Duizend knopen om door te hakken
|

|
4 juni 2011
De Japanse duizendknoop is een typische invasieve exoot. De plant is inmiddels een vertrouwd straatbeeld in veel delen van Nederland en
heeft de vervelende eigenschap sterk te woekeren. Daarbij laat de plant zich niet tegenhouden door een bedekking van asfalt of tegels.
Terecht staat deze woekeraar in de top 100 van lastigste exoten op plaats 37. Als we er vanaf willen is het letterlijk alsof we duizend
knopen door moeten hakken.
 |
 |
 |
Japanse duizendknoop Foto: Paul Busselen, KU Leuven
|
Gevestigde exoten kennen we genoeg in Nederland. De meeste zijn ons al vertrouwd en beschouwen we al nagenoeg als inheems: het konijn is
daar een pluizig voorbeeld van. Niets mis mee, met veel van die exoten. Toch zijn er vele
exoten die op dit moment, of in de toekomst voor
problemen kunnen zorgen, noem daarbij de grijze eekhoorn, de tijgermug en brulkikker en de alarmbellen gaan rinkelen. De belangrijkste
wapenfeiten van de exoten zijn concurrentie met, vraat van, en het overbrengen van ziektes op inheemse soorten. Ook is beschadiging van
de infrastructuur zoals dijken en waterwegen een kostbaar probleem. Vaak doen de exoten het bij ons extra goed, doordat hun natuurlijke
vijanden afwezig zijn, doordat het klimaat ze hier extra goed aanstaat, of eenvoudigweg doordat er een mooi plaatsje voor ze vrij is in
het ecosysteem.
Eigen schuld dikke bult gaat voor veel exoten op. Zo ook voor deze Japanner, die oorspronkelijk in 1849 als sierplant uit Japan via
Philipp von Siebold naar Nederland kwam. Ook
in het Verenigd Koninkrijk veroorzaakt de plant veel overlast, daar moet men zelfs officieel tuinafval met de boosdoener erin door
specialisten laten ophalen.
Een direct gevaar voor de Nederlandse volksgezondheid zal de Japanse duizendknoop niet vormen.
Toch kan deze woekerende plant de staatskas een aardige knauw toebrengen. De plant woekert er lustig op los in wegbermen, onder trottoirs
en asfalt, in tuinen en in parken. Veelal willen we de plant daar niet hebben, maar het ding laat zich lastig bestrijden. De plant groeit
erg snel, en niet alleen omhoog met de op bamboe lijkende groene stengels met grote bladeren, maar ook via een netwerk van wortelstokken
(rizomen). Maaien en bestrijdingsmiddelen werken niet voldoende of kunnen ongewenste bijeffecten hebben en uitgraven is een enorme
(kostbare) klus.
 |
 |
 |
Bloem van Japanse duizendknoop Foto: Paul Busselen, KU Leuven
|
Wat moeten we dan? Gelukkig kunnen we bij exoten dan altijd op zoek naar de ware “roots”. In dit geval is via taxonomisch onderzoek
uitgeplozen dat deze in het Japanse prefectuur Nagasaki liggen. Bij onderzoek werden daar 180 geleedpotigen en veertig schimmels gevonden
die de plant aanvallen, waarvan de bladvlo Aphalara itadori en de schimmel Mycosphaerella polygoni-cuspidati de enige
natuurlijke vijanden waren die de plant voldoende beschadigden. Onderzoek op inheemse Engelse planten en diverse gewassen toonde aan
dat de bladvlo zeer specifiek op de Japanse duizendknoop vrat, geen andere planten kon aantasten en zich redelijk in Engelse
weersomstandigheden thuis voelde.
Op dit moment wordt de bladvlo in Groot-Brittannië getest als biologische bestrijder van de Japanse duizendknoop. Ook in Nederland wordt
onderzocht of een inheemse schimmel inzetbaar is als bestrijder. Nog even geduld dus voordat we de natuurlijke vijanden de noeste arbeid
van het doorhakken van de duizend knopen kunnen laten uitvoeren. Tot die tijd kunnen we misschien toch even genieten van het weelderige
groen en kunnen insecten zich tegoed doen aan het nectar dat de vele bloemen produceren.
Meer informatie: Djeddour, D.H. & Shaw, R.H., 2010. The biological control of Fallopia japonica in Great Britain: Review and
current status. Outlooks on Pest Management 21, pp. 15-18.

Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|