Natuurkalender
Nieuws en agenda
Meedoen
Scholen
Projecten
Waarnemingen
Informatie soorten
Achtergrondinformatie
Links
Zoeken
Landbouw
Teken
Hooikoorts
Eikenprocessierups
Ganzen

Nieuws:

3 februari: Start elzenhooikoortsseizoen uitgesteld door kou

3 februari: Stuur Mark Rutte een groene valentijnskaart

30 januari: Kortere tulpen na vorst

29 januari: Zachte winter doet sneeuwklokje vroeger bloeien

23 januari: Krokusjes dit jaar zeer vroeg


Effect droogte op natuur


27 april 2007

Nederland heeft te maken met een ongekend warme maand april die gepaard gaat met een record droogte voor deze tijd van het jaar. De warmste april tot nu toe was het jaar 1993 waar de gemiddelde temperatuur opliep tot 11,1°C. Dit jaar komen we mogelijk uit op 13,3°C terwijl 8,3 graden normaal is voor deze tijd van het jaar. Deze weersextremen volgen op een serie van weerrecords die nu al maanden achter elkaar optreden. De vraag die veel aan De Natuurkalender gesteld wordt is: wat zijn de gevolgen voor de natuur van deze droge warme omstandigheden. Hieronder geven we een eerste overzicht van de informatie die wij nu hebben.

Als de droogte en de hoge temperaturen aanhouden zal het ook voor ons steeds duidelijker worden wat de gevolgen zijn. Een groot deel van de gevolgen zal echter pas volgend jaar zichtbaar gaan worden. Bij een eventuele voor- of achteruitgang van planten en dieren wordt het wel moeilijk om te bepalen welke weersextremen de verandering heeft veroorzaakt omdat we nu al een jaar lang achter elkaar met uiteenlopende weersextremen te maken hebben.

Zeer vroege start van de lente
Een gemiddelde temperatuur over januari tot en met april van 8,6°C (zie Figuur 2) heeft ertoe geleid dat de planten dit jaar zeer vroeg tot ontwikkeling zijn gekomen. Een volledig overzicht hiervan zullen we binnenkort op de site plaatsen.

Natuurlijk grasland
De Natuurkalender doet onderzoek op basis van waarnemingen die vegetatiekundige Ger Londo sinds 1973 tot aan de dag van vandaag in een natuurlijk grasland bij zijn huis. We kijken met name naar de effecten van temperatuur en neerslag op de start en duur van bloei als ook op de populatieomvang.
Bij veel soorten zie je dat hogere temperaturen in maart en april leidt tot een eerdere start van de bloei. Voorbeelden hiervan zijn kleine ratelaar, knolsteenbreek, gewone ereprijs, bevertes, rietorchis en margriet. Door de hogere temperaturen gaat het groeiproces ook sneller waardoor de planten eerder uitgebloeid zijn. Dit zien we bijvoorbeeld optreden bij vingerhelmbloem, margriet en verschillende grassoorten als kropaar, bochtige smele.

Loopkevers
De Natuurkalender doet samen met Stichting WBBS onderzoek naar de effecten van klimaatverandering op loopkevers in Drenthe. Door de droogte zullen vermoedelijk loopkevers die zich in het voorjaar voortplanten een klap krijgen. De meeste grond is te droog voor larven om te overleven, zodat we voor de meeste en dan wel met name de vochtminnende voorjaarvoortplanters, volgend jaar een achteruitgang zullen zien. In maart werden nog wel enkele vochtminnende soorten gevangen, maar sinds april is het allen nog maar een verarmd soorten aanbod van meestal enkele algemene niet-kritische soorten en een paar heide-soorten die niet kritisch zijn t.a.v. vocht. De turfloopkever Agonum ericeti is zo’n soort die last heeft van droogte in het voorjaar. De laatste jaren zien we deze soort zeer sterk achteruit gaan in Drenthe. Het is een soort van natte venige heiden en hoogvenen. De soort staat bekend als een noordelijke soort. Hij plant zich voort in de maanden april en mei. Andere vochtminnende loopkevers die zich in het voorjaar voortplanten zijn Pterostichus diligens en Pterostichus rheaticus (nigrita). Van beide loopkeversoorten zijn er in maart enkele individuen gevangen maar gedurende april zijn er geen individuen meer gevangen.

