei: Veel minder berkenpollen; graspollenseizoen begint

6 mei: Plantenbloei nog week eerder dan normaal

29 april: Tweestippelig lieveheersbeestje eet eikenprocessierups

27 april: Logboekweer.nl geeft fenologie informatie

23 april: Tekenactiviteit neemt komende week toe

 
Nieuws
 

 

 

Terug naar nieuwsoverzicht

Terug naar nieuwsoverzicht

Nieuwe plantensoorten in Nederland door warmer klimaat

Afgelopen weken is het veelvuldig in het nieuws geweest: mede als gevolg van de klimaatsverandering zijn er de afgelopen jaren diverse nieuwe soorten ons land binnengekomen! De plantensoorten die in ons land in het wild voorkomen, worden bijgehouden op de zogenaamde Standaardlijst van de Nederlandse flora, die van oudsher wordt uitgebracht door het Nationaal Herbarium Nederland te Leiden. Ook de stichting FLORON is betrokken bij de uitgave. Veel van de meldingen van nieuwkomers onder de planten worden bovendien binnengebracht via het netwerk van honderden vrijwillige plantenkenners die bij FLORON zijn aangesloten.

De laatste standaardlijst werd in 1996 uitgebracht. Sindsdien is van vele soorten die er niet op staan, vastgesteld dat zij ook op eigen kracht in ons land voorkomen. De nieuwe standaardlijst - die binnenkort gepubliceerd wordt - bevat maar liefst enkele tientallen nieuwe soorten op een totaal van 1500 dat op de vorige lijst is opgenomen. Ook toen waren er nieuwkomers, maar het huidige aantal (circa 40) ligt ongeveer tweemaal zo hoog.

Een groot deel van de nieuwe soorten heeft een voorkeur voor warme standplaatsen en komt vooral voor in het stedelijk milieu. Dat is geen toeval. Veel van de nieuwe soorten komen onbedoeld mee met transport van goederen. Overslagterreinen zoals havens en rangeerterreinen van spoorwegen staan bij plantenkenners vanouds bekend als rijk aan bijzondere soorten. Indien de milieuomstandigheden goed zijn kunnen de meegekomen zaden er ontkiemen en van hieruit een nieuw gebied koloniseren. Voor zuidelijke soorten heeft het stadsmilieu daarbij het voordeel dat het er gemiddeld enkele graden warmer is dan het buitengebied en daarom beter aansluit bij de leefomstandigheden van de thuisbasis van de soort. Dat warme milieu heeft vooral te maken met de stenige oppervlakte van de stad.

Nu de verstedelijking van ons land samengaat met een mondiale temperatuurstijging, neemt het geschikte leefklimaat voor warmteminnende soorten flink toe. Naast de soorten die onbedoeld via goederentransport meekomen, zijn er ook soorten die vanuit zuidelijke regio's langzaam maar zeker hun verspreidingsgebied in noordelijke richting uitbreiden. Van de recente aanwas voor de standaardlijst kunnen we hier bijvoorbeeld Kale gierst toe rekenen. Het gaat bij deze groep vooral om soorten die in akkerland voorkomen. Ook soorten die vanuit tuinen of vijvers verwilderen weten zich -mede- door klimaatsverandering steeds beter in het wild te handhaven. Voorbeelden van tuinontsnappingen zijn Prikneus en Waterteunisbloem, maar ook Karpatenklokje, Kruipklokje en Dalmatiëklokje verwilderen gemakkelijk uit tuinen en komen mogelijk over enige tijd op de standaardlijst. Voorlopig staan de drie laatstgenoemde -samen met tientallen andere soorten- nog 'in de wacht'. Dergelijke 'wachtkamersoorten' worden nauwlettend gevolgd om te zien of zij zich inderdaad in het wild weten te handhaven en uit te breiden. Wellicht dat de navolgende standaardlijst dus een nog grotere aanwas krijgt, maar daarvoor moeten we ook de komende jaren gegevens over de ontwikkeling van onze flora blijven verzamelen!

Websites:

  • Nationaal Herbarium Nederland te Leiden: www.nationaalherbarium.nl

  • stichting FLORON: www.floron.nl


Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse , Wageningen UR.