Vlinders dupe van droge zomer 2003
|

|
4 augustus 2005
De Nederlandse vlinders hebben een slecht jaar achter de rug. Vorig jaar telde het Landelijk
Meetnet Vlinders het laagste aantal sinds 1990, maakte de
Vlinderstichting vrijdag bekend.
De tellingen van 2005 lopen nog, maar de eerste indicaties zijn eveneens weinig hoopgevend
voor de vlinderliefhebbers. "Het zijn vooral de tuinvlinders, die het laten afweten",
stelt C. de Zwaay van de Vlinderstichting. De soorten als de dagpauwoog en de kleine vos
doen het deze zomer ook matig.
Niet genoeg eten
De droge en hete zomer van 2003 is volgens De Zwaay de grote boosdoener. Hierdoor konden
veel rupsen niet genoeg eten vinden, wat tot flink minder vlinders in de daaropvolgende zomer leidde.
De Zwaay legt uit dat vlinders het meest gebaat zijn bij een doorsnee Nederlandse zomer.
"Af en toe wat regen voor de rupsen en af en toe wat zon voor de vlinders." De zomer van
dit jaar zou volgens hem zodoende wel goed kunnen uitpakken voor deze insecten.
Zwaarste klap
De heivlinders hebben door de droogte van 2003 de zwaarste klap opgelopen. Hun aantal zakte
een jaar later volgens het meetnet naar een "ongekend dieptepunt". De droogte heeft niet
alle soorten even hard getroffen. Sommige vlinders als de zilveren maan, het oranjetipje
en het icarusblauwtje kwamen vorig jaar juist in grotere aantallen voor dan een jaar eerder.
Het meetnet houdt bij bepaalde routes in de gaten hoeveel vlinders er langs fladderen.
Sinds 1990 ligt dat gemiddeld op 553 vlinders per route. "Het gemiddelde van 391 vlinders
per route (in 2004, red.) is minder dan de helft van de 840 in 1995", constateert het meetnet.
Bedreigde dieren
Nederland telt zeventig inheemse soorten dagvlinders. Ruim de helft daarvan staat op de
zogenoemde Rode Lijst van bedreigde dieren.

Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|