Figuur 3: Verloop van wekelijks aantal gevangen kevers Agonum ericeti gedurende de periode 1959 tot en met 2006.

De vochtminnende soorten hebben het moeilijk maar aan de andere kant kunnen we volgend jaar een fikse toename gaan verwachten voor de droogteminnende voorjaarssoorten. Ook kunnen we verwachten dat goed verbreidende zuidelijke soorten weer een forse stap noordwaarts gaan maken. Zo werden er in de jaren negentig tien nieuwe loopkeversoorten op het Hullenzand en belendende terreinen gevonden. Acht van de tien soorten hebben het zwaartepunt van hun verspreiding ten zuiden van Nederland, hetgeen doet vermoeden dat hier wellicht de temperatuurstijging een rol speelt.
Een soort die het de laatste jaren steeds beter is gaan doen mede onder invloed van onder andere hogere temperaturen in april en juni is de Poecilus versicolor. Dit jaar is deze soort zeer goed begonnen. Figuur 4 geeft een overzicht van de aantallen kevers dat wekelijks gevangen is op de Kraloer heide en het Hullezand, beide in Drenthe voor alle jaren sinds 1959. De dikste lijn zijn de aantallen voor 2007.

Figuur 4: Aantal gevangen kevers in week 1 tot en met week 16 voor alle jaren sinds 1959 tot en met 2007. De dikke lijn zijn de aantallen van 2007.

In maart werd door De Natuurkalender in samenwerking met Stichting WBBS een onderzoek naar de effecten van veranderingen in klimaat op de populatie en fenologie van loopkevers gepresenteerd. Zie persbericht: Klimaatverandering. Achteruitgang noordelijke loopkevers mogelijk te stoppen met goed beheer.

Vlinders
In 2006 heeft De Natuurkalender in samenwerking met De Vlinderstichting een onderzoek uitgevoerd naar de invloed van weersextremen op de populatieontwikkeling en fenologie van Nederlande dagvlinders. Uit dit onderzoek bleek dat negen vlindersoorten last hebben van weinig neerslag in het voorjaar. Dit zijn het groot dikkopje, koninginnenpage, kleine vuurvlinder, heideblauwtje, gehakkelde aurelia, zilveren maan, hooibeestje en het koevinkje.
Uit een onderzoek van de Vlinderstichting in 1990 over de mogelijke effecten van een veranderend klimaat op vlinders kwamen de volgende vlinders naar voren die negatief reageren op een groter aantal dagen boven de 20°C in het voorjaar en/of hoge gemiddelde temperaturen: Groot dikkopje, heideblauwtje, kleine vuurvlinder, bruin zandoogje, atalanta, distelvlinder, kleine vos, citroenvlinder, koevinkje, klein geaderd witje, klein koolwitje, groot koolwitje, klein dikkopje, dagpauwoog, eikenpage, oranjetipje en groentje.
Er zijn ook vlindersoorten die baat hebben bij drogere en warmere omstandigheden gedurende het voorjaar: Rouwmantel, kleine parelmoervlinder, aardbeivlinder, grote parelmoervlinder en de duinparelmoervlinder. Hoge zomertemperaturen zijn mogelijk positief voor het resedawitje, koninginnenpage, oranje luzernevlinder, kleine ijsvogelvlinder en het icarusblauwtje.

