Overal verhuizingen in de natuur
|

|
23 augustus 2011
Een nieuwe studie liet vorige week in het wetenschappelijke tijdschrift Science zien dat leefgebieden van 764 planten- en diersoorten
de afgelopen jaren als gevolg van temperatuurstijging gemiddeld 17 kilometer per tien jaar naar de polen verschoven zijn. Dit is twee
tot drie keer zo snel als tot nu toe werd aangenomen. Nederlandse natuurwaarnemingen zijn niet meegenomen maar ook in ons land zijn
grote verschuivingen gaande. Op Natuurbericht.nl zijn al zeer veel voorbeelden
van noordwaartse ‘verhuizingen’ in en naar ons land gepubliceerd.
De gemiddelde jaartemperatuur in De Bilt lag de afgelopen tien jaar 1,4 graden Celsius hoger dan voor 1990. De huidige temperaturen
kwam je halverwege de vorige eeuw in de buurt van Lyon, Zuid Frankrijk, tegen. Het is dan ook geen verrassing dat warmteminnende
planten- en dierensoorten zichtbaar profiteren van de temperatuurstijging in ons land. Nieuwe soorten vestigen zich of komen op
steeds meer plaatsen voor en de aantallen individuen per soort nemen toe. Koudeminnende soorten krijgen het echter moeilijker.
Halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw konden biologen niet vermoeden dat de verschuivingen in de natuur op zo’n grote
schaal zo snel zouden plaatsvinden. In alle soortgroepen zijn er vele voorbeelden bekend.
Op Natuurbericht.nl zijn sinds de lancering van de site in het voorjaar van 2008 al vele voorbeelden onder de aandacht gebracht. De
meeste voorbeelden zijn terug te vinden door te klikken op de hoofdcategorie ‘Klimaat’
in het linkermenu. Hieronder een greep uit de voorbeelden met de links naar de oorspronkelijke berichten voor meer informatie.
Sprinkhanen en krekels
Sprinkhanen zijn extreem warmteminnende dieren waarvan het aantal soorten richting Zuid-Europa sterk toeneemt. Volgens Stichting EIS
zijn er de afgelopen 25 jaar vijf zuidelijke soorten voor het eerst in ons land aangetroffen. Een toename van 12 procent (
zie Natuurbericht). Vorig jaar zomer werd in Ede bijvoorbeeld de
spoorkrekel, een Zuid-Europese krekel, voor het eerst in Nederland ontdekt (
zie Natuurbericht).
Vlinders
 |
 |
 |
Braamparelmoervlinder Foto: Saxifraga-Marijke Verhagen
|
 |
 |
 |
 |
Zuidelijke glazenmaker Foto: Saxifraga-Rob Felix
|
 |
 |
 |
 |
Millennium wratslak Foto: Saxifraga-Eric Gibcus
|
 |
 |
 |
 |
Watersnip Foto: Saxifraga-Luc Hoogenstein
|
Eind juli maakte de Vlinderstichting melding van een braamparelmoervlinder in Limburg (
zie Natuurbericht). Niet eerder was deze van oorsprong Zuid-Europese
soort in ons land aangetroffen. De afgelopen twintig jaar en vooral de laatste vijf jaar kwam deze soort wel steeds noordelijker voor.
In 2006 voor het eerst in België en nu dus al in Nederland. In 2009 dook het kaasjeskruiddikkopje na vijftig jaar afwezigheid weer op in
Zuid-Limburg (
zie Natuurbericht). Andere soorten die profiteren van de stijgende
temperaturen zijn de Spaanse vlag en het staartblauwtje (
zie Natuurbericht) en de kolibrievlinder (
zie Natuurbericht). Veel warmteminnende soorten komen ongemerkt ons
land binnen maar de vestiging en uitbreiding van de eikenprocessierups zal niemand gemist hebben. De venijnige brandharen zorgen voor
veel overlast (
zie Natuurbericht). Toch verwachten experts dat vaker aanhoudende
warmte, in combinatie met extreme weersomstandigheden (droogtes) meer verliezers zal opleveren dan winnaars (
zie Natuurbericht).
