Afvallen door klimaatverandering Ontwikkeling bij vogels sneller dan gedacht
|

|
1 juni 2006
Wetenschappers hebben aangetoond dat de lichaamsgewichten van vele vogels als gevolg van het nieuwe
klimaat afnemen. Daarnaast veranderen ook de lichaamsmaten sneller dan gedacht.
 |
 |
 |
Merel Foto: Simone van den Berg-Loeve
|
Koolmezen en pimpelmezen verloren in de afgelopen dertig jaar bijna een halve gram aan lichaamsgewicht.
Dat lijkt weinig maar relatief gezien is het erg veel. Ook zwartkoppen werden een stuk slanker.
Daarnaast krijgen merels en rietgorzen op onze breedtegraad langere vleugels. Het gaat om
millimeters, maar het is een trend. Merels in het zuiden hadden al langere vleugels dan hun noordelijke
verwanten maar nu krijgen ze nog langere vleugels als gevolg van het veranderende klimaat.
We weten dit omdat overal in Europa op ringstations vogels worden gevangen, gewogen en gemeten.
Door in een aantal studiegebieden in Engeland gegevens van jaren geleden te vergelijken met de
gegevens van nu vielen de veranderingen op. Het fascinerende van dit onderzoek is dat de recente
klimaatverandering bij veel soorten onmiddellijk meetbare gevolgen heeft. Het tempo waarin dit
gebeurt en het fenomeen dat we biologische wetten in werking zien is voor biologen bepaald nieuw.
Voor vogels lijkt dit goed nieuws, ze passen zich aan.
Naar aanleiding van een wetenschappelijke publicatie maakte Rolf Roos van
NatuurMedia samen met Chris van Turnhout van
Sovon een documentaire over veranderingen in gewicht
en lichaamsmaten bij vogels. De documentaire is nu te zien op
www.opgewarmdnederland.nl. Daarin wordt
ook de vraag beantwoord of de mens hiervan kan profiteren.
Meer informatie
Website van Opgewarmd Nederland
Website van Sovon
Achtergrond
Al meer dan 150 jaar is bekend dat warmbloedige dieren uit het hoge noorden groter zijn dan hun
soortgenoten in het zuiden. Dat geldt voor vogels en zoogdieren, inclusief de mens: Spanjaarden zijn
kleiner dan Vikingen. Everzwijnen uit Corsica zijn compacter dan de reuzen die in meer noordelijke
wouden (en bij ons) rondbanjeren. Deze biologische wet heet naar de ontdekker in 1847: de Regel van
Bergmann. De achtergrond van dit fenomeen heeft te maken met de relatie tussen oppervlak
(onze huid) en inhoud (onze omvang). Hoe meer oppervlak er relatief is hoe sneller we warmte
verliezen en onze energiehuishouding is er steeds op gericht om zo efficiënt mogelijk met warmte
om te gaan. In het noorden is dik en groot zijn energetisch gezien ok, in het zuiden werkt het
andersom: hoe heter hoe slanker en kleiner....
Een verwante wet is van de bioloog Allen. Zijn Regel zegt dat bij warmbloedige dieren geldt dat
rassen van soorten uit warme regio’s grotere extremiteiten (ledematen, oren) hebben die relatief
langer zijn dan die van rassen in koude regio’s. De poolvos heeft minioortjes en de woestijnvos
heeft oren als een zeilschip. In het noorden is behoud van warmte essentieel voor overleven, zoals
in de woestijn het kwijtraken van levensbelang is. De regel van Allen geldt wederom zowel voor
zoogdieren als voor vogels.

Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|