Wespen
Door de hoge temperaturen zijn de wespen dit jaar vroeg uit de winterrust gekomen. De allereerste meldingen zijn al van februari terwijl ze normaal gesproken halverwege april tevoorschijn moeten komen. De eerste paar weken zijn voor de wespenkoningin cruciaal omdat ze dan moet aansterken van de winterrustperiode. Ze moet een nest gaan bouwen, eieren gaan leggen en de larven voeren. Zodra na ongeveer een maand de eerste werksters verschijnen zijn er al enkele honderden larven die gevoed moeten worden. De werksters nemen de verzorging van de larven over. In een normaal jaar stopt de koningin na ongeveer 125 dagen met het leggen van haar eieren. In de twee weken daarna neemt het aantal larven snel af. De larven geven normaal gesproken als beloning zoetstoffen aan de werksters. Als de larven er niet meer zijn gaan de werksters op zoek naar andere zoetstoffen. Dat is het moment dat ze samen met ons op de terrasjes willen zijn. In een normaal jaar is dat moment vanaf half juli. Vanwege de zeer vroege start dit jaar zal dat mogelijk een maand eerder kunnen zijn. De verwachting is dat door de goede weersomstandigheden sinds het verschijnen van de koninginnen dat er meer dan gemiddeld aantal wespen zullen zijn.

Figuur 5: Verloop van het aantal wespen (doorgetrokken lijn) en larven (gestippelde lijn) in een wespennest gedurende een warm (oranje lijnen) en een normaal jaar (groene lijnen).

Figuur 6: Aantal doorgegeven wespen per week via www.natuurkalender.nl in 2007.

Pollen
De weersomstandigheden bepalen ook in grote mate hoeveel pollen er in de lucht komen. Warme zonnige omstandigheden vergroten de concentraties pollen in de lucht maar de temperatuur en de neerslag bepalen ook het aantal pollen dat er door de planten geproduceerd wordt. Op de hooikoortspagina vindt u de dagelijkse pollentellingen van zowel het Leids Universitair Medisch Centrum als het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond.
Dit jaar is het pollenseizoen van de berk in de eerste week van april gestart. Dit was duidelijk vroeger dan 2006.
Onder zeer droge omstandigheden zal de pollenproductie afnemen. Dit was goed te zien in juli 2006. Toen nam het aantal brandnetelpollen sterk af onder invloed van de zeer hoge temperaturen en de droge omstandigheden. Veel planten droogden helemaal uit.

Figuur 7: Verloop van het aantal brandnetelpollen in 2006 in de lucht gemeten door het Elkerliek Ziekenhuis te Helmond. Het grijze gedeelte geeft de gemiddelde pollenconcentratie in de jaren negentig.

Door de zeer natte maand augustus die erop volgde gingen de planten weer groeien en werden er weer meer pollen geproduceerd. Als de droogte langer aanhoudt zullen naar verwachting de kruidachtige planten waaronder de grassen minder pollen produceren. Bij droge en zonnige omstandigheden kan het aantal pollen in de lucht dan nog altijd sterk oplopen.
Door de zeer hoge temperaturen in de afgelopen maanden kunnen we dit jaar relatief veel ambrosia pollen verwachten aangezien veel van deze warmteminnende planten naar alle waarschijnlijkheid tijdens de warme herfstmaanden tot zaadzetting zijn gekomen. We verwachten dat bij een verdere opwarming van het klimaat de ambrosia zich in Nederland zal gaan uitbreiden. Nu komt hij vooral nog in tuinen voor omdat de zaden als verontreiniging in vogelzaad en kippenvoer zitten. Voor meer informatie over ambrosia kunt u terecht op de speciale informatiepagina.

Meer informatie over het effect van droogte op de natuur:

In de zomer van 2006 hebben we naar aanleiding van de zeer droge omstandigheden in juli 2006 een overzicht gemaakt van de mogelijke effecten op de natuur. Hier vindt u de link naar deze pagina.

Onze nieuwsberichten automatisch ontvangen?  



Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse , Wageningen UR.