Klein hoefblad
|
 |
Tussilago farfara
De heldergele bloemhoofdjes van deze wijd verspreide plantensoort gaan in het
vroege voorjaar open, soms al vanaf eind januari. De holle, geschubde bloemstelen dragen bloemhoofdjes
die bestaan uit goudgele schijf- en lintbloempjes. De brede, eironde
bladeren komen pas na de bloei aan de plant; ze groeien uit lange
ondergrondse stengels en kunnen wel 50 cm lang worden. De jonge bladeren
zijn zowel aan de onder- als aan de bovenkant met witte vilthaartjes bezet,
maar de oudere bladeren alleen aan de onderkant. Het klein hoefblad komt
van nature voor in Europa en in het noorden van Afrika en Azië. Het
groeit op ruigten, in de berm, op stenige bodem en op zandhopen. De hoogte
loopt uiteen van 7 tot 20 cm en de bloeimaanden zijn maart en april. Zowel
de bloemen als de bladeren bevatten een geneeskrachtige stof, die hoest
verlicht en wonden sneller doet helen.
Voeg
hier je waarneming van eerste bloei toe
Informatie uit: Wilde bloemen, uitgegeven en bewerkt door Pamela Bristow,
naar een tekst van Zdenka Podhajska. Foto's: Jacoba Wassenberg

Copyright © 2010 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|