Koolmees moet eerder pieken
|

|
22 maart 2006
In 2005 legde de gemiddelde Nederlandse koolmees voor het eerst vroeger eieren. Hoewel het nu
een week eerder is dan 30 jaar geleden, blijft de vogel toch achter de feiten van de klimaatverandering
aanlopen. Zijn voedsel, de rupsen van bosvlinders, piekt namelijk nóg een week eerder.
Bijzonder hoogleraar Marcel Visser van het
Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW)
luidde 21 maart in Groningen de lente in met zijn oratie over seizoenstiming. Timing is van
levensbelang in de steeds warmere natuur.
 |
 |
 |
Koolmeesnest Foto: Truus Wijnen
|
Bijzonder hoogleraar ‘Seizoenstiming van Gedrag’ Marcel Visser spreekt 21 maart over het belang
van de lente in een vogelleven en van de noodzaak om op het juiste moment ‘te pieken’. Behalve de
dagelijkse biologische klok die ‘rondjes’ van een etmaal draait, is er namelijk ook de jaar- of
seizoensklok. Al millennia kijken mensen uit naar de eerste tekenen van de lente, zoals het uitlopen
van de bomen en de vogels die een nest bouwen. Al in 705 voor Christus registreerden ze aan het
koninklijk hof van Japan - in Kyoto! - de bloei van de kersenbomen.
De koolmees, de rupsen van de kleine
wintervlinder en de bladeren van de
zomereik zijn door het onderzoek van
Visser en collega’s van het NIOO het eerste en daardoor het ‘oervoorbeeld’ van
klimaatveranderingeffecten op voedselketens. De koolmees moet om goed te pieken zijn eieren
op zo’n moment leggen, dat de jonge meesjes uit het ei kruipen als er de meeste dikke rupsen te
vangen zijn. De korte rupsenpiek in het bos is door het steeds warmere klimaat in Nederland een
stuk naar voren opgeschoven, waardoor de koolmezen niet meer goed in de pas lopen. “In 2005,
misschien wel het warmste jaar ooit gemeten, blijkt de Nederlandse koolmees voor het eerst gemiddeld
eerder zijn eieren te leggen. Maar nog steeds komen de rupsen te vroeg voor veel jonge
mezen,” stelt Visser. De aanpassing door de koolmees is dus onvoldoende. “Er zal een nieuwe
mees moeten ontstaan die al bij kortere daglengtes of al bij lagere temperaturen – dus vroeger
in het jaar – gaat leggen.” Behoort dat tot de mogelijkheden voor deze vogel?
“Om de aanpassing van dieren aan een veranderende wereld te begrijpen en te voorspellen moeten
verschillende soorten biologen nauwer gaan samenwerken,” stelt Visser. ‘Klokbiologen’,
‘hormoonbiologen’ en ‘voedselbiologen’ kunnen samen het achterliggende mechanisme doorgronden.
Met zijn hoogleraarschap probeert hij hier een goede aanzet toe te geven. Als de aanpassing van
soorten aan klimaatverandering te langzaam verloopt en voedselketens verstoord raken, kan dit
leiden tot het verdwijnen van soorten.
Meer informatie
Persbericht van NIOO-KNAW
Een filmpje met de nieuwste inzichten van Marcel Visser
Website Rijksuniversiteit Groningen
Website NIOO

Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|