Grassen
|
|
|
Er zijn vier grassoorten waar we binnen het Natuurkalenderproject naar kijken:
|
Timoteegras (Phleum pratense)
 |
 |
 |
| Kelkkafje |
Aar |
Tongetje |
| Timoteegras |
Timoteegras groeit op vochtige, voedselrijke leem- en kleigronden. Het is een lichtgroen gras met zachte, onbehaarde
bladeren. Timoteegras heeft een cilindervormige aarpluim, die gelijkmatig van
dikte is. De kelkkafjes zijn voorzien van een naald. Het tongetje is stomp en wit, en
is tot ca. 6 mm. lang. Het blad heeft geen oortjes, en het blad is kenmerkend door de
draaiing die het heeft.
Bloeitijd: Timoteegras bloeit vanaf mei/juni.
Grote vossestaart (Alopecurus pratensis)
 |
 |
 |
| Kelkkafje |
Aartje |
Tongetje |
| Grote vossenstaart |
De Grote vossenstaart is een onbehaard gras met een kort (1-2 mm), stomp tongetje dat vuilwit van
kleur is. De kelkkafjes hebben geen naalden, de kroonkafjes wel. De Grote
vossenstaart houdt van kalkrijke, vochthoudende grond. Op kleigronden is hij
veel aan te treffen.
Bloeitijd: de Grote vossenstaart bloei vanaf april.
Kropaar (Dactylis glomerata)
 |
| Figuur 1: bladoksel met tongetje |
| Kropaar |
Kropaar is een algemeen gras dat op droge, voedselrijke
of goed bemeste bodems te vinden is. De Kropaar kan nauwelijks met andere grassen verward worden.
Het blad is grijsachtig groen, en de plant heeft een grove bloeipluim: de aartjes zitten in dikke kluwens bij
elkaar aan het einde van de pluimtakken. De plant is ruw door de korte stekelhaartjes. Het tongetje
(zie figuur 1) is langwerpig en wit.
Bloeitijd: De bloei van de Kropaar begint in mei.
 Gestreepte witbol (Holcus lanatus)
Gestreepte witbol is een vrij algemeen gras op vochtige, zure zand- en veengronden en vochtige
weiden en graslanden. Het gras stelt geen hoge eisen aan de bodem. Het is een geheel behaarde plant,
ook op de knopen zitten haren. De minder algemene Gladde witbol (H. mollis) heeft een kale stengel, en alleen
haren op de knopen. Met enige oefening is de Gestreeptje witbol gemakkelijk te herkennen aan deze dichte
fluweelachtige beharing op de gehele plant. Het tongetje is lang en grof gezaagd. Gestreepte witbol
groeit in dichte pollen.
Bloeitijd: de Gestreepte witbol bloeit vanaf eind april.
Determinatie van grassen
Bij de determinatie van grassen is een aantal kenmerken van belang, die bij andere
plantenfamilies niet voorkomen of in mindere mate onderscheidend zijn. Zo komt bij veel grasen op de
overgang van de bladschijf en de bladschede (het deel dat om de stengel gerold zit) een vliezige rand
voor, het 'tongetje', waarvan aanwezigheid en vorm een belangrijk kenmerk is. Ook de bouw van de
bloem is bij grassen opmerkelijk. Bloemen zijn bij veel soorten omsloten door kelkkafjes, die
uiteenwijken als de bloem gaat bloeien. Soms zijn meerdere bloemen samen weer omsloten door een
paar schutbladen. Het geheel daarvan noemen we een 'aartje'. De opbouw van een aartje en de onderdelen
daarvan zijn vaak ook belangrijk voor het bepalen van de soort.
Om de vier soorten van de Natuurkalender te volgen is het overigens niet nodig je ver in de bouw van
grassenbloemen te verdiepen. Er zijn ook kenmerken waarmee deze soorten makkelijker in het veld te
onderscheiden zijn. Gestreepte witbol herken je met enige oefening gemakkelijk aan de dichte fluweelachtige
beharing op de gehele plant. Kropaar is juist ruw door korte stekelhaartjes. De bloeiende planten kenmerken
zich doordat de aartjes in een aantal kluwen zijn samengetrokken. Timoteegras en Grote vossestaart hebben
een cilindervormige bloeiwijze. Bij Timoteegras is die stug en van onder en boven nauwelijks versmald,
bij Grote vossestaart buigzaam en wel aan de voet en de top versmald. Wie meer over grassen en andere
planten wil leren, kan zich aansluiten bij FLORON (www.floron.nl).

Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|