Natuurkalender
Nieuws en agenda
Meedoen
Scholen
Projecten
Waarnemingen
Informatie soorten
Achtergrondinformatie
Links
Zoeken
Landbouw
Teken
Hooikoorts
Eikenprocessierups
Ganzen

Nieuws:

3 februari: Start elzenhooikoortsseizoen uitgesteld door kou

3 februari: Stuur Mark Rutte een groene valentijnskaart

30 januari: Kortere tulpen na vorst

29 januari: Zachte winter doet sneeuwklokje vroeger bloeien

23 januari: Krokusjes dit jaar zeer vroeg


Vogelevolutie te traag voor aanpassing aan veranderend klimaat


14 oktober 2005

Vogels zoals koolmezen kùnnen zich aanpassen aan de effecten van klimaatverandering. “Maar omdat deze aanpassingen waarschijnlijk niet snel genoeg gaan, kan dit uiteindelijk negatieve gevolgen hebben voor (het aantal dieren van) de soort.” Phillip Gienapp van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) stelde vast dat overlappende generaties en de beperkte erfelijkheid van broedtijdstip de trage evolutionaire reactie veroorzaken.

Koolmeesnest
Foto: Truus Wijnen
 
Waarom passen de mezen zich niet beter aan? Op deze vraag hebben Phillip Gienapp en zijn collega’s van het NIOO-KNAW zich de afgelopen jaren gestort. Voor een zangvogel is het cruciaal om jongen te krijgen op het moment dat het voedsel in overvloed aanwezig is. Het klimaat is de afgelopen tientallen jaren veranderd. Het voorjaar is bij ons warmer geworden. Hierdoor broedt de koolmees niet meer op precies het juiste moment. De rupsen van bosvlinders kruipen bijna twee weken vroeger uit het ei. Deze rupsen vormen het voedsel van de jonge meesjes die gemiddeld maar een paar dagen eerder uit het ei komen. Het gevolg hiervan is dat de vroege broeders onder de mezen meer succes hebben en dus meer nakomelingen op de wereld zetten.

De biologen Daniel Nussey, Erik Postma, Phillip Gienapp en Marcel Visser schrijven deze week in Science dat de mezen wel over de ingrediënten beschikken om zich aan te passen. Ze laten zien dat in een wilde populatie koolmezen de mogelijkheid om de broedtijd aan te passen aan de omstandigheden varieert. En die variatie in ‘plasticiteit’ van broedtijd is erfelijk. De meest ‘plastische’ dieren, die zich het meest kunnen aanpassen, hebben de laatste 32 jaar steeds meer succes gekregen. Dit valt samen met de steeds grotere ‘mismatch’ van de afgelopen jaren met hun rupsenvoedsel. Als deze selectie doorgaat, zal er een ‘nieuwe mees’ ontstaan die beter aangepast is aan een warmer klimaat. De bouwstenen zijn er dus.

Toch blijft er een probleem bestaan. Phillip Gienapp: “De snelheid waarmee de dieren zich aanpassen is waarschijnlijk niet voldoende om de veranderingen bij te benen.” Dit komt doordat de timing van het starten met broeden maar voor een klein deel erfelijk is. Bovendien speelt mee dat de generaties broedvogels overlappen: het duurt dus langer voordat een aanpassing in de hele populatie doorgedrongen is. Daarnaast geven ook vaders via hun genen de eigenschap van de eileg-start door, maar ze worden er zelf niet op ‘afgerekend’.

Aan de hand van klimaatvoorspellingen van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en een nieuw ontwikkeld model voor ‘koolmeesfenologie’ hebben de onderzoekers de ontwikkelingen voor de koolmezen en hun voedsel voor de komende eeuw voorspeld. “De mezen met hun legdatum en de rupsen vervroegen met dezelfde snelheid. Het verschil, de mismatch, zal dus blijven bestaan.” De vogels die te vroeg of te laat broeden ten opzichte van de rupsenpiek in het voorjaar blijken minder jongen groot te brengen, die bovendien lichter zijn. Gienapp: “Dit zal negatieve effecten hebben op het voortbestaan van populaties. De koolmees staat model voor andere soorten. Kwetsbare soorten zouden hierdoor zelfs kunnen uitsterven.”

Meer informatie

  • Proefschrift: Breeding in a Warming World – Evolution of Avian Breeding Time under Climate Change.
    Een Nederlandstalige samenvatting is beschikbaar.
  • Artikel in Science: Selection on Heritable Phenotypic Plasticity in a Wild Bird Population, Daniel H. Nussey, Erik Postma, Phillip Gienapp & Marcel E. Visser. Science, 14 oktober 2005.
  • Website NIOO


  • Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse , Wageningen UR.