Strandhuis voor de oeverzwaluw
|

|
25 juni 2011
Hoog water kan voor veel op de grond broedende vogels een bedreiging voor hun kroost vormen. De oeverzwaluw profiteert echter juist
van afgekalfde oeverranden om daar zijn nestholtes aan te leggen. Onder de juiste omstandigheden bouwen oeverzwaluwen zelfs hun nest
aan de duinenrij, met uitzicht op strand en zee.
 |
 |
 |
Nestholtes van oeverzwaluwen in afgekalfde duinrand Foto: Fedor Gassner
|
Afgelopen weekeinde
spoelden
tijdens de springvloed, die vergezeld ging van stevige aanlandige wind, heel wat nesten op de waddenzeekwelders weg. Toch kan het hoge
water voor oeverzwaluwen (Riparia riparia) gunstig uitpakken. Oeverzwaluwen leggen hun nestholtes namelijk in steile zandhellingen
aan, bijvoorbeeld op afgekalfde oeverranden. Op Schiermonnikoog heeft een groep oeverzwaluwen zich zelfs in een afgekalfd duin gevestigd.
Kennelijk bieden de kwelder en het duingebied voldoende insecten voor de vogels. Voor de zwaluwnesten is het een drukte van jewelste,
met vaders en moeders die af en aan vliegen met snavels vol insecten. Duinzand lijkt op op het eerste gezicht niet stabiel genoeg om
nestholtes in te graven. De dichte laag helmgras biedt op dit duin waarschijnlijk uitkomst. Het zeer uitgebreide stugge wortelnetwerk
van het helmgras houdt het zand als een soort wapening bijeen. De steile wand is ontstaan doordat bij zeer hoog water golven het duin
afkalfden. Afgelopen weekeinde zorgde de springvloed en wind vooral aan de waddenzeekant voor zeer hoog water, dus liepen de zwaluwnesten
nog geen gevaar.
Hoewel de meeste waargenomen oeverzwaluwen in Nederland slechts op doortrek zijn, is de oeverzwaluw in ons land ook als
broedvogel te zien. De aantallen broedparen en
trekkende exemplaren variëren sterk van jaar tot jaar, en zijn afhankelijk van factoren op hun overwinteringsplaats en hun nestplaats.
De overwinteraars in de Sahel kregen zo rond 1984 zware tijden door een door extreme droogte veroorzaakte voedselschaarste. In Nederland
hebben kanalisatie van rivieren en beken in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw de aantallen doen afnemen. Na een opleving
in de jaren negentig, mede veroorzaakt door de stevige overstromingen in ons land, is er de laatste jaren weer een dalende trend in het
aantal broedparen te zien, blijkt uit gegevens van
SOVON Vogelonderzoek Nederland. Met een vogel die broedt in instabiele zandwanden
en overwintert in een van de droogste plekken op aarde is dat ook niet zo gek.

Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|