Natuurkalender
Nieuws en agenda
Meedoen
Scholen
Projecten
Waarnemingen
Informatie soorten
Achtergrondinformatie
Links
Zoeken
Landbouw
Teken
Hooikoorts
Eikenprocessierups
Ganzen

Eikenprocessierups


Kijk! Nieuwe buren in de natuur

Ik ben de eikenprocessierups en woon met mijn broertjes en zusjes in een zelf gesponnen nest op eikenbomen. Op mijn rug heb ik zeshonderdduizend brandharen. Vroeger vonden we Nederland te koud maar elk jaar kunnen we weer een stukje noordelijker in Nederland gaan wonen doordat het steeds warmer wordt.

De eikenprocessierups
De eikenprocessierups is de larve van Thaumetopoea processionea, een nachtvlinder. Deze vlinder legt zijn eitjes in de toppen van eikenbomen. Wanneer deze bomen rond eind april in blad komen, komen de eitjes uit. De rupsen gaan ’s nachts vanuit de nesten in een grote groep, achter elkaar aan, op zoek naar voedsel: de zogenaamde "processies". Overdag zitten de rupsen bij elkaar in een spinsel tegen de stam of dikkere takken, waar ze later ook verpoppen. Deze "nesten" bestaan uit een dicht spinsel van vervellinghuidjes met brandharen en uitwerpselen.

De rupsen hebben lange, witte haren, maar voordat ze de beruchte brandharen krijgen, vervellen ze eerst een aantal malen. De brandharen zijn 0,1-0,2 mm lang en laten gemakkelijk los, waarna ze door de wind worden verspreid. Vanaf half mei zijn de rupsen zover gegroeid dat ze brandharen hebben. De rupsen verpoppen begin juli tot een onopvallende nachtvlinder. De vrouwtjes hiervan zetten begin september hun eitjes weer af.

Herkenning
De rupsen hebben een zwartbruine kop en een zwartgrijs lichaam, met een donkergrijze rugstreep. Ze hebben lange, grijzig witte beharing. Deze haren staan op roodachtig oranje wratten. Over de stigmata loopt een lichte lijn. Vooral het gedrag van de eikenprocessierups is kenmerkend, wanneer ze "in processie" tegen de stam van eiken te vinden zijn.

Verwarring
Nesten en spinsels van de eikenprocessierups kunnen mogelijk verward worden met die van andere insectensoorten zoals de spinselmot (Yponomeuta sp.) en de bastaardsatijnvlinder.

Spinselmotten maken grote webachtige spinsels in verschillende soorten struiken (onder andere meidoorn, kardinaalsmuts en vogelkers) maar niet in de eik. De spinselmot kan hele struiken kaalvreten en kapselt deze in met een wit, zijdeachtig spinsel. Eikenprocessierupsen worden, in tegenstelling tot spinselmotten, vrijwel alleen gevonden op eiken.

In het begin maken de rupsen van de eikenprocessierups geen spinsels, maar zitten ze in tapijtachtige plakkaten op de stam. In een later stadium maken ze een nest op de stam, in grootte variërend van een tennisbal tot een voetbal. Vanuit het nest lopen spinseldraden over de stam naar de takken.

Gezondheidsklachten
De brandharen van de eikenprocessierups kunnen voor mensen erg vervelend zijn: de pijlvormige haartjes hebben kleine weerhaakjes en kunnen de huid, ogen en luchtwegen binnendringen. Daarbij komen stoffen vrij die reacties oproepen die lijken op allergische reacties. De klachten kunnen bestaan uit jeuk en huiduitslag, ademnood en zware oogirritaties. Ze kunnen worden veroorzaakt door direct contact met de huid, maar ook door brandharen die met de wind zijn meegevoerd. In het algemeen verdwijnen de klachten binnen enkele dagen tot weken. Bij aanhoudend ernstige klachten kunt u het best contact opnemen met de huisarts. Een aantal gemeenten vermindert de overlast van de rups door de nesten te laten verwijderen. Brandharen van de eikenprocessierups kunnen vijf tot zes jaar actief blijven.

Eikenprocessierups in Nederland en klimaat
Eikenprocessierupsen komen voor in eikenbossen en -lanen; soms ook in tuinen. Soms kunnen zich vooral in eikenlanen plaagsituaties voordoen waarbij bestrijding gewenst of zelfs onvermijdelijk is. Oorspronkelijk komt de eikenprocessierups uit Zuid- en Centraal Europa. De rupsen houden van warmte en zitten vooral aan de zonnige zuidkant van eikenstammen in lanen. De eikenprocessierups kan in Nederland overleven dankzij het warmere weer van de laatste jaren. Onder bepaalde omstandigheden, zoals een warm en droog voorjaar, kunnen plagen optreden. Vóór 1980 is deze soort slechts enkele malen in ons land gesignaleerd. Sinds 1987 is het een algemene soort in Noord-Brabant en het aangrenzende deel van Limburg. Vanaf 1996 heeft de soort zich steeds verder uitgebreid; voortplanting is inmiddels waargenomen in de Achterhoek, op de Veluwe en in Utrecht. Zwervende mannetjes kunnen in het verspreidingsgebied nagenoeg overal worden aangetroffen; ook buiten deze gebieden in noordelijke en westelijke richting worden geregeld zwervende mannetjes aangetroffen. Het aantal exemplaren fluctueert sterk van jaar tot jaar.

Bronnen

  • De Natuurkalender
  • Vlindernet
  • Natuurbericht.nl
  • Kennislink.nl


  • Nieuwsberichten van De Natuurkalender over de eikenprocessierups
  • 28 april 2008 - Meer eikenprocessierupsen door veranderend klimaat
  • 23 april 2008 - Natuurkalender signaleert eikenprocessierups
  • 21 juni 2007 - Verwijder nesten eikenprocessierups
  • 7 mei 2007 - Vroege overlast verwacht door eikenprocessierups
  • 17 augustus 2006 - Leefgebied eikenprocessierups weer groter
  • 10 mei 2006 - Geldgebrek nekt aanpak eikenprocessierups
  • 4 april 2006 - Enquête teken en eikenprocessierupsen
  • 20 juli 2005 - Eikenprocessierups breidt zich weer uit
  • 24 mei 2005 - Waarnemingen Eikenprocessierups op Natuurkalender.nl


  • Natuurberichten over de eikenprocessierups
  • 11 januari 2009 - Eikenprocessierups slachtoffer van de kou?
  • 14 december 2008 - Opgelet: Nesten eikenprocessierups vallen uit boom
  • 1 augustus 2008 - Klimaatverandering steeds zichtbaarder in natuur
  • 18 juli 2008 - Eikenprocessierups actief in Noord-Brabant
  • 13 juni 2008 - De eikenprocessierups op reis door Europa
  • 23 mei 2008 - Opgelet: Eikenprocessierups krijgt nu brandharen
  • 27 april 2008 - Meer eikenprocessierupsen door veranderend klimaat
  • 23 april 2008 - Eerste eikenprocessierupssen weer uit het ei

  • Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse , Wageningen UR.