Natuurkalender
Nieuws en agenda
Meedoen
Scholen
Projecten
Waarnemingen
Informatie soorten
Achtergrondinformatie
Links
Zoeken
Landbouw
Teken
Hooikoorts
Eikenprocessierups
Ganzen

Veenhooibeestje


Kijk! Nieuwe buren in de natuur

Ik ben het veenhooibeestje en woon op voedselarme plaatsen in moerassen, veengebieden, natte heiden en verveende randen langs heidevennen. Ruim twintig jaar geleden woonden mijn voorouders nog in grote delen van Nederland maar mijn ooms en tantes zijn door de hoge temperaturen alleen nog maar in het noordoosten van Nederland te vinden.

Uiterlijk
Het veenhooibeestje (Coenonympha tullia) is een vlinder waarvan de bovenkant van de vleugels vrijwel effen bruin is. Alleen in de vleugelpunt van de voorvleugel bevindt zich een kleine zwarte oogvlek. Over de onderkant van de achtervleugel loopt een rij witgekernde en geelgeringde zwarte oogvlekken. Deze vlekken zijn echter niet bij alle vlinders even goed te zien. De voorvleugel is ongeveer negentien millimeter lang. Normaalgesproken verschijnen de eerste vlinders in juni. Het aantal exemplaren op de vliegplaatsen varieert gemiddeld van vier tot 64 exemplaren per hectare.

Leefomgeving
Het veenhooibeestje komt voor op voedselarme plaatsen in moerassen, veengebieden, natte heiden en verveende randen langs heidevennen. Zijn waardplanten zijn éénarig wollegras en buiten Nederland ook grassen zoals het pijpenstrootje. De belangrijkste nectarplant is dopheide

Verspreiding in Nederland
Het veenhooibeestje is een uiterst zeldzame standvlinder in Nederland. Hij komt alleen nog voor op vier plaatsen in Drenthe en Zuidoost-Friesland. Het veenhooibeestje is een honkvaste vlinder die zelden buiten het leefgebied wordt waargenomen. De mannetjes zwerven meer dan de vrouwtjes.

In Nederland was de soort aan het begin van de twintigste eeuw een algemeen vlindertje dat in vrijwel alle hoogvenen en veentjes van de zand- en veengronden voorkwam. Daarna liepen de verspreiding en de aantallen langzaam maar zeker terug. In de jaren tachtig van de vorige eeuw was het nog een vrij zeldzame standvlinder. Hij vloog toen nog in redelijk aantallen in venen en veentjes in Drenthe, Overijssel, de Achterhoek en de Grote Peel. Daarbuiten lagen ook nog enkele geïsoleerde populaties, zoals in Friesland. Daarna ging de soort nog verder achteruit. In 1991 verdween hij uit de Grote Peel, in 1995 uit de Achterhoek. De laatste waarneming uit Overijssel stamt uit 2000. Tegenwoordig is het veenhooibeestje bijna uit het Nederlandse landschap verdwenen. Het is een uiterst zeldzame standvlinder geworden die nog maar op vier plaatsen in of nabij Drenthe voorkomt. De grootste populatie leeft nu in het Fochteloërveen (Friesland, Drenthe), waar hij duidelijk profiteert van van de herstelmaatregelen daar. Daarnaast zijn er nog drie kleinere populaties, onder andere in de Boswachterijen Grollo en Hooghalen.

Ook op Europese schaal is het veenhooibeestje een kwetsbare soort die de laatste 25 jaar met twintig tot vijfentwintig procent is achteruitgegaan. Naast zijn beschermde status volgens de Nederlandse flora- en faunawet, staat de soort ook op de Vlaamse, Waalse, Duitse en Britse Rode Lijst.

Goed nieuws
In 2008 meldde onder andere Natuurbericht.nl positieve berichten over het veenhooibeestje. Waarnemers van De Vlinderstichting telden in een paar weken tijd duizenden exemplaren van het fladderende diertje, terwijl er in de jaren ervoor slechts enkele honderden per jaar werden gezien. Hopelijk is dit een voorbode voor de toekomst. Daar het veenhooibeestje een weinig mobiele vlinder is, is de kans op een succesvolle nieuwe kolonie erg klein.

De vliegtijd van de vlinders wordt verlengd onder invloed van klimaatverandering. Wellicht lukt het deze vlinders nu om een tweede generatie in één jaar te beginnen. Vlinders als de atalanta en het landkaartje hebben elke zomer twee generaties. De rupsen uit de eieren van de eerste generatie vlinders verpoppen zich nog hetzelfde jaar en vliegen even later rond. Bij het veenhooibeestje kwam een tweede generatie tot op heden niet voor. De laat waargenomen veenhooibeestjes dragen naar alle waarschijnlijkheid niet bij aan de verdere groei van de populatie in het Fochteloërveen. De kans dat de rupsen die uit de eventueel te leggen eitjes komen, op tijd klaar zijn voor het overwinteren is klein.

Bronnen

  • Vlindernet
  • De Natuurkalender
  • Natuurmonumentent
  • Natuurbericht.nl


  • Natuurberichten over het veenhooibeestje
  • 31 december 2008 - 2008: Top drie vlinders
  • 11 december 2008 - Klimaatverandering ramp voor Europese vlinders
  • 8 oktober 2008 - Bizar: twee veenhooibeestjes
  • 9 juli 2008 - Goed jaar voor zeldzame vlinder

  • Copyright © 2012 Leerstoelgroep Milieusysteemanalyse , Wageningen UR.