Natuurkalender
Nieuws en agenda
Meedoen
Scholen
Projecten
Waarnemingen
Informatie soorten
Achtergrondinformatie
Links
Zoeken
Landbouw
Teken
Hooikoorts
Eikenprocessierups
Ganzen

Bonte vliegenvanger


Kijk! Nieuwe buren in de natuur

Ik ben de bonte vliegenvanger en woon in loof- en gemengde bossen, in oude parken en in grote tuinen. In de winter wonen we in tropisch Afrika. De laatste jaren komen we te laat terug in Nederland. Door het warme voorjaar zijn de rupsen die we aan onze jongen voeren al weer verdwenen waardoor minder jongen groot worden.

Uiterlijk
De bonte vliegenvanger (Ficedula hypoleuca) is een vogel van ongeveer 12,5 centimeter groot. De mannetjes hebben zomers een zwarte kop en bovenkant; hun voorhoofd, vleugelstreep en staartzijden zijn dan wit. Vrouwtjes hebben een olijfbruine bovenkant en een smallere vleugelstreep dan het mannetje. Zijn roep is een scherp ’whit’ en een kort, herhalend ’tik’; de alarmroep meestal ’fwiet’. Bonte vliegenvangers eten voornamelijk insecten, maar soms ook wormen.

Voorkomen
Bonte vliegenvangers leven in gemengde bossen, oude parken, grote tuinen en boomgaarden, het liefst in de buurt van water. Van nature broeden de vogels in holen; tegenwoordig maken velen ook dankbaar gebruik van nestkasten. Bonte vliegenvangers overwinteren in tropisch Afrika. Begin oktober zijn de meesten vertrokken; rond de tweede helft van april komen ze weer terug.

Klimaatverandering
Ons klimaat wordt steeds warmer waardoor bomen eerder uitlopen en bladetende rupsen eerder uit hun ei komen. De bonte vliegenvanger keert niet eerder terug van zijn 'winterreces' in West-Afrika. Daarom moet deze trekvogel zich erg haasten met broeden. Vroeger konden de vogels eerst nog een tijdje uitrusten van hun 4500 kilometer lange tocht. Tegenwoordige moeten ze gelijk aan de slag (of beter gezegd: gelijk aan de leg). Gevolg is dat de jongen nu wel tien dagen eerder uit het ei kruipen dan rond 1985. Maar: de rupsen, die de hoofdmaaltijd voor de jongen vormen, zijn wel zestien dagen vroeger. Zo lopen de zangvogels toch een groot deel van de broodnodige rupsenpiek in het bos mis. Deze piek duurt namelijk maar zo'n twee weken. In de afgelopen zeventien jaar is de bonte vliegenvanger in 'vroege bossen' (bossen waar de natuur in het voorjaar vroeg op gang komt door bijvoorbeeld een rijkere bodem of oudere eiken) met negentig procent in aantal achteruitgegaan. In 'late bossen' met de rupsenpiek na half mei zijn de aantallen vliegenvangers nauwelijks veranderd. Als het echter nog warmer wordt, zullen ze ook hier verdwijnen. Dan komen ze ook hier namelijk te laat aan."

Waarom kunnen die vliegenvangers niet gewoon nog eerder gaan broeden als het warmer wordt? Dit komt waarschijnlijk doordat bonte vliegenvangers in Afrika niet merken dat het voorjaar in hun Europese broedgebieden al zo vroeg begint. Ze moeten hiervoor niet alleen op ruim 4500 kilometer afstand kunnen voorspellen wanneer het voorjaar begint, maar ze moeten dit ook nog een maand vooruit kunnen doen. Zoveel tijd kost het namelijk om vanuit Afrika hier naartoe te vliegen.

Bronnen

  • De Natuurkalender
  • Vogelbescherming Nederland
  • Soortenbank.nl
  • Nederlands Instituut voor Ecologie


  • Nieuwsberichten van De Natuurkalender over de bonte vliegenvanger
  • 16 december 2007 - 2007: Natuurlijk een zeer bijzonder jaar
  • 13 juni 2007 - Wintervlinder kan klimaatverandering aan
  • 8 mei 2007 - Nationale Vlindertelling. Jonge vogeltjes drie weken te laat voor rupsenpiek
  • 8 mei 2006 - Bonte vliegenvanger mist rupsenpiek
  • 11 mei 2001 - Bonte vliegenvangers broeden te laat. Trekvogels in de clinch met klimaat

  • Copyright © 2010 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse , Wageningen UR.