Brem
|
 |
Cytisus scoparius
Deze
bezemachtige plant valt op door de vele lange diepgroene twijgen, die kaal
zijn in de winter en in de zomer bedekt met smalle blaadjes. De
erwtachtige gele bloemen groeien in de vroege zomer in de bladoksels
waardoor de groene bezem in een goudgele gloed verandert. Na de bloei
ontstaan de zwarte zaaddozen, die met een knal openspringen om de zaadjes
uit te stoten. Dit is een Westeuropese soort, die in de warmere streken
van Europa op kalkarme grond groeit. De plant kan grote kolonies vormen op
droge hellingen, bermen en spoordijken. Omdat de dunne, taaie twijgen daar
heel geschikt voor waren, werd de brem vroeger gebruikt voor het maken van
bezems. Ook is het een belangrijke medicinale plant, die gebruikt wordt
bij de behandeling van nier- en blaasziekten. Bloei in mei en juni, hoogte
50 tot 200 cm.
Voeg
hier je waarneming van eerste bloei toe

Informatie uit: Wilde bloemen, uitgegeven en bewerkt door Pamela Bristow,
naar een tekst van Zdenka Podhajska. Foto's: Jacoba Wassenberg

Copyright © 2010 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|