Toekomstig Nederlands klimaat in kaart
|

|
30 mei 2006
De winters in Nederland zullen gemiddeld natter worden en ook de extreme neerslaghoeveelheden zullen toenemen. In de
zomer worden de buien intensiever, maar de verandering in de gemiddelde neerslag is onzeker. Zowel een lichte toename van
de zomerneerslag als een forse afname behoren tot de mogelijkheden. Bij een forse afname gaan droge zomers, zoals die van
1976 en 2003, veel vaker voorkomen. Dit blijkt uit berekeningen van het KNMI.
 |
 |
 |
Zomertemperatuur (juni-augustus) in De Bilt tussen 1900 en 2005, en
de vier klimaatscenario’s voor 2050 (gekleurde stippen). De dikke
zwarte lijn volgt een voortschrijdend 30-jaar gemiddelde in de
waarnemingen. De dikke gekleurde gestippelde lijnen verbinden elk
klimaatscenario met het basisjaar 1990. De grijze band illustreert de
jaar-op-jaar variatie die is afgeleid uit de waarnemingen.
Afbeelding: KNMI
|
Het KNMI schetst in vier nieuwe klimaatscenario’s in welke mate de klimaatverandering in Nederland kan leiden tot
hogere temperaturen, heviger neerslag en zeespiegelstijging in 2050. De nieuwe klimaatscenario’s zijn vandaag op de
Scheveningse Pier aangeboden aan staatssecretaris Melanie Schultz van Haegen van het Ministerie van Verkeer en
Waterstaat. Volgens Prof. Gerbrand Komen van het KNMI, onder wiens verantwoordelijkheid de scenario’s zijn ontwikkeld, zijn
ze bedoeld voor studies naar de effecten van klimaatverandering. Bijvoorbeeld voor waterbeheer, ruimtelijke ordening,
energievoorziening, landbouw en luchtkwaliteit. “Klimaatscenario’s zijn beelden van een mogelijk toekomstig klimaat. Ze
bieden de mogelijkheid om het beleid hierop af te stemmen. De klimaatverandering zou ook nog anders en extremer
kunnen verlopen, maar daarvoor zijn de aanwijzingen uiterst onzeker.”
Hoewel klimaatschommelingen van alle tijden zijn, hebben wetenschappers vastgesteld dat de mens bijdraagt aan de
huidige opwarming van de aarde door de uitstoot van broeikasgassen. In ons land hangen temperatuur en neerslag nauw
samen met de windrichting. Onduidelijk is nog of de luchtstromingen en dus de windrichting boven West-Europa door het
versterkte broeikaseffect gaan veranderen. In de nieuwe KNMI klimaatscenario’s wordt daar voor het eerst rekening mee
gehouden: twee scenario’s gaan uit van onveranderde luchtstroming en twee andere scenario’s laten zien hoe temperatuur
en neerslag in ons land veranderen als ook de luchtstroming verandert. Om dit in kaart te brengen is gebruik gemaakt
van de nieuwste computerberekeningen die ook de basis vormen voor het eerstvolgende rapport van het IPCC, het
Intergouvernementeel klimaatpanel van de Verenigde Naties, dat in 2007 zal verschijnen.
Rond 2050 is het volgens de scenario’s in Nederland ’s winters gemiddeld 0,9 tot 2,3 graden Celsius warmer dan in 1990 en
’s zomers is het 0,9 tot 2,8 graden warmer. In verhouding tot deze scenario’s voor het midden van de eeuw is de recente
opwarming van meer dan 0,5 graad over de afgelopen 15 jaar relatief groot. Waarschijnlijk hebben de natuurlijke schommelingen
er de afgelopen 15 jaar toevallig een schepje bovenop gedaan. Zulke natuurlijke schommelingen zullen ook in het toekomstige
klimaat afwisselend relatief warme en koele periodes blijven opleveren.
Bron: KNMI

Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|