|
Ik ben een kleine roodoogjuffer. Ik woon vooral aan stilstaand water met een rijke onderbegroeiing en ben goed te herkennen aan mijn …. rode ogen. Twintig jaar geleden behoorden mijn voorouders nog tot de zeer zeldzame waterjuffers. Inmiddels sta ik door de hoge zomertemperaturen met mijn familieleden in de top-tien van de meest voorkomende waterjuffers in ons land.
De kleine roodoogjuffer (Erythromma viridulum) is een zeer algemene libellensoort in Nederland. In de zomer is hij met name talrijk op drijvende planten.
Uiterlijk
De kleine roodoogjuffer is 26-32 millimeter groot. Hiermee is hij kleiner en slanker dan de grote roodoogjuffer. Het mannetje heeft helderrode ogen en een zwarte borststukrug met blauwe zijkanten. Zijn achterlijfsrug is grotendeels zwart. Het vrouwtje heeft geen rode ogen; haar ogen zijn aan de bovenzijde bruin en aan de onderzijde geel of groen. Haar achterlijfsrug is geheel zwart; de zijkant van het borststuk en het begin van het achterlijf blauw, soms groen. De zijkant van het middenachterlijf is gelig en soms groen; de zijkant en uiteinde van het achterlijf is meestal blauw.
Leefgebied
De kleine roodoogjuffer komt voor aan stilstaande en langzaam stromende wateren met een uitgebreide vegetatie van drijvende planten. Deze vegetatie is in voedselrijke wateren doorgaans beter ontwikkeld dan in voedselarme of zure wateren.
Vliegtijd en gedrag
De kleine roodoogjuffer vliegt van half juni tot eind september, met een vliegpiek van eind juli tot midden augustus. Mannetjes zijn vooral op drijvende waterplanten en algenflab te vinden, vaak op enige afstand van de waterkant. Eitjes worden in tandem afgezet, in ondergedoken (delen van) waterplanten. Het vrouwtje verdwijnt hierbij vaak geheel of gedeeltelijk onder water.
Verspreiding
De kleine roodoogjuffer is een zuidelijke soort die sterk naar het noorden oprukt. De noordgrens van het verspreidingsgebied ligt nu in de zuidelijke punt van Scandinavië, het noorden van Polen en Wit-Rusland. Zuidoost-Engeland is reeds gekoloniseerd. In Zuid-Europa is de soort overal aanwezig, maar niet overal algemeen.
In Nederland wordt de kleine roodoogjuffer overal aangetroffen. De verspreiding is het meest aaneengesloten in Zuid-Holland, Utrecht en het rivierengebied. Tot 1980 was de soort zeer zeldzaam in ons land. In de periode tussen 1981 en 1995 begon de uitbreiding, die vooral in de jaren negentig sterk doorzette. Vanaf 1995 is de soort zeer algemeen in Nederland; in de periode 1999-2006 nam hij nog matig in aantal toe.
De kleine roodoogjuffer verspreidt zich zeer snel. Jonge volwassen dieren vliegen soms ver van het water af en nieuwe habitats worden snel bezet.
Bronnen
Libellennet
Wikipedia Engeland

Copyright © 2010 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|