|
Ik ben een wespenspin. Mijn web heeft vaak een duidelijke stevige zigzagdraad. Ik ben eind jaren tachtig voor het eerst in Nederland komen wonen. Mijn familieleden kun je door de warme zomers en zachte winters nu door heel het land tegenkomen maar vooral in Limburg, Oost-Brabant en Gelderland.
Uiterlijk
De wespenspin (Argiope bruennichi) is een spin uit de familie Araneidae, ook wel echte spinnen genoemd. Opvallend mag je deze soort wel noemen. Een vrouwtje dat op het punt staat eieren te leggen, is een forse spin met geel-zwarte dwarse bandering en geringde poten, hangend in een wielweb, de kop omlaag zoals alle spinnen in wielwebben, met boven en onder zich een zigzagband van dicht weefsel. Wie deze spin in het veld tegenkomt, herkent hem meteen.
Verspreiding in Nederland
De wespenspin is een relatieve nieuwkomer in ons land. Een halve eeuw geleden was het nog echt een mediterrane spin. Langzamerhand rukte hij op naar het noorden. Laat jaren zeventig van de vorige eeuw werd hij voor het eerst in ons land gezien tussen Eysden (Nederland) en Visee (België). De eerste gepubliceerde waarneming kwam uit Waterop bij Gulpen in 1980. Het was lange tijd vrij rustig rond deze fraaie spin, waarbij eigenlijk alleen vondsten werden gemeld uit Zuid-Limburg. In de jaren negentig ging het opeens hard en werden de provincies Limburg en Noord-Brabant overstroomd. Daarna, in de 21-ste eeuw, rukte de soort gestaag op naar het noorden en westen. Tegenwoordig wordt hij in vrijwel het gehele land gezien. Zit hij eenmaal goed in een terrein, dan struikel je er bijna over!
Voortbeweging
De snelle verspreiding van deze spin wordt mogelijk gemaakt door hun tactiek van 'ballooning': het zweven aan draden. De jonge spin steekt zijn achterlijfspunt, waar de spintepels zitten, omhoog en produceert een draad die door de opstijgende lucht omhoog gaat. Wanneer de draad zo lang is dat hij de spin kan dragen laat deze los en de spin zweeft als aan een ballon met de luchtstroom mee omhoog en weg is hij. Dit wordt vooral gedaan op dagen dat er thermiek is. Het zal duidelijk zijn dat het een reis vol risico’s is, want waar de kleine spin terecht zal komen is ongewis. Het is een strategie die bij soorten die veel jongen produceren vaak wordt gezien.
Vrouwtjes en mannetjes
Het zijn vrijwel uitsluitend de vrouwtjes die worden gezien en gemeld. De mannetjes zijn zogenaamde dwergmannetjes: ze zijn veel kleiner dan de vrouwtjes en missen de geel-zwarte bandering. Het zijn kleine bruine spinnen die met hun relatief lange poten aan de randen van het web zitten. Ze hebben niet altijd meer hun acht poten gaaf kunnen houden, wat wel iets zegt over de agressie van het vrouwtje. Voor een spin – en dat geldt voor iedere soort – is een bewegend voorwerp in het web natuurlijk allereerst een prooi. Een mannetje moet door middel van signalen duidelijk maken dat hij geen prooi is en de agressie onderdrukken.
Na de paring wordt het mannetje ingesponnen en opgegeten door het vrouwtje. Op deze manier draagt hij indirect toch nog iets bij aan de ontwikkeling van zijn nageslacht. Als het mannetje geluk heeft is het vrouwtje pas verveld, dan zijn haar kaken nog zacht en maakt hij de grootste kans om te paren zonder opgegeten te worden voor zijn sperma is afgegeven. Ongeveer een maand na de paring, rond augustus, worden de eitjes afgezet in een relatief enorme, gelige eicocon. Een cocon bevat honderden eitjes en wordt door het vrouwtje bewaakt tot ze sterft. Ongeveer een maand nadat de cocon is gesponnen komen de jonge spinnetjes uit het ei. Ze verlaten de cocon pas in maart van het volgende jaar.
Bronnen
Vroege Vogels
Wikipedia Nederland
Natuurbericht.nl
Nieuwsberichten van De Natuurkalender over de wespenspin
1 augustus 2007 - Wespenspin soort van de maand
Natuurberichten over de wespenspin
1 augustus 2008 - Klimaatverandering steeds zichtbaarder in natuur
27 april 2008 - Meer eikenprocessierupsen door veranderend klimaat

Copyright © 2010 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse
, Wageningen UR.
|