Libellen
Onder de vlindersoorten zijn veel zorgenkindjes maar bij de libellen is het een ander verhaal. Die doen het relatief heel goed.
De temperatuurstijging is voor veel soorten een steun in de rug. De zuidelijke glazenmaker is recent tot voortplanting gekomen in ons land (
zie Natuurbericht) en soorten als de vuurlibel (
zie Natuurbericht) en zuidelijke keizerlibel worden steeds vaker
gesignaleerd (zie Natuurbericht).
Onder water
Veel mensen denken dat door het bufferende vermogen van water de temperatuurstijging in het water minder snel gaat en daardoor de
verschuivingen minder groot zijn. Onder water worden echter ook grote verschuivingen geconstateerd. Vanaf het midden van de negentiger
jaren hebben we een groot aantal milde winters gehad waardoor diverse Zuidwest-Europese zeedieren langzaam naar het noorden opgerukt zijn.
Stichting Anemoon heeft een groot aantal voorbeelden gegeven waaronder de komst van de millennium wratslak (
zie Natuurbericht), de wijde mantel, de groene wierslak, de gladde
sponspootkrab, de zwartoog lipvis en de gehoornde slijmvis. Het zijn ook deze soorten die duidelijk last hebben van de recente strenge
winters (
zie Natuurbericht) wat mooi de rol van temperatuur op het voorkomen
laat zien.
Vogels
Ook in de vogelwereld is het effect van de recent koude winters goed te zien in bijvoorbeeld de stand van de ijsvogel (
zie Natuurbericht) die na een sterke uitbreiding een flinke teruggang
liet zien door de koude winter. De opwarming blijkt slecht nieuws te zijn voor de spotvogel maar weer goed nieuws voor het zuidelijke
broertje, de orpheusspotvogel (
zie Natuurbericht). Ook bijeneters profiteren van de temperatuurstijging.
Ze worden steeds vaker gezien en komen ook al in ons land tot broeden (
zie Natuurbericht). De Zuid-Europese graszanger is inmiddels al in
de Weerribben geconstateerd en zet zijn opmars verder voort (
zie Natuurbericht en
Natuurbericht). Niet alle vogelsoorten zullen profiteren van de
veranderingen. Uit een groot Europees onderzoek naar het effect van klimaatverandering op 122 algemene vogelsoorten blijken er drie keer
zo veel soorten achteruit te gaan (bijvoorbeeld watersnip, graspieper en fluiter) dan vooruit (
zie Natuurbericht).
Planten
 |
 |
 |
Grote waternavel Foto: Saxifraga-Henk Sierdsema
|
Mede als gevolg van de klimaatverandering lijken er momenteel in Nederland jaarlijks meer soorten bij te komen dan te verdwijnen (
zie Natuurbericht). Stichting FLORON meldt dat in de laatste editie
van 'Heukels' flora van Nederland' (2005), de wetenschappelijke flora, maar liefst 151 meer plantensoorten stonden dan in de editie
daarvoor (1996). Interessant is dat de meeste van deze nieuwe soorten worden gevonden in een stedelijk milieu.
Koude winters kunnen ook bij warmteminnende planten een tijdelijke teruggang veroorzaken. De afgelopen zeer koude decembermaand heeft
echter de opmars van de fraaie zuidelijke bijenorchis in ons land niet tot staan gebracht (
zie Natuurbericht). Net als bij de vlinders zijn we niet met
alle plantensoorten die profiteren blij. De grote waternavel blijft zeer sterk toenemen en zorgt voor veel economische en ecologische
schade in de waterwegen (
zie Natuurbericht) en de Zuid-Amerikaanse cabomba dreigt een
vergelijkbaar probleem te gaan worden (
zie Natuurbericht). Een andere soort die momenteel veel in het
nieuws is is de hooikoortsplant ambrosia (
zie Natuurbericht) die zich geleidelijk aan steeds meer lijkt uit te
breiden.
Gezien het grote aantal warme maanden en het zeer warme, extreem droge en zonnige voorjaar zullen we bij de analyse van alle
natuurwaarnemingen zeer waarschijnlijk nog meer verrassingen tegenkomen. Hou Natuurbericht.nl in de gaten.

Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|