Het tijdstip waarop jaarlijks terugkerende verschijnselen in de natuur zich voordoen,
wordt vaak sterk bepaald door het weer. In figuur 1 ziet u de relatie tussen het
bloeitijdstip van de pinksterbloem en de temperatuur in februari tot en met april.
Een graad warmer in deze maanden betekent dat de pinksterbloem 5,6 dagen eerder in bloei
staat.
Voor planten en dieren met veel historische waarnemingen hebben De Vlinderstichting en
Wageningen Universiteit in het kader van De Natuurkalender verwachtingsmodellen gemaakt.
Op basis van waargenomen weersomstandigheden en de weersverwachtingen maken we een inschatting
van wanneer vlinders gaan vliegen of wanneer planten in bloei komen.
De verwachtingen worden dagelijks aangepast aan het waargenomen weer en de negendaagse
weersverwachting van Meteoconsult. Weersverwachtingen voor over tien dagen en verder in
de toekomst zijn gebaseerd op het gemiddelde van de afgelopen jaren.
Momenteel zijn de volgende voorspelmodules beschikbaar:
Figuur 1: Relatie tussen gemiddelde bloeitijdstip van pinksterbloem in Nederland en gemiddelde temperatuur in de periode februari, maart en april.
Waarom een voorspelmodule?
De Natuurkalender was tot nu toe vooral gericht op het heden en het verleden. Ook maakten
we uitstapjes naar wat er mogelijk in de verre toekomst zou kunnen veranderen als de
temperatuur in Nederland gaat stijgen.
Net als vele andere mensen zijn ook wij nieuwsgierig naar wat ons te wachten staat.
Het is hetzelfde gevoel als het kijken naar het weerbericht. Als we weten wat voor weer
het wordt, kunnen we daar rekening mee houden. Daarnaast is het gewoon leuk en interessant
om te weten wat er de komende week om ons heen te zien zal zijn.
Het ‘recreatieve’ aspect van de voorspelmodule is natuurlijk belangrijk voor De
Natuurkalender omdat er zoveel natuurliefhebbers actief betrokken zijn en hun eigen
waarnemingen insturen.
De Natuurkalender is er sterk op gericht om de vele (historische) waarnemingen praktisch
toepasbaar te maken voor onze samenleving. Hierbij richten we ons op thema’s als
gezondheid (hooikoorts, eikenprocessierups), landbouw, groenbeheer en de tuin. Als we
in staat zijn om goed te voorspellen wanneer de jaarlijks terugkerende verschijnselen in
de natuur zich voordoen kunnen verschillende doelgroepen tijdig inspelen op wat er staat
te gebeuren. Hierbij kunt u denken aan hooikoortspatiënten die willen weten wanneer
de berk of hazelaar in bloei komt, de gemeentelijke groendienst die wil weten wanneer
de eikenprocessierups actief wordt of de boer die wil weten wanneer bladluizen actief
worden. Ook waarnemers van De Natuurkalender en natuurorganisaties als de Vlinderstichting
kunnen beter geïnformeerd worden over wanneer ze welke vlinders het beste kunnen
bestuderen. Dit geldt vooral voor zeldzame soorten.
Nieuwe waarnemingen niet meer nodig?
Dat we voorspellingen kunnen generen betekent niet dat we geen fenologische waarnemingen
meer nodig hebben. Het tegendeel is waar. Om onze voorspellingen te verbeteren hebben
we veel meer waarnemingen nodig. Zeker als we de voorspellingen meer en meer willen
gaan gebruiken voor diverse toepassingen.
De huidige modellen zijn niet in staat om de variatie die we van jaar tot jaar en binnen
een jaar zien volledig te verklaren. Daarbij komt dat elk jaar klimatologisch weer
anders is. Als het klimaat verder gaat veranderen dan krijgen planten en dieren met
steeds extremere omstandigheden te maken. We weten niet of en hoe ze hun gedrag
zullen aanpassen. Waarnemingen zullen dus altijd nodig blijven.
Ontwikkeld door de Vlinderstichting en Wageningen Universiteit in het kader van de Natuurkalender.