Wintervlinder kan klimaatverandering aan
|

|
13 juni 2007
Wintervlinders blijken zich aan te kunnen passen aan een veranderende temperatuur. De temperatuur bepaalt de dag waarop ze uit het ei komen en die temperatuurgevoeligheid is erfelijk. Door selectie blijven de best aangepaste eieren over, die op hetzelfde moment als de verse eikenbladeren (hun voedsel) uitkomen. Op deze ontdekking promoveert Margriet van Asch van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) aanstaande vrijdag in Groningen.
 |
 |
 |
Rups van de wintervlinder
|
Sinds het klimaatpatroon van winter en voorjaar in ons land aan het veranderen is – intussen al zo’n 35 jaar – kwam de kleine wintervlinder steeds eerder uit het ei. In warme jaren zelfs zoveel eerder, dat een deel van de rupsen verscheen vóórdat de bladeren van de zomereik uit waren gelopen. Jonge eikenbladeren zijn het voedsel van de rupsen en zonder eten gaan de rupsen al binnen een paar dagen dood. De wintervlinder reageerde dus te sterk op de opwarming in Nederland. Nu blijkt dat de rupsen zich aan de nieuwe situatie, het nieuwe klimaat, kunnen aanpassen. Dat hebben ze de afgelopen tien jaar gedaan. NIOO-onderzoekster Margriet van Asch: “Bij dezelfde temperatuur komen de eieren nu pas vijf tot tien dagen later uit. Het resultaat is dat ze weer beter gesynchroniseerd met het eikenblad uitkomen.”
 |
 |
| Wintervlinder (mannetje)
|  |
| | |
 |
 |
| Wintervlinder (vrouwtje)
|  |
Van Asch en collega’s onderzochten de wintervlinders in de natuur en in klimaatkamers, onder gewone en verhoogde temperaturen. Zo kunnen ze voorspellen hoe de wintervlinders zich aan zullen passen aan het klimaat. “Deze verandering kunnen we niet alleen in experimenten waarnemen, maar ook al buiten in het bos,” legt ze uit. “Dat ze zich aan kunnen passen, komt doordat er voldoende genetische variatie in ‘het uitkomen van het ei’ aanwezig is in de populatie vlinders.”
De kleine wintervlinder lijkt een beperkte klimaatverandering dus wel aan te kunnen. Deze soort past zich snel genoeg aan als je een van de gematigde klimaatscenario’s als uitgangspunt neemt. “Maar dat moeten we dus ook van andere soorten en ecosystemen weten,” stelt onderzoeksleider Marcel Visser. “Dan kunnen we namelijk zeggen hoeveel de temperatuur kan veranderen zonder dat zich grote problemen voordoen. Dan kunnen politici daarop hun streeftemperaturen baseren, in plaats van die arbitraire 2 graden Celsius toegestane opwarming van nu.”
De kleine wintervlinder (Operophtera brumata) leeft in de Nederlandse bossen. Daar vormt hij het voedsel voor veel zangvogels, zoals koolmees en bonte vliegenvanger.
Meer informatie
Persbericht en samenvatting van het proefschrift
Nederlands Instituut voor Ecologie
Foto's: Margriet van Asch, NIOO-KNAW
| Onze nieuwsberichten automatisch ontvangen? |
 |
 |

Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|