Groot aantal plantensoorten in bloei door extreme herfsttemperaturen
20 December 2006
Waarnemers van de Natuurkalender hebben in de eerste helft van december meer dan 240 wilde
plantensoorten in bloei gezien. Naast de wilde plantensoorten zijn er ook 200 soorten tuinplanten
in bloei gezien. Oorzaak van het grote aantal bloeiende planten zijn zeer waarschijnlijk de
extreem hoge herfsttemperaturen en de warme start van december. De gemiddelde temperatuur van de
meteorologische herfst was 13,6°C. Dit is 3,4°C warmer dan het langjarig gemiddelde. Het was
zelfs 1,6°C warmer dan de herfst van 2005, de tot dan toe warmste ooit gemeten sinds 1706.
Fluitenkruid (Anthriscus sylvestris)
Forsythia
Gewone berenklauw (Heracleum sphondylium)
Gewone braam (Rubus fruticosus)
Muskuskaasjeskruid (Malva moschata)
Middelste teunisbloem (Oenothera biennis)
Op 10 december deden we in het
VARA radioprogramma Vroege Vogels een
oproep om te melden welke plantensoorten allemaal nog in bloei stonden tussen 1 en 15 december.
In totaal werden er rond de 2000 waarnemingen doorgegeven door ongeveer 280 personen.
We hebben deze quickscan in gang gezet vanwege de extreem hoge temperaturen in de tweede helft van
2006. Juli was de warmste ooit gemeten. Augustus was nog nooit eerder zo nat. September was met 3,7°C
boven het langjarig gemiddelde ook de warmste ooit, oktober was 3,3°C boven het gemiddelde en november
was 3,0°C boven het gemiddelde. De meteorologische herfst van 2006 (gemiddelde over september,
oktober en november) kwam uit op 13,6°C. Dit is maar liefst 1,6°C boven het record van 2005. Ook
de eerste 17 dagen van december waren met 4,2°C boven het gemiddelde zeer warm voor de tijd van
het jaar en hiermee veruit de warmste herfst sinds de metingen begonnen in 1706.
Uit de analyse van de bloeiwaarnemingen werd duidelijk dat meer dan 240 wilde plantensoorten in
bloei zijn gezien in de eerste helft van december. Voorbeelden zijn fluitenkruid, bosanemoon
en middelste teunisbloem. We bepaalden voor alle plantensoorten met behulp van de gegevens uit
www.soortenbank.nl wat de periode van het
jaar is waarin de hoofdbloei plaats vindt. Hieruit blijkt dat maar 2% van de gemelde plantensoorten
in de winter de hoofdbloei hebben. Voor 27% van de soorten loopt de hoofdbloei tot en met de
herfst en voor 56% van de soorten eindigt de hoofdbloei normaal gesproken voor het einde van
oktober. Een volledig overzicht hiervan is te vinden in onderstaande tabellen. Van een groot deel
van de soorten die begin december in bloei gezien zijn, staan waarschijnlijk maar een beperkt
aantal individuen in bloei. Er kan dus niet direct over een hoofdbloei gesproken worden. Met de
gevolgde methode in deze quickscan is daar verder niets over te zeggen. Het grote aantal soorten
is echter wel opmerkelijk.
Naast de wilde plantensoorten werden er ook nog eens ruim tweehonderd soorten tuinplanten in bloei
gemeld. Een groot aantal mensen had bijvoorbeeld nog bloeiende geraniums in de tuin staan.
Een voorlopig overzicht staat ook hieronder weergegeven.
Dit jaar maakt duidelijk dat extreem hoge temperaturen resulteren in een verlenging van het
groeiseizoen. Uit de eerste analyses van de internetwaarnemingen van het moment van
bladverkleuring (50% en 100%) en volledige bladval blijkt dat de herfst dit jaar twee tot drie
weken later begon dan in de eerste helft van de twintigste eeuw.
Voor een aantal soorten lijkt het nieuwe jaar al begonnen te zijn. De hazelaar staat al op
diverse plaatsen te bloeien. Dit is ten minste een maand eerder dan normaal. Diverse variėteiten
van rododendron (bijvoorbeeld Dauricum) en Japanse kersen stonden begin december al te bloeien
terwijl eind januari of februari normaal is.
We krijgen vaak de vraag wat de gevolgen van de extreem warme herfst en de late bloei voor de
natuur zijn. De effecten zijn echter in grote mate onbekend. Het komende jaar wordt daarom een
belangrijk jaar voor de ecologische waarnemingsprogrammas. De omvang van de populaties van planten
en dieren en het moment waarop de jaarlijks terugkerende verschijnselen in de natuur zich zullen
voordoen kunnen misschien meer inzicht geven in de mogelijke effecten. Het feit dat we in 2006
zo veel weersextremen hebben gehad zal het echter niet eenvoudig maken om te bepalen welke eventuele
veranderingen in de natuur door de weersextremen veroorzaakt zijn.