Natuurkalender
Nieuws en agenda
Meedoen
Scholen
Projecten
Waarnemingen
Informatie soorten
Achtergrondinformatie
Links
Zoeken
Landbouw
Teken
Hooikoorts
Eikenprocessierups
Ganzen |
 |
De Eikenprocessierups
|
|
 |
 |
 |
Eikenprocessierupsen Foto: Leen Moraal (Alterra) |
De eikenprocessierups is de larve van Thaumetopoea processionea, een nachtvlinder. Deze vlinder legt zijn
eitjes in de toppen van eikenbomen. Wanneer deze rond half april in blad komen, komen de eitjes uit. De rupsen
gaan ’s nachts vanuit de nesten in een grote groep op zoek naar voedsel: de zogenaamde
"processies". Overdag zitten de rupsen bij elkaar in een spinsel tegen de stam of dikkere takken,
waar ze later ook verpoppen. Deze "nesten" bestaan uit een dicht spinsel van vervellingshuidjes met brandharen
en uitwerpselen.
De rupsen hebben lange, witte haren, maar voordat ze de beruchte brandharen
krijgen, vervellen ze eerst een aantal malen. De brandharen zijn 0,1-0,2 mm lang, en laten makkelijk los waarna
ze door de wind worden verspreid. Vanaf mei zijn de rupsen zover gegroeid dat ze brandharen hebben. De rupsen
verpoppen begin juli tot een onopvallende nachtvlinder. De vrouwtjes hiervan
zetten in augustus hun eitjes weer af.
 |
 |
Eikenprocessierupsen bij eipakket Foto: Cecile Custers |
 |
Herkenning
De rupsen hebben een zwartbruine kop en een zwartgrijs lichaam, met een donkergrijze rugstreep. Ze hebben lange,
grijzig witte beharing. Deze haren staan op roodachtig oranje wratten. Over de stigma's loopt een lichte lijn. Vooral
het gedrag van de Eikenprocessierups is kenmerkend, wanneer ze "in processie" tegen de stam van eiken te vinden zijn.
Verwarring
Nesten en spinsels van de eikenprocessierups kunnen mogelijk verward worden met die van andere insectensoorten
zoals de spinselmot (Yponomeuta sp.) en de bastaardsatijnvlinder.
 |
 |
 |
Spinselmot Foto: Leen Moraal (Alterra) |
Spinselmotten maken grote webachtige spinsels in verschillende soorten struiken (o.a meidoorn, kardinaalsmuts en vogelkers)
maar niet in eik. De spinselmot kan hele struiken kaalvreten, en kapselt deze in met een wit, zijdeachtig spinsel.
Eikenprocessierupsen worden, in tegenstelling tot spinselmotten, vrijwel alleen gevonden op eiken.
 |
 |
Nesten bastaardsatijnvlinder Foto: Leen Moraal (Alterra) |
 |
De rupsen van de bastaardsatijnvlinder maken in de herfst perkamentachtige nesten in de twijgen waarin de jonge rupsen
overwinteren.
 |
 |
 |
Rups bastaardsatijnvlinder Foto: Leen Moraal (Alterra) |
De rups van de bastaardsatijnvlinder leeft vooral in eiken en duindoorn en heeft, net als de eikenprocessierups, irriterende haren.
 |
 |
Nest eikenprocessierups Foto: Leen Moraal (Alterra) |
 |
In het begin maken de rupsen van de eikenprocessierups geen spinsels maar zitten ze in tapijtachtige plakkaten op de stam.
In een later stadium maken ze een nest op de stam in grootte varierend van een tennisbal tot een voetbal. Vanuit het nest lopen
spinseldraden over de stam naar de takken.
Gezondheidsklachten
De brandharen van de eikenprocessierups kunnen voor mensen erg vervelend zijn: de pijlvormige haartjes
hebben kleine weerhaakjes en kunnen de huid, ogen en luchtwegen
binnendringen. Daarbij komen stoffen vrij die die reacties oproepen op die
lijken op allergische reacties. De klachten kunnen bestaan uit jeuk en huiduitslag, ademnood en zware
oogirritaties. Ze kunnen worden veroorzaakt door direct contact met de huid,
maar ook door brandharen die met de wind zijn meegevoerd.
In het algemeen verdwijnen de klachten binnen enkele dagen tot weken. Bij
aanhoudend ernstige klachten kunt u het beste contact opnemen met de
huisarts. Een aantal gemeenten vermindert de overlast van de rups door de
nesten te laten verwijderen. Brandharen van de eikenprocessierups kunnen
overigens vijf tot zes jaar actief blijven.
Voorkomen eikenprocessierups
Oorspronkelijk komt de eikenprocessierups uit Zuid- en Centraal Europa. Ze houden van warmte en zitten
vooral aan de zonnige zuidkant van eikenstammen in lanen. De eikenprocessierups kan in ons land overleven
dankzij het warmere weer. Onder bepaalde omstandigheden, warm en droog voorjaar, kunnen plagen optreden.
Begin jaren '90 is de eikenprocessierups in aantal toegenomen. Vooral in 1996 zijn veel zware aantastingen
van bomen gemeld. Daarna stortte de populatie van de soort in. Dit kwam onder andere door intensieve
bestrijding, maar ook door koud weer. In 2001 is het aantal meldingen van rupsen weer gestegen. Voorlopig lijkt
de rups een sterke voorkeur te hebben voor eiken op de zandgronden van Noord-Brabant en Limburg, maar het
valt niet uit te sluiten dat bij gunstige klimaatomstandigheden de soort ook verder naar het noorden opschuift.
In 2004 is de soort de Rijn gepasseerd en verwacht wordt dat bij een gunstig klimaat de soort nog verder naar
het noorden zal verspreiden.
Monitoring eikenprocessierups
De Natuurkalender wil in samenwerking met de Expertgroep Eikenprocessierups de verspreiding van de eikenprocessierups in kaart brengen. U kunt via deze site waarnemingen
hiervan doorgeven.
Publieksfolder
Meer informatie over het voorkomen van gezondheidsklachten vindt u in de publieksfolder. Deze vindt u via de
volgende link (in pdf-formaat):
(Om dit bestand te kunnen lezen moet u over Acrobat Reader beschikken. Hebt u deze niet, dan kunt u die
nu installeren vanaf de site van Adobe.)

Copyright © 2010 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|