Europese fenologie volgt klimaatverandering
|

|
31 augustus 2006
Een grootschalige Europese analyse van 125.000 fenologische waarnemingsreeksen laat zien dat de lente de
afgelopen 30 jaar gemiddeld zes tot acht dagen vroeger arriveert. De herfst begint gemiddeld drie dagen
later. Bovendien laat dit onderzoek zien dat planten echt reageren op klimaatverandering en dat
eerder gevonden resultaten die in die richting wezen niet zijn gebaseerd op vooroordelen van
onderzoekers. Het onderzoek waaraan ook De Natuurkalender deelnam is recent gepubliceerd in het
wetenschappelijke tijdschrift Global Change Biology.
Uit het onderzoek blijkt dat de lente eerder en de herfst later starten door klimaatverandering.
De gemiddelde vervroeging van de lente en zomer in Europa was 2,5 dag per tien jaar. Over de periode
van 1971 tot 2000 komt dat neer op een gemiddelde vervroeging van zes tot acht dagen. In regio’s
zoals Spanje, waar de grootste temperatuurstijging plaatsvond, begon de lente tot twee weken eerder.
Bladverkleuring en bladval zijn gemiddeld met één dag per tien jaar vertraagd. Een gemiddelde vertraging
van drie dagen over die dertig jaren.
Het onderzoek stelt ook onomstotelijk vast dat de fenologische veranderingen door veranderingen in
temperatuur veroorzaakt worden. Een stijging van de temperatuur met 1°C in de maand voordat de
gebeurtenis plaatsvindt, resulteert in een vervroeging van lente en zomer met 2,5 dagen en een
verlating van bladverkleuring in de herfst met 1 dag.
Het Europese onderzoek omvat meer dan 125.000 waarnemingsreeksen van 542 plantensoorten en 19 diersoorten
in 21 Europese landen over de periode 1971 tot en met 2000. Uit de resultaten blijkt dat 78% van alle
bladontplooiing, bloei en fruitrijping is vervroegd. Maar 3% is significant verlaat. Veranderingen in
bladverkleuring en bladval in de herfst zijn onduidelijk. In sommige landen is sprake van een
vervroeging terwijl in andere landen een verlating optreedt.
Een ander doel van het onderzoek was aan te tonen dat eerder gevonden fenologische gevolgen van
klimaatverandering niet berustten op vooroordelen, doordat bijvoorbeeld alleen soorten waren onderzocht
die zeker resultaat zouden laten zien. Dit onderzoek, waarin meer dan 125.000 waarnemingsreeksen van
561 planten- en diersoorten zijn meegenomen, laat zien dat planten- en diersoorten echt reageren op
de temperatuurstijgingen van de afgelopen 30 jaar.
Referentie paper
Menzel, A., T.H. Sparks, N. Estrella, E. Koch, A. Aasa, R.Ahas, K. Alm-Kubler, P. Bissolli, O.
Braslavska, A. Briede, F.M. Chmielewski, Z. Crepinsek, Y. Curnel, Å. Dahl, C. Defila, A. Donnelly,
Y. Filella, K. Jatczak, F. Mage, A. Mestre, Ø. Nordli, J. Peñuelas, P. Pirinen, V. Remisova, H.
Scheifinger, M. Striz, A. Susnik, A.J.H. van Vliet, F.E. Wielgolaski, S. Zach, A. Zust, 2006.
European phenological response to climate change matches the warming pattern.
Global Change Biology 12:1-8.
| Onze nieuwsberichten automatisch ontvangen? |
 |
 |

Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|