Natuurkalender
Nieuws en agenda
Meedoen
Scholen
Projecten
Waarnemingen
Informatie soorten
Achtergrondinformatie
Links
Zoeken
Landbouw
Teken
Hooikoorts
Eikenprocessierups
Ganzen

Nieuws:

11 mei: Veel minder berkenpollen; graspollenseizoen begint

6 mei: Plantenbloei nog week eerder dan normaal

29 april: Tweestippelig lieveheersbeestje eet eikenprocessierups

27 april: Logboekweer.nl geeft fenologie informatie

23 april: Tekenactiviteit neemt komende week toe


Veel beukenpollen in voorjaar, dan een goed mastjaar


30 oktober 2011

Op basis van het totaal aantal gevangen beukenpollen in het voorjaar is een goede schatting te maken van het aantal beukennootjes dat in de herfst van de bomen zal vallen. Dit blijkt uit een eerste koppeling van mastjaargegevens van de beuk met 21 jaar pollentellingen van het Leids Universitair Medisch Centrum en het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond. Dit jaar is een recordaantal beukenpollen gevangen.

Beukennootje
Foto: Paul Busselen, KU Leuven
Beukennootjes zijn een belangrijke voedselbron voor een groot aantal diersoorten. De beukennootjesproductie varieert echter zeer sterk van jaar tot jaar. Een jaar waarin veel beukennootjes geproduceerd worden, wordt een mastjaar genoemd. Tijdens een mastjaar kunnen dieren vanwege de overvloed aan voedsel extra nakomelingen produceren en makkelijker de winter doorkomen. Voor de beuk zelf wordt de kans op verjonging groter omdat niet alle beukennootjes worden opgegeten.

Er zijn maar weinig studies die bijhouden hoe groot de productie van beukennootjes is. In 2003 publiceerden twee Engelse wetenschappers een overzicht van de sterkte van mastjaren in Engeland, Duitsland, Denemarken, Zweden en Nederland voor de periode 1800 tot en met 2001. Voor elk jaar en elke studie is bepaald hoeveel beukennootjes er in zeven minuten uit een boom naar beneden vielen in de eerste helft van oktober. Hierbij werd de volgende indeling gehanteerd:

  • 1: Zeer slecht mastjaar (minder dan 11 beukennootjes per zeven minuten)
  • 2: Slecht mastjaar (tussen de 11 en 50 beukennootjes)
  • 3: Normaal mastjaar (tussen de 51 en 100 beukennootjes)
  • 4: Goed mastjaar (tussen de 100 en 150 beukennootjes)
  • 5: Zeer goed mastjaar (meer dan 150 beukennootjes)
Voor Nederland werden twee bronnen met waarnemingen uit de periode 1930 tot en met 1996 meegenomen.

Beukenpollen
In de afgelopen weken kregen we bij De Natuurkalender diverse keren de vraag of we dit jaar te maken hadden met een mastjaar. Aangezien we hier geen waarnemingen over verzamelen konden we deze vraag niet beantwoorden. Wat we wel wisten is dat er dit voorjaar extreem veel beukenpollen in de lucht werden aangetroffen. Na het zien van de Engelse studie vroegen we ons af of het aantal pollen mogelijk een indicatie geeft van het aantal beukennootjes.

Meer dan 80 pollen
De pollentellingen van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en het Elkerliek ziekenhuis in Helmond behoren tot de langst lopende pollentellingenreeksen van Europa. We hebben van de periode 1975 tot en met 1996 het jaarlijks gemiddeld aantal beukenpollen van de twee telstations vergeleken met de classificatie van het mastjaar in de Engelse studie. In de onderstaande grafiek is te zien dat als het totaal aantal waargenomen pollen in een jaar boven de 80 uitkwam er met uitzondering van een jaar (1991) altijd sprake was van een goed mastjaar (categorie 4). Dit is in de 21 jaar in totaal zeven keer voorgekomen. In 1979 werden er maar weinig pollen geteld terwijl er toch melding was van een mastjaar. Bij minder dan veertig beukenpollen per jaar is de kans op een zeer slecht mastjaar (categorie 1) het grootst.

Relatie tussen het gemiddeld aantal beukenpollen (geteld per jaar door
het LUMC en het Elkerliek ziekenhuis) en de sterkte van het mastjaar

Het hoogste gemiddelde aantal beukenpollen in de periode 1975 tot en met 2001 was 666 pollen. Dit jaar kwam het gemiddelde uit op 1042 pollen. Op basis van de bovenstaande analyse kun je dus verwachten dat dit jaar een goed tot zeer goed mastjaar is voor de beuk.

Hilton, G.M. and J.R. Packham, 2003. Variation in the masting of Common beech (Fagus sylvatica L.) in northern Europe over two centuries (1800 – 2001). Forestry 76: 319-328.

Volg De Natuurkalender via RSS Volg De Natuurkalender op Twitter  



Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse , Wageningen